Een blij gelaat is het teken van een goed geweten, In eenzaamheid peinzen het teken van zinnen op kwaad.
Vergelijk Vertalingen
Een nederige struikelt, en men bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken, en men geeft hem geen plaats. [13:27] De rijke spreekt, en zij zwijgen allen, en verhogen zijn rede tot aan de wolken. [13:28] De arme spreekt, en men zegt: Wie is deze? en indien hij aanstoot, men zal hem voorts omstoten. [13:29] De rijkdom is goed, bij welke geen zonde is, en de armoede is kwaad in de mond des goddelozen. [13:30] Het hart des mensen verandert zijn aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een hart in genoegen groenende maakt een vrolijk aangezicht. [13:31] Een groenend aangezicht is een teken van een hart dat wel gesteld is, en vinding der gelijkenissen in overlegging met moeite.
Een blij gelaat is het teken van een goed geweten, In eenzaamheid peinzen het teken van zinnen op kwaad.





