1De luiaard gelijkt op een smerige steen: Iedereen geeft af op zijn schande.stylus2Een luiaard gelijkt op het vuil van de mesthoop: Ieder, die het aanraakt, veegt zijn hand af.stylusEzechiël 24:6, Ezechiël 20:4, Nahum 3:1, Jesaja 58:1, Ezechiël 24:93Een tuchteloos meisje is een schande voor haar vader; Zo'n dochter berokkent hem oneer.stylusEzechiël 22:27, Ezechiël 22:27, Sefanja 3:3, Ezechiël 23:37, 2 Koningen 21:24Een verstandige dochter vindt haar man; Een eerloze echter wordt een smart voor haar vader.stylus2 Koningen 21:16, 2 Koningen 21:16, Psalmen 44:13, Psalmen 44:14, Ezechiël 5:145De schaamteloze maakt vader en man te schande, En wordt door beiden veracht.stylusJeremia 15:2, Jeremia 15:3, Jesaja 22:2, Jeremia 15:2, Jeremia 15:36Een ontijdig woord is als muziek ten tijde van rouw, Maar slagen en tucht zijn altijd wijsheid.stylusEzechiël 22:27, Jesaja 1:23, Ezechiël 22:27, Jesaja 1:23, Nehemia 9:347stylusDeuteronomium 27:16, Exodus 22:21, Exodus 22:22, Deuteronomium 27:16, Exodus 22:218stylusEzechiël 23:38, Ezechiël 23:39, Ezechiël 23:38, Ezechiël 23:39, Ezechiël 20:139Wie een dwaas onderricht, lijmt scherven aaneen, Maakt een slaper wakker uit diepe rust.stylusHosea 4:14, Hosea 4:14, Hosea 4:2, Leviticus 19:16, Hosea 4:1010Wie spreekt tot een dwaas, spreekt tot iemand, die droomt; Ten slotte zal hij zeggen: ”Wat is er?“stylusLeviticus 18:19, Leviticus 18:19, Leviticus 20:11, Ezechiël 18:6, Leviticus 18:711" Ween over een dode, want het licht ging uit; Ween ook over een dwaas, want het verstand is heen. Ween minder over een dode, want hij heeft rust bekomen; Maar het leven van een dwaas is erger nog dan de dood.stylusLeviticus 18:9, 2 Samuël 13:14, Leviticus 20:17, Leviticus 18:15, Leviticus 18:912Zeven dagen moet men een dode bewenen, Maar den dwaas en goddeloze geheel zijn leven.stylusDeuteronomium 27:25, Ezechiël 23:35, Deuteronomium 27:25, Ezechiël 23:35, Micha 7:213Spreek niet veel met een dwaas, En ga niet om met onverstand; Wacht u voor hem, om geen last te hebben, En niet door zijn aanraking te worden besmet. Ontwijk hem, en ge zult rust vinden, En geen last hebben van zijn dwaasheid.stylusJesaja 33:15, Ezechiël 21:17, Jesaja 33:15, Ezechiël 21:17, Ezechiël 22:2714Wat is er zwaarder dan lood? Is zijn naam niet ‘een zot’?stylusEzechiël 21:7, Ezechiël 21:7, Ezechiël 17:24, Ezechiël 17:24, Ezechiël 24:1415Zand en zout en ijzerklompen Zijn lichter te dragen dan een overstandig mens.stylusNehemia 1:8, Nehemia 1:8, Deuteronomium 4:27, Ezechiël 22:22, Zacharia 7:1416Houten spanten, bij het bouwen verbonden, Laten bij geen schokken los; Zo zal het hart, dat vasthoudt aan een welberaamd plan, Geen ogenblik van zijn stuk geraken.stylusEzechiël 6:7, Ezechiël 6:7, Ezechiël 7:24, Psalmen 83:18, Ezechiël 7:2417Een hart, dat zich verlaat op een verstandig besluit, Is sterk als een glad gepleisterde muur;stylus18Maar stenen zonder kalk op elkaar gestapeld, Houden geen stand voor de storm. Zo is het hart, dat de plannen vreest van een dwaas, Tegen geen enkele angst bestand.stylusPsalmen 119:119, Jesaja 1:22, Psalmen 119:119, Jesaja 1:22, Jesaja 48:1019Wie in het oog prikt, doet tranen vloeien, Wie prikt in het hart, wekt gevoeligheid op;stylusEzechiël 24:3, Ezechiël 24:6, Mattheüs 13:30, Mattheüs 13:40, Mattheüs 13:4220Wie een steen gooit naar vogels, jaagt ze weg, Wie zijn vriend beschimpt, verbreekt de vriendschap.stylusJesaja 54:16, Jeremia 4:20, Ezechiël 21:31, Ezechiël 21:32, Jeremia 4:1121Al trekt getegen uw vriend ook het zwaard, Wanhoop niet: het komt weer terecht;stylusEzechiël 22:20, Ezechiël 22:22, Jeremia 21:12, Psalmen 21:9, 2 Koningen 25:922Al zet ge een mond op tegen uw vriend, Wees niet bevreesd; het kan nog worden hersteld; Maar voor schimpen, trots en geheimen verklappen, Voor geniepige zetten gaat iedere vriend op de loop.stylusEzechiël 20:8, Ezechiël 20:33, Ezechiël 20:8, Ezechiël 20:33, Hosea 5:1023Blijf uw vriend in armoe trouw, Opdat ge ook in zijn voorspoed moogt delen. Verlaat hem niet ten tijde van nood; Dan deelt ge ook in zijn welvaart.stylus24Vóór het vuur geeft de oven rook en smook: Zo gaat schelden aan bloedvergieten vooraf.stylus2 Kronieken 28:22, Jesaja 1:5, Jeremia 2:30, 2 Kronieken 36:14, 2 Kronieken 36:1625Nooit zal ik me schamen, een vriend te beschermen, En nooit zal ik me voor hem verbergen;stylusHosea 6:9, Hosea 6:9, Ezechiël 13:19, Jeremia 2:34, Jeremia 11:926En al zou hij mij soms met kwaad vergelden, Ieder, die het hoort, zal zich dan voor hem wachten.stylusLeviticus 10:10, Leviticus 10:10, Ezechiël 22:8, Maleachi 2:8, Ezechiël 22:827Wie geeft mij een wacht op mijn mond, Een goedsluitend zegel op mijn lippen, Opdat ik er niet door ten val moge komen, En mijn tong mij niet in het verderf moge storten?stylusEzechiël 22:13, Ezechiël 22:13, Ezechiël 22:6, Jesaja 1:23, Ezechiël 22:628stylusEzechiël 13:6, Ezechiël 13:7, Ezechiël 13:6, Ezechiël 13:7, Ezechiël 13:1029stylusEzechiël 22:7, Ezechiël 22:7, Exodus 23:9, Exodus 23:9, Jeremia 5:3130stylusJesaja 59:16, Jesaja 59:16, Jeremia 5:1, Jeremia 5:1, Psalmen 106:2331stylusEzechiël 16:43, Ezechiël 7:8, Ezechiël 7:9, Ezechiël 9:10, Ezechiël 16:4332stylus33stylus