1Verblijd u niet om de schoonheid van knapen, die niet deugen, En verheug u niet over goddeloze kinderen;stylus2Al gedijen ze ook, schep er geen vreugde in, Als zij de vreze des Heren niet hebben.stylusEzechiël 22:2, Ezechiël 22:2, Ezechiël 20:4, Ezechiël 20:4, Jesaja 58:13Heb geen verwachtingen van hun leven, En stel geen vertrouwen in hun toekomst; Want één, die Gods wil doet, is meer waard dan duizend, Beter kinderloos sterven, dan veel slechte kinderen.stylusEzechiël 16:45, Ezechiël 16:45, Jesaja 51:1, Jesaja 51:2, Jesaja 51:14Door één godvrezende blijft een stad bewoond; Maar door een geslacht van zondaars gaat ze te gronde.stylusHosea 2:3, Hosea 2:3, Genesis 15:13, Jozua 24:2, Deuteronomium 15:155Meer dergelijke dingen hebben mijn ogen gezien, Nog sterker gevallen vernamen mijn oren:stylusDeuteronomium 32:10, Deuteronomium 32:10, Exodus 1:22, Genesis 21:10, Klaagliederen 4:36In de bende der bozen ontvlamde het vuur. In het goddeloze volk ontbrandde de toorn;stylusEfeziërs 2:4, Efeziërs 2:5, Efeziërs 2:4, Efeziërs 2:5, Titus 3:37Hij schonk geen vergiffenis aan de reuzen der oudheid, Die de wereld beroerden door hun kracht.stylusExodus 1:7, Deuteronomium 1:10, Exodus 1:7, Deuteronomium 1:10, Jesaja 62:38De medeburgers van Lot heeft Hij niet gespaard, Toen zij Hem tartten door hun overmoed;stylusJeremia 2:2, Jeremia 2:3, Ruth 3:9, Jeremia 2:2, Jeremia 2:39Evenmin de volkeren, door de banvloek getroffen, Maar om hun zonden dreef Hij ze weg.stylusRuth 3:3, Psalmen 23:5, Ruth 3:3, Psalmen 23:5, 1 Korintiërs 6:1110Zo ook de zeshonderdduizend man voetvolk, Die werden verdelgd om de verstoktheid huns harten.stylusEzechiël 16:13, Ezechiël 16:18, Ezechiël 16:13, Ezechiël 16:18, Jesaja 61:1011Ja, al bleef er maar één hardnekkig, Wonder, als hij niet zou worden gestraft. Want bij Hem is erbarming, maar ook gramschap; Hij spaart en vergeeft, maar stort op de bozen zijn toorn.stylusGenesis 24:22, Genesis 24:22, Jesaja 3:19, Jesaja 3:19, Genesis 41:4212Zo groot zijn ontferming, zo groot ook zijn straffen; Hij oordeelt eenieder volgens zijn werken.stylusJesaja 3:21, Jesaja 3:21, Jesaja 28:5, Jesaja 28:5, Jeremia 13:1813De boze zal met zijn bezit niet ontkomen; Maar de hoop van de goeden zal Hij nimmer beschamen.stylusDeuteronomium 32:13, Deuteronomium 32:14, Psalmen 50:2, 1 Koningen 4:21, Deuteronomium 32:1314Ieder, die gerechtigheid doet, zal worden beloond; Iedere mens ontvangt van Hem naar zijn werken.stylusKlaagliederen 2:15, 1 Koningen 10:24, Klaagliederen 2:15, 1 Koningen 10:24, 1 Korintiërs 4:715stylusEzechiël 16:25, Jesaja 57:8, Jeremia 2:20, Ezechiël 16:25, Jesaja 57:816stylus2 Koningen 23:7, 2 Koningen 23:7, Hosea 2:8, Ezechiël 7:20, 2 Kronieken 28:2417Denk niet: Ik ben voor God verborgen; Wie in den hoge denkt er aan mij? Onder zo'n grote massa word ik niet bemerkt; Wat ben ik onder zo vele mensen?stylusEzechiël 23:14, Ezechiël 23:21, Ezechiël 23:14, Ezechiël 23:21, Jeremia 2:2718Zie, hemel en hemel der hemelen, afgrond en aarde, Zij beven, als Hij er op neerziet;stylus19De grondslagen der bergen, de fundamenten der aarde, Zij sidderen, als Hij ze beschouwt.stylusEzechiël 16:13, Ezechiël 16:13, Hosea 2:8, Hosea 2:13, Deuteronomium 32:1420En toch schenkt Hij geen aandacht aan mij; Wie zou er letten op mijn wegen?stylusEzechiël 23:37, Ezechiël 23:37, Jeremia 7:31, Psalmen 106:37, Psalmen 106:3821Als ik zondig, geen oog dat het ziet; Als ik lieg in het diepste geheim, wie weet het?stylus2 Koningen 17:17, 2 Koningen 17:17, 2 Koningen 23:10, Deuteronomium 18:10, Psalmen 106:3722Een goede daad, wie maakt ze bekend; Wat heb ik te hopen, al doe ik mijn plicht?stylusJeremia 2:2, Jeremia 2:2, Hosea 11:1, Ezechiël 16:43, Hosea 11:123Stompzinnigen zijn het, die zo denken; Alleen een dwaas kan zo spreken!stylusMattheüs 23:13, Mattheüs 23:29, Openbaring 8:13, Ezechiël 13:18, Ezechiël 13:324Luistert naar mij en verneemt mijn wijsheid, Schenkt aandacht aan mijn woorden;stylusJeremia 2:20, Jesaja 57:7, Psalmen 78:58, Ezechiël 16:39, Ezechiël 16:3125Na diep gepeins zal ik mijn geest laten sprankelen, Met bescheidenheid mijn kennis verkonden.stylusJeremia 3:2, Ezechiël 16:31, Jeremia 3:2, Ezechiël 16:31, Openbaring 17:1626Toen God in den beginne zijn werken schiep, En volgens hun taak hun een plaats bereidde,stylusEzechiël 23:19, Ezechiël 23:21, Ezechiël 23:19, Ezechiël 23:21, Ezechiël 20:727Heeft Hij voor immer hun werk geordend, Voor altijd hun gebied vastgesteld. Ze worden niet hongerig en lijden geen dorst, En houden niet op met hun werk;stylusJesaja 9:12, Jesaja 9:12, Ezechiël 16:57, Ezechiël 16:57, Ezechiël 16:3728Er is er niet één, die den ander verdringt,stylus2 Koningen 16:7, 2 Koningen 16:7, Jeremia 2:36, Hosea 10:6, 2 Koningen 16:1029Nooit zijn ze aan zijn woord ongehoorzaam.stylusEzechiël 23:14, Ezechiël 23:21, Richteren 2:12, Richteren 2:19, Ezechiël 13:1430Toen blikte de Heer op de aarde neder, En vervulde haar met zijn gaven;stylusJeremia 3:3, Jeremia 3:3, Jeremia 4:22, Jesaja 1:3, Jesaja 3:931Hij heeft haar met allerlei levende wezens bedekt, Die eens tot haar zullen terugkeren.stylusJesaja 52:3, Ezechiël 16:33, Ezechiël 16:34, Jesaja 52:3, Ezechiël 16:33