Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 14

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 14

1Gelukkig de mens dus, wiens mond hem niet aanklaagt, En wiens hart geen beschuldiging tegen hem uit;
Ezechiël 8:1, Ezechiël 8:1, Ezechiël 20:1, Ezechiël 20:1, Ezechiël 33:31
2Gelukkig de mens, wiens geweten geen verwijten doet, Want zijn hoop zal nimmer vergaan!
Amos 3:7, Amos 3:7, 1 Koningen 14:4, 1 Koningen 14:4
3Een gierig mens heeft niets aan rijkdom, En een vrek is met goud niet gebaat.
Ezechiël 14:7, Ezechiël 14:7, Ezechiël 7:19, Ezechiël 7:19, Jesaja 1:15
4Wie zich zelf te kort doet, spaart voor anderen, En vreemden genieten van zijn goed.
Jesaja 66:4, Ezechiël 14:7, Jesaja 66:4, Ezechiël 14:7, Jesaja 3:11
5Wie zichzelf niets gunt, is voor niemand goed; Maar ook zelf geniet hij niet van zijn bezit.
Jesaja 1:4, Jesaja 1:4, Zacharia 11:8, Zacharia 11:8, Romeinen 1:30
6Wie slecht is voor zichzelf, geen slechter dan hij; Maar hij wordt ook beloond voor zijn slechtheid!
Ezechiël 18:30, Ezechiël 18:30, Jesaja 2:20, Jesaja 30:22, Jesaja 2:20
7Doet hij soms goed, het is bij vergissing; Want tenslotte komt zijn ondeugd uit.
Exodus 12:48, Exodus 12:48, Jesaja 58:1, Jesaja 58:2, Jesaja 58:1
8Slecht is de mens met hebzuchtige blik; Hij wendt het gelaat af en bekommert zich om niemand,
Ezechiël 15:7, Ezechiël 15:7, Ezechiël 5:15, Jeremia 44:11, Ezechiël 5:15
9Het oog van den vrek heeft aan zijn bezit niet genoeg, En het afgunstig oog mergelt hem uit.
Jeremia 4:10, Ezechiël 20:25, Jeremia 4:10, Ezechiël 20:25, Jesaja 66:4
10Het gierig oog ziet uit naar spijzen, Want niets staat er op zijn tafel; Maar een goed mens heeft spijs genoeg, Zelfs uit een droge bron stroomt water op tafel.
Ezechiël 23:49, Ezechiël 23:49, Ezechiël 17:18, Ezechiël 17:20, Genesis 4:13
11Mijn zoon, zo ge wat hebt, doe uzelf dan te goed, En geniet ervan naar vermogen;
Ezechiël 37:23, Ezechiël 37:23, Ezechiël 48:11, Ezechiël 44:10, Ezechiël 48:11
12Denk er aan, dat de dood niet draalt, Dat de tijd, die u rest, u niet wordt gemeld.
13Voordat ge sterft, doe wel aan uw naaste, Geef hem, zoveel ge maar kunt;
Leviticus 26:26, Ezechiël 4:16, Leviticus 26:26, Ezechiël 4:16, Ezechiël 15:8
14Maar ontzeg ook uzelf geen gelukkige dag, Laat uw deel van het genot u niet ontsnappen.
Jeremia 15:1, Ezechiël 14:20, Jeremia 15:1, Ezechiël 14:20, Ezechiël 28:3
15Moet ge niet uw bezit aan anderen achterlaten; Zullen zij uw vermogen niet verdelen door het lot?
Ezechiël 5:17, Leviticus 26:22, Ezechiël 5:17, Leviticus 26:22, Jeremia 15:3
16Geef dus uw naaste, en vertroetel uzelf, Want in het dodenrijk is geen vreugde meer te vinden;
Genesis 19:29, Genesis 19:29, Jakobus 5:16, Ezechiël 33:11, Job 22:20
17Alle vlees wordt oud als een kleed, Want van ouds luidt de wet: Het moet sterven!
Leviticus 26:25, Ezechiël 21:3, Ezechiël 21:4, Leviticus 26:25, Ezechiël 21:3
18Zoals de bloesem ontspruit aan de groene boom, En het ene verwelkt, als het andere ontluikt, Zo ook het geslacht van vlees en bloed: Het ene sterft uit, het andere komt op;
19Al zijn werken zullen vergaan, Want het werk van zijn handen komt achter hem aan.
Ezechiël 38:22, Ezechiël 38:22, Ezechiël 7:8, 2 Samuël 24:15, Jeremia 14:12
20Vierde reeks. De wijsheid en de zonde der mensen. Inleiding. De vruchten der wijsheid. Gelukkig de mens, die bedacht is op wijsheid, En naarstig zich toelegt op inzicht;
Ezechiël 14:14, Ezechiël 14:14, Handelingen 10:35, Psalmen 33:18, Psalmen 33:19
21Die zijn hart er op zet, haar wegen te kennen, En inzicht te krijgen in haar geheimen;
Ezechiël 33:27, Ezechiël 5:17, Ezechiël 33:27, Ezechiël 5:17, Ezechiël 14:15
22Die haar achtervolgt, als was hij een verspieder, En al haar wegen beloert;
Ezechiël 12:16, Ezechiël 12:16, Ezechiël 20:43, Ezechiël 20:43, Hebreeën 12:6
23Die door haar venster naar binnen gluurt, En luistervink speelt aan haar deur;
Jeremia 22:8, Jeremia 22:9, Jeremia 22:8, Jeremia 22:9, Daniël 9:7
24Die rond haar huis zijn verblijfplaats zoekt, En zijn tentpin in haar muren drijft;
25Die aan haar zijde zijn tent opslaat, En daar een goede woning vindt;
26Die zijn nest in haar lover bouwt, En op haar takken verpoost;
27Die in haar schaduw zich tegen de hitte beschut, En een schuilhoek vindt om te wonen.

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 14
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward