1Mijn zoon, hebt ge gezondigd, doe het niet meer, En bid voor uw vroegere zonden.stylus2Vlucht voor de zonde als voor een slang, Want als ge haar nadert, zal ze u bijten; Leeuwentanden zijn haar tanden, Ze verslinden de zielen der mensen.stylusEzechiël 20:46, Ezechiël 20:46, Ezechiël 4:7, Ezechiël 4:7, Ezechiël 28:213Iedere zonde is als een tweesnijdend zwaard; Geen genezing is er voor haar wonde.stylusJeremia 21:13, Job 9:22, Jeremia 21:13, Job 9:22, Nahum 3:54Bedreiging en hoogmoed verwoesten de rijkdom, Daardoor stort het huis van den trotse in puin;stylusEzechiël 20:47, Ezechiël 20:47, Ezechiël 7:2, Ezechiël 7:2, Ezechiël 6:115Maar het gebed van den kleine dringt door tot Gods oor, En hem zal spoedig recht wedervaren.stylusEzechiël 21:30, Ezechiël 21:30, Nahum 1:9, Nahum 1:9, Jeremia 23:206Wie berisping haat, volgt het spoor van den zondaar; Maar wie God vreest, neemt ze ter harte.stylusJesaja 22:4, Ezechiël 6:11, Jesaja 22:4, Ezechiël 6:11, Nahum 2:107De snoever is alom bekend, Maar de verstandige merkt diens misstappen wel.stylusEzechiël 7:17, Ezechiël 7:17, Jeremia 50:43, Jesaja 13:7, Nahum 2:108Wie zijn huis gaat bouwen met andermans geld, Is als een, die stenen vergaart voor de winter.stylus9De bent der zondaars is een stapel vlas; Hun einde is het vlammende vuur.stylusJesaja 34:5, Jesaja 34:6, Ezechiël 21:28, Ezechiël 21:3, Jesaja 34:510De weg der zondaren is vrij van stenen; Maar aan het einde ervan ligt de diepte der hel.stylusPsalmen 110:5, Psalmen 110:6, Psalmen 110:5, Psalmen 110:6, Ezechiël 20:4711Wie de Wet onderhoudt, is heer van zijn denken; Want wijsheid is het einde van de vreze des Heren.stylusEzechiël 21:19, Ezechiël 21:19, Jeremia 51:20, Jeremia 51:23, Jeremia 25:3312Wie niet schrander is, wordt niet geleerd; Maar er is ook een schranderheid, die vol bitterheid is.stylusEzechiël 21:6, Ezechiël 21:6, Joël 1:13, Joël 1:13, Jeremia 31:1913De kennis van een wijze zwelt aan als een stortvloed, En zijn schranderheid als een levende bron;stylusEzechiël 21:25, Ezechiël 21:10, 2 Korintiërs 8:2, Ezechiël 21:25, Ezechiël 21:1014Maar het hart van den dwaas is als een gebroken kruik, Het kan geen enkele kennis behouden.stylusNumeri 24:10, 2 Koningen 24:1, Numeri 24:10, 2 Koningen 24:1, Leviticus 26:2115Als de verstandige een wijs woord verneemt, Prijst hij het en voegt er een ander aan toe; Hoort de lichtzinnige het, dan walgt het hem, En hij werpt het achter zijn rug.stylusJeremia 17:27, Ezechiël 21:10, Jeremia 17:27, Ezechiël 21:10, Ezechiël 21:716Het gesprek van den dwaas is als een last op reis, Maar op de lippen van den wijze ligt bevalligheid;stylusEzechiël 14:17, Ezechiël 21:4, Ezechiël 16:46, Ezechiël 21:20, Genesis 13:917In de vergadering hangt men aan de mond van den wijze, En zijn woorden overdenkt men in het hart.stylusEzechiël 5:13, Ezechiël 5:13, Ezechiël 21:14, Ezechiël 21:14, Ezechiël 22:1318Voor een dwaas is de wijsheid als een vervallen huis; Zijn kennis beperkt zich tot ordeloze woorden.stylus19De tucht is voor den dwaas als kluisters aan de voeten, Als boeien aan de rechterhand.stylusEzechiël 4:1, Ezechiël 4:3, Jeremia 1:10, Ezechiël 4:1, Ezechiël 4:320Lacht de dwaas, hij schatert het uit; De wijze echter glimlacht nauwelijks.stylusAmos 1:14, Jeremia 49:2, Amos 1:14, Jeremia 49:2, Deuteronomium 3:1121De tucht is voor den wijze als een sieraad van goud, Als een armband aan de rechterhand.stylusSpreuken 16:33, Richteren 17:5, Richteren 18:20, Spreuken 16:33, Richteren 17:522De dwaas rent hals-over-kop de huizen binnen, Maar een man van ervaring blijft bescheiden buiten;stylusEzechiël 4:2, Ezechiël 4:2, Ezechiël 26:9, Ezechiël 26:9, 1 Samuël 17:2023De dwaas gluurt door de deur naar binnen, Maar een welopgevoed man blijft buiten staan.stylusNumeri 5:15, Numeri 5:15, Ezechiël 29:16, Ezechiël 21:24, Ezechiël 29:1624Het staat onbeschaafd, aan de deur te luisteren; Een wijs man zou daarbij van schaamte vergaan.stylusHosea 4:2, Hosea 4:2, Jeremia 5:27, Jeremia 5:28, Ezechiël 23:525De dwaas heeft de mond vol over anderen; De wijze weegt zijn woorden op een schaal.stylusEzechiël 35:5, Ezechiël 35:5, Jeremia 52:2, Ezechiël 17:19, 2 Kronieken 36:1326De dwazen hebben het hart in de mond; De wijze heeft zijn mond in het hart.stylusEzechiël 17:24, Ezechiël 17:24, Psalmen 75:7, Psalmen 75:7, Jeremia 52:3127Als een dwaas den satan vervloekt, Dan vervloekt hij zichzelf;stylusMicha 5:2, Micha 5:2, Jeremia 23:5, Jeremia 23:6, Jeremia 23:528Wie kwaadspreekt, schandvlekt zichzelf, En is gehaat in heel de buurt.stylusEzechiël 21:9, Ezechiël 21:10, Ezechiël 21:20, Sefanja 2:8, Sefanja 2:1029stylusEzechiël 21:25, Ezechiël 21:25, Ezechiël 22:28, Ezechiël 22:28, Jeremia 27:930stylusJeremia 47:6, Jeremia 47:7, Ezechiël 16:38, Genesis 15:14, Jeremia 47:631stylusEzechiël 7:8, Nahum 1:6, Haggaï 1:9, Jesaja 30:33, Jeremia 6:22