1Soms is een terechtwijzing wel wat ontijdig; Zwijgen kan soms verstandig zijn.stylusEzechiël 8:1, Ezechiël 8:1, Ezechiël 1:2, Ezechiël 26:1, Ezechiël 31:12Toch is het beter, te berispen dan te razen; Want wie bekent, wordt voor slechter bewaard.stylus3stylusPsalmen 50:15, Psalmen 50:21, Micha 3:7, Spreuken 28:9, Mattheüs 15:84Als een ontmande, die in hartstocht een jonkvrouw onteert: Zo is hij, die een berisping geeft met geweld.stylusEzechiël 22:2, Ezechiël 22:2, Ezechiël 23:36, Ezechiël 23:36, Jeremia 14:115Er zijn er, die hun wijsheid tonen door zwijgen, Zoals anderen zich gehaat maken door hun gepraat.stylusEzechiël 47:14, Exodus 4:31, Ezechiël 20:15, Genesis 14:22, Exodus 6:66Er zijn er, die zwijgen, bij gebrek aan een antwoord, Maar anderen zwijgen, en wachten hun tijd.stylusEzechiël 20:15, Ezechiël 20:15, Jeremia 32:22, Psalmen 48:2, Exodus 3:87De wijze zwijgt, tot zijn tijd is gekomen, Maar de zwetser en dwaze let op geen tijd.stylusLeviticus 18:3, Leviticus 18:3, Deuteronomium 29:16, Deuteronomium 29:18, Leviticus 11:448Aan een praatvaar heeft men een hekel, En wie zich veel aanmatigt, wordt gehaat.stylusJesaja 63:10, Ezechiël 7:8, Ezechiël 20:21, Ezechiël 5:13, Ezechiël 20:79Een schijnbaar succes strekt den mens soms tot onheil, En een gewin wordt soms een verlies.stylusEzechiël 39:7, Ezechiël 39:7, Ezechiël 20:22, Ezechiël 20:22, Ezechiël 36:2110Soms brengt een geschenk u geen voordeel, En soms wordt het dubbel vergolden.stylusExodus 20:2, Exodus 14:17, Exodus 14:22, Exodus 13:17, Exodus 13:1811Soms vindt men vernedering in plaats van glorie, En anderen heffen na de vernedering het hoofd omhoog.stylusLeviticus 18:5, Deuteronomium 4:8, Romeinen 10:5, Leviticus 18:5, Deuteronomium 4:812De een koopt veel voor weinig geld, Een ander betaalt het zevenvoudig.stylusEzechiël 20:20, Ezechiël 20:20, Ezechiël 37:28, Ezechiël 37:28, Leviticus 21:2313De wijze maakt zich bemind met spreken, Het vleien der dwazen is tevergeefs.stylusEzechiël 20:21, Ezechiël 20:21, Ezechiël 20:8, Ezechiël 20:8, Jesaja 56:614Het geschenk van een dwaas zal u niet baten, Want in plaats van één heeft hij vele ogen;stylusEzechiël 20:9, Ezechiël 20:9, Ezechiël 36:22, Ezechiël 36:23, Ezechiël 20:2215Hij geeft slechts weinig, maar doet veel verwijten, En zet zijn mond als een omroeper open. Vandaag zal hij lenen, morgen eist hij het terug; Hoe hatelijk is zo'n mens!stylusPsalmen 95:11, Psalmen 95:11, Psalmen 106:26, Psalmen 106:26, Hebreeën 3:1816De dwaas moet zeggen: Ik heb geen vriend; Ik ontvang geen dank voor mijn gaven.stylusNumeri 15:39, Numeri 15:39, Ezechiël 14:3, Ezechiël 14:4, Ezechiël 20:817Die zijn brood eten, hebben een valse tong; Wat lachen zij hem dikwijls uit! Want zonder takt deelt hij uit, wat hij moest behouden, Met wat hij niet hoeft te behouden.stylusEzechiël 11:13, Ezechiël 11:13, Jeremia 5:18, Jeremia 4:27, Jeremia 5:1818Liever een gladde vloer dan een gladde tong; Daardoor komt de boze spoedig ten val.stylusEzechiël 20:7, Deuteronomium 4:3, Deuteronomium 4:6, 1 Petrus 1:18, Zacharia 1:219Een ontijdig woord is als een onaangenaam mens; Een onbeschaafd man heeft het steeds in de mond.stylusEzechiël 36:27, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 6:8, Ezechiël 36:27, Deuteronomium 5:3220Een spreuk uit de mond van een dwaas heeft geen waarde; Want hij zegt ze niet op de rechte tijd.stylusJeremia 17:22, Jesaja 58:13, Jeremia 17:22, Jesaja 58:13, Ezechiël 44:2421Soms wordt men door armoe belet om te zondigen; Men heeft dan ook geen last van de wroeging.stylusEzechiël 20:13, Ezechiël 20:13, Ezechiël 20:8, Numeri 21:5, Ezechiël 20:822Maar velen storten zich in het verderf door schaamte, En gaan te gronde om wille van een dwaas;stylusEzechiël 20:14, Ezechiël 20:9, Ezechiël 20:14, Ezechiël 20:9, Psalmen 78:3823Zij doen aan een vriend beloften uit menselijk opzicht, En maken hem zo tot vijand om niet.stylusLeviticus 26:33, Leviticus 26:33, Deuteronomium 28:64, Deuteronomium 28:68, Deuteronomium 28:6424De leugen is een lelijke vlek op den mens; Toch vindt men ze dikwijls in de mond van onbeheersten.stylusEzechiël 20:16, Ezechiël 6:9, Ezechiël 20:16, Ezechiël 6:9, Ezechiël 20:1325Beter een dief, dan wie altijd liegt; Maar beiden oogsten verderf.stylusPsalmen 81:12, Psalmen 81:12, Ezechiël 20:39, Jesaja 66:4, Ezechiël 20:3926Het gedrag van een leugenaar is eerloos, En zijn schande kleeft hem altijd aan.stylusEzechiël 6:7, Leviticus 18:21, Ezechiël 6:7, Leviticus 18:21, 2 Koningen 17:1727Wie wijs is in het spreken, brengt zichzelf vooruit; Want een verstandig mens behaagt aan de groten.stylusRomeinen 2:24, Romeinen 2:24, Ezechiël 3:11, Ezechiël 3:4, Ezechiël 3:2728Wie het land bewerkt, maakt hoge schelven, Maar wie gerechtigheid oefent, wordt zelf verheven.stylusEzechiël 6:13, Ezechiël 6:13, Jozua 23:14, Jeremia 3:6, Jesaja 57:529Giften en geschenken verblinden het oog van den wijze, En houden als een muilkorf de berisping terug in zijn mond.stylusEzechiël 16:24, Ezechiël 16:25, Ezechiël 16:31, Ezechiël 16:24, Ezechiël 16:2530Verborgen wijsheid en een verstopte schat: Wat voor nut hebben beide?stylusJeremia 16:12, Jeremia 16:12, Richteren 2:19, Jeremia 7:26, Richteren 2:1931Beter een mens, die zijn dwaasheid verbergt, Dan een, die zijn wijsheid verstopt.stylusJeremia 7:31, Ezechiël 20:26, Psalmen 106:37, Psalmen 106:39, Jeremia 7:3132stylusEzechiël 11:5, Ezechiël 11:5, Jeremia 44:17, Jeremia 44:17, Deuteronomium 4:2833stylusJeremia 21:5, Jeremia 21:5, Jeremia 42:18, Ezechiël 8:18, Jeremia 44:6