1Wie Jahweh vreest, zal dit alles doen, En wie de Wet nastreeft, zal haar vinden;stylus2Zij treedt als een moeder hem tegemoet, En ontvangt hem als de vrouw zijner jeugd.stylusHosea 10:1, Hosea 10:1, Jesaja 5:1, Jesaja 5:7, Psalmen 80:83Dan spijst zij hem met het brood der wijsheid, En laaft hem met het water der kennis;stylusJeremia 24:8, Mattheüs 5:13, Lucas 14:34, Lucas 14:35, Marcus 9:504Hij kan op haar steunen zonder te wankelen, Op haar vertrouwen, en nooit tevergeefs.stylusJohannes 15:6, Johannes 15:6, Jesaja 27:11, Psalmen 80:16, Jesaja 27:115Zij zal hem verheffen boven zijn makkers, Zijn mond ontsluiten in de vergadering.stylusJeremia 3:16, Jeremia 3:166Vreugde en blijdschap zal hij vinden, En eeuwige roem doet zij hem erven.stylusEzechiël 17:3, Ezechiël 17:10, Jeremia 25:18, Jeremia 4:7, Jeremia 44:217Maar zondaars verkrijgen haar nooit, En trotsaards zijn voor haar blind;stylusEzechiël 14:8, Ezechiël 14:8, Psalmen 34:16, Jesaja 24:18, Amos 9:18Van spotters houdt zij zich verre, En leugenaars gedenken haar niet.stylusEzechiël 6:14, Ezechiël 6:14, 2 Kronieken 36:14, 2 Kronieken 36:16, Ezechiël 14:139In de mond van den zondaar past haar lof niet, Want hij heeft haar van God niet verkregen;stylus10Maar de mond van den wijze verkondigt haar lof, Want wie haar bezit, kan haar aan anderen leren.stylus11Denk niet: Mijn zonde komt van God; Want wat Hij haat, dat kan Hij niet doen.stylus12Zeg toch niet: Hij heeft mij doen vallen; Want Hij heeft den zondaar niet nodig.stylus13Jahweh haat alle zonde en kwaad, En die hem vrezen, bewaart Hij er voor.stylus14Sinds God den mens schiep in de aanvang, Heeft Hij hem overgelaten aan zijn eigen verstand.stylus15Als ge wilt, kunt ge de geboden bewaren. Als ge wijs zijt, volbrengt ge zijn wil.stylus16Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest.stylus17Vóór den mens ligt de keus tussen leven en dood; Wat hij verlangt, dat wordt hem gegeven.stylus18Onmetelijk is de wijsheid van Jahweh; Sterk is zijn kracht en alles doorschouwt Hij.stylus19De ogen van God zien neer op zijn werken, En Hij kent alle daden der mensen;stylus20Hij heeft den mens niet bevolen te zondigen, En daarom zegent Hij zondaars niet.stylus21stylus22stylus