1Wie pek aanraakt, aan zijn hand blijft het kleven; Wie met een spotter omgaat, krijgt zijn manieren.stylus2Wilt ge dragen, wat te zwaar voor u is? Waarom dan omgang hebben met wie rijker is dan gij? Kan de pot wel samengaan met de ketel? Stoten ze tegen elkander, de pot zal breken.stylusEzechiël 13:17, Ezechiël 13:17, Jeremia 37:19, Jeremia 37:19, Ezechiël 22:283Doet de rijke onrecht, hij beroemt er zich op; De arme moet nog smeken, als hij verdrukt wordt.stylusKlaagliederen 2:14, Klaagliederen 2:14, Jeremia 23:28, Jeremia 23:32, Jeremia 23:284Zo ge hem van dienst zijt, buit hij u uit; Als ge er bij neervalt, spaart hij u niet.stylusOpenbaring 19:20, Openbaring 19:20, 2 Tessalonicenzen 2:9, 2 Tessalonicenzen 2:10, Micha 2:115Zo lang ge hebt, doet hij vriendelijk met u, Maar maakt u arm zonder enige spijt.stylusEzechiël 22:30, Ezechiël 22:30, Jesaja 58:12, Psalmen 106:23, Jesaja 58:126Heeft hij u nodig, dan is hij verknocht, Schertst met u, en doet erg vertrouwelijk;stylusJeremia 29:8, Ezechiël 22:28, Jeremia 28:15, Jeremia 29:8, Ezechiël 22:287Totdat hij geslaagd is. drijft hij zijn spel met u, Tweemaal, driemaal kleedt hij u uit. Ziet hij u later, dan loopt hij u voorbij, En schudt zijn hoofd over u.stylusMattheüs 24:23, Mattheüs 24:24, Ezechiël 13:6, Ezechiël 13:2, Ezechiël 13:38Geef dus acht, word niet te overmoedig; Word niet gelijk aan mensen zonder verstand.stylusEzechiël 21:3, Ezechiël 5:8, Ezechiël 21:3, Ezechiël 5:8, Nahum 2:139Nadert er een prins, houd u op een afstand, Met des te groter aandrang zal hij u ontbieden;stylusPsalmen 69:28, Ezechiël 20:38, Psalmen 87:6, Psalmen 69:28, Ezechiël 20:3810Dring u niet op, anders wijst men u terug, Blijf ook niet te ver, anders wordt ge vergeten.stylusEzechiël 13:16, Ezechiël 22:28, Ezechiël 13:16, Ezechiël 22:28, Jeremia 8:1111Ga niet te vrijpostig met hem om, En vertrouw niet te veel op zijn praten; Want hij praat zo veel, om u te beproeven, Hij schertst met u en hoort u uit.stylusEzechiël 38:22, Ezechiël 38:22, Jesaja 28:2, Jesaja 28:2, Jesaja 28:1512Meedogenloos drijft hij met iemand de spot, Onbarmhartig legt hij lagen voor velen.stylusKlaagliederen 2:14, Klaagliederen 2:15, Richteren 9:38, Richteren 10:14, 2 Koningen 3:1313Wees dus gewaarschuwd en blijf op uw hoede; Ga niet om met mensen van geweld.stylusJesaja 30:30, Jesaja 30:30, Openbaring 11:19, Openbaring 16:21, Psalmen 148:814stylusMicha 1:6, Jeremia 6:15, Micha 1:6, Jeremia 6:15, Habakuk 3:1315Zoals ieder wezen zijns gelijke bemint, Evenzo de mens dengene, die op hem gelijkt.stylusNehemia 4:3, Psalmen 62:3, Jesaja 30:13, Nehemia 4:3, Psalmen 62:316Ieder wezen sluit zich aan bij zijn soort, Zo moet ook de mens slechts omgaan met zijns gelijke.stylusJeremia 6:14, Ezechiël 13:10, Jeremia 6:14, Ezechiël 13:10, Jeremia 8:1117Sluit de wolf zich soms aan bij het lam? Evenmin de boze bij den rechtvaardige.stylusEzechiël 13:2, Ezechiël 13:2, Openbaring 2:20, Richteren 4:4, 2 Koningen 22:1418Is er wel vrede tussen hyena en hond? Evenmin is er vrede tussen rijk en arm.stylus2 Petrus 2:14, 2 Petrus 2:14, Ezechiël 13:20, Ezechiël 13:20, Jeremia 6:1419De ezel der steppe is een prooi voor den leeuw, Zo zijn de armen de kudde der rijken.stylusSpreuken 28:21, Micha 3:5, Spreuken 28:21, Micha 3:5, Ezechiël 22:2620Zoals de trotse de ootmoed veracht, Zo minacht de rijke den arme.stylusEzechiël 13:18, Ezechiël 13:18, 2 Timotheüs 3:8, 2 Timotheüs 3:9, 2 Timotheüs 3:821Wankelt de rijke, hij wordt gesteund door een vriend; Maar wankelt de arme, men stuurt hem van den een naar den ander.stylusPsalmen 91:3, Psalmen 91:322Als de rijke spreekt, heeft hij vele handlangers, En zijn lelijke woorden noemt men nog mooi. Maar spreekt de arme, dan lacht men hem uit; Al spreekt hij verstandig, hij vindt geen gehoor.stylusJeremia 23:14, Jeremia 23:14, Jeremia 14:13, Jeremia 14:17, Jeremia 14:1323Als de rijke spreekt, zwijgen allen stil, En hemelhoog verheft men zijn onzin. Maar spreekt een arme, dan zegt men: “Wie is dat?” Begaat hij een vergissing, dan stoot men hem neer.stylusEzechiël 13:21, Ezechiël 13:21, Micha 3:6, Ezechiël 12:24, Micha 3:624Goed is de rijkdom, als hij is zonder zonde; Maar slecht is de armoe, die voortkomt uit kwaad.stylus25's Mensen hart verandert zijn gelaat, Hetzij ten goede of ten kwade;stylus26Een blij gelaat is het teken van een goed geweten, In eenzaamheid peinzen het teken van zinnen op kwaad.stylus27stylus28stylus29stylus30stylus31stylus32stylus