1De Heer heeft den mens uit aarde geschapen, Maar Hij voert hem ook tot haar terug;stylus2Hij schonk hun slechts weinige dagen, een vaste tijd, En gaf hun macht over wat er op aarde bestaat.stylusEzechiël 20:49, Ezechiël 20:49, Mattheüs 13:35, Mattheüs 13:35, Mattheüs 13:133Naar hun aard heeft Hij hen met macht bekleed, En naar zijn beeld hen geschapen;stylusJeremia 48:40, Hosea 8:1, Jeremia 48:40, Hosea 8:1, Ezechiël 17:74Alle vlees vervulde Hij met ontzag voor den mens, Want Hij maakte hem heer over dieren en vogels.stylusJeremia 51:13, Openbaring 18:11, Openbaring 18:19, Jesaja 43:14, Openbaring 18:35stylusJesaja 44:4, Deuteronomium 8:7, Deuteronomium 8:9, Jesaja 44:4, Deuteronomium 8:76Hij schonk hun een tong, ogen en oren, En gaf hun een hart om te denken;stylusEzechiël 17:14, Ezechiël 17:14, Spreuken 16:18, Spreuken 16:19, Spreuken 16:187Met verstand en kennis vervulde Hij hen, En toonde hun, wat goed is en kwaad.stylusEzechiël 31:4, Ezechiël 17:15, Ezechiël 31:4, Ezechiël 17:15, 2 Koningen 24:208Hij plaatste zijn oog in hun hart, Opdat zij de grootheid zijner werken zouden begrijpen.stylusEzechiël 17:5, Ezechiël 17:6, Ezechiël 17:5, Ezechiël 17:69stylusJesaja 30:1, Jesaja 30:7, Jesaja 31:1, Jesaja 31:3, Jeremia 21:410Zij zullen de lof verkonden van zijn heilige Naam, Om de grootheid van zijn werken te prijzen.stylusHosea 13:15, Hosea 13:15, Hosea 12:1, Johannes 15:6, Marcus 11:2011Hij gaf hun nog weer nieuwe kennis, Toen Hij hun de wet des levens gaf;stylus12Hij sloot met hen een eeuwig verbond, En openbaarde hun zijn wetten.stylusEzechiël 24:19, Ezechiël 24:19, Ezechiël 17:3, Ezechiël 1:2, Ezechiël 17:313Hun ogen hebben zijn grote glorie aanschouwd, Hun oren zijn heerlijke stem vernomen.stylus2 Kronieken 36:13, 2 Kronieken 36:13, 2 Koningen 24:15, 2 Koningen 24:17, 2 Koningen 24:1514Hij sprak tot hen: “Wacht u voor alle kwaad,” En gaf iedereen geboden over zijn naaste.stylusEzechiël 29:14, Ezechiël 29:14, Mattheüs 22:17, Mattheüs 22:21, Deuteronomium 28:4315Hun wegen liggen altijd voor Hem open, En zijn niet verborgen voor zijn ogen;stylus2 Koningen 24:20, Jeremia 34:3, Jeremia 38:18, 2 Kronieken 36:13, Ezechiël 17:716stylusEzechiël 12:13, Ezechiël 12:13, Jeremia 52:11, Jeremia 52:11, Exodus 8:217stylusJeremia 37:7, Jeremia 37:7, Ezechiël 4:2, Jesaja 36:6, Ezechiël 29:618stylus1 Kronieken 29:24, 1 Kronieken 29:24, 2 Kronieken 30:8, 2 Kronieken 30:8, Klaagliederen 5:619Al hun werken staan als de zon voor zijn aanschijn, Want zijn ogen rusten steeds op hun wegen.stylusJeremia 5:9, Jeremia 5:2, Deuteronomium 5:11, Jeremia 5:9, Jeremia 5:220Hun ongerechtigheden zijn voor Hem niet verborgen; Al hun zonden liggen open voor den Heer.stylusEzechiël 12:13, Ezechiël 12:13, Jeremia 2:35, Ezechiël 32:3, Ezechiël 20:3521stylus2 Koningen 25:5, 2 Koningen 25:11, 2 Koningen 25:5, 2 Koningen 25:11, Ezechiël 12:1422Als een zegelring bewaart Hij de aalmoes der mensen, Iemands weldaad als de appel van het oog;stylusJesaja 53:2, Zacharia 6:12, Zacharia 6:13, Ezechiël 20:40, Jesaja 11:123Later verheft Hij Zich om het hun te belonen, Of om straf op hun hoofd te doen komen.stylusMattheüs 13:32, Mattheüs 13:32, Ezechiël 31:6, Ezechiël 31:6, Jesaja 2:224Toch schenkt Hij bekering aan de boetvaardigen. En moedigt de vertwijfelden aan:stylusAmos 9:11, Amos 9:11, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:28, 1 Korintiërs 1:2725Keer terug tot den Heer, en verlaat de zonden; Bid voor zijn aanschijn, en verminder het kwaad.stylus26Bekeer u tot God, wend u af van het onrecht. Haat, zo diep als ge kunt, alle gruwel!'.stylus27Wie zal in het dodenrijk den Allerhoogste loven, Zoals de levenden Hem prijzen?stylus28Een dode is niet meer; hij heeft alle lof gestaakt; De levende en gezonde kunnen Jahweh nog loven.stylus29Hoe groot is Jahweh's ontferming, En zijn erbarming voor die zich tot Hem bekeren!stylus30Niet alles toch is volmaakt bij de mensen, Daar het mensenkind niet onsterfelijk is.stylus31Wat straalt er meer dan de zon; toch wordt ze verduisterd: En de mens is maar een schepsel van vlees en bloed.stylus