Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 4

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 4

1Mijn zoon, spot niet met het leven van den arme, En laat de ogen van den bedrukte niet versmachten.
Jeremia 19:1, Jeremia 19:15, 1 Samuël 15:27, 1 Samuël 15:28, Jeremia 13:1
2Stel een hongerig mens niet teleur, En verberg u niet voor een gebroken hart.
Ezechiël 21:22, Ezechiël 21:22, Jeremia 6:6, Jeremia 6:6, Jeremia 52:4
3Verbitter het gemoed van den arme niet, En wil hem uw gave niet weigeren.
Ezechiël 12:6, Jesaja 8:18, Jesaja 20:3, Ezechiël 12:6, Jesaja 8:18
4Veracht de bede van den arme niet,
Leviticus 16:22, Leviticus 16:22, Leviticus 10:17, Ezechiël 4:8, Numeri 18:1
5Geef hem geen aanleiding, om u te vloeken;
Numeri 14:34, Numeri 14:34, Jesaja 53:6, Jesaja 53:6
6Want als de bedroefde roept in zijn zielesmart, Dan hoort zijn Schepper naar zijn schreien.
Numeri 14:34, Numeri 14:34, Daniël 12:11, Daniël 12:12, Daniël 9:24
7Maak u bemind bij de gemeente, En buig uw hoofd voor de groten der stad;
Jesaja 52:10, Jesaja 52:10, Ezechiël 21:2, Ezechiël 21:2, Ezechiël 4:3
8Maar neig ook uw oor tot den arme, En beantwoord vriendelijk zijn groet.
Ezechiël 3:25, Ezechiël 3:25
9Help den bedrukte tegen zijn verdrukkers; Wees niet bang, om rechtvaardig vonnis te vellen.
Jesaja 28:25, Ezechiël 4:16, Ezechiël 4:13, Jesaja 28:25, Ezechiël 4:16
10Wees voor de wezen als een vader, Voor de weduwen als een man; God noemt u dan zijn zoon En redt u in zijn liefde van het verderf.
Leviticus 26:26, Leviticus 26:26, Ezechiël 14:13, Ezechiël 4:16, Ezechiël 45:12
11Tweede reeks. De wijsheid en de gevaren, die ons bedreigen. Inleiding. De zegeningen der wijsheid. De wijsheid onderricht haar kinderen, En waarschuwt allen, die haar zoeken.
Jesaja 5:13, Ezechiël 4:16, Johannes 3:34, Jesaja 5:13, Ezechiël 4:16
12Wie haar beminnen, beminnen het leven, En die haar zoeken, vinden welbehagen bij God.
Jesaja 36:12, Jesaja 36:12, Genesis 18:6, Genesis 18:6
13Wie haar vasthouden, vinden glorie bij Jahweh, En wonen in de zegen van God;
Hosea 9:3, Hosea 9:4, Daniël 1:8, Hosea 9:3, Hosea 9:4
14Wie haar dienen, dienen den Heilige, Wie haar beminnen, worden door God bemind.
Handelingen 10:14, Handelingen 10:14, Ezechiël 20:49, Ezechiël 9:8, Ezechiël 20:49
15Wie naar mij luistert, oordeelt rechtvaardig, Wie naar mij hoort, zal wonen in mijn huis;
16Wie mij vertrouwt, zal mij beërven, En zijn geslacht zal mij blijven bezitten.
Ezechiël 5:16, Ezechiël 5:16, Jesaja 3:1, Jesaja 3:1, Leviticus 26:26
17Want omzichtig ga ik met hem om, En stel hem in het begin op de proef; Vrees en angst slinger ik op hem neer, En toets hem eerst door beproeving. Maar als zijn hart van mij is vervuld,
Ezechiël 24:23, Leviticus 26:39, Ezechiël 24:23, Leviticus 26:39, Ezechiël 33:10
18Maak ik hem gelukkig, en ontsluier hem mijn geheimen.
19Doch valt hij van mij af, dan verwerp ik hem, En lever hem over aan verdelgers.
20Mijn zoon, benut de tijd en vrees het kwaad; Dan behoeft ge u niet over uzelf te schamen.
21Want er is een schaamte, die tot zonde voert, Maar ook een schaamte, die eer brengt en genade.
22Wees niet toegevend voor uzelf; Dan komt ge niet ten val tot eigen verderf.
23Houd op zijn tijd het woord niet achter, En uw wijsheid niet verborgen;
24Want in het spreken leert men de wijsheid kennen, Het inzicht in het antwoord van de tong.
25Strijd niet tegen de waarheid, Erken met schaamte uw ongelijk.
26Schaam u niet, terug te keren van het kwaad, En roei niet op tegen de stroom.
27Onderwerp u niet aan een dwaas, Maar verzet u niet tegen de overheid.
28Strijd voor de deugd tot aan de dood, En Jahweh zal strijden voor u.
29Wees geen zwetser met de tong, En slap en traag in uw daden;
30Wees thuis niet als een leeuw, En schuw en bang voor uw knechten.
31Uw hand zij niet open om te krijgen, En gesloten, als ze moet geven.
32
33
34
35
36

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 4
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward