Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Ruth Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RUTH

Ruth 3

1Maar eens zei haar schoonmoeder Noömi tot haar: Ik moet toch een tehuis voor u zoeken, mijn dochter, waarin ge het goed zult hebben.
Ruth 1:9, Ruth 1:9, 1 Timotheüs 5:8, 1 Timotheüs 5:8, 1 Timotheüs 5:14
2Welnu, die Bóoz, die bloedverwant van ons, bij wiens knechten ge zijt geweest, gaat vanavond gerst wannen op het dorsveld.
Deuteronomium 25:5, Deuteronomium 25:10, Deuteronomium 25:5, Deuteronomium 25:10, Ruth 2:20
3Ga u wassen en zalven; doe dan uw mantel om, en ga naar het dorsveld. Maar ge moet er voor zorgen, door den man niet opgemerkt te worden, vóór hij klaar is met eten en drinken.
2 Samuël 14:2, 2 Samuël 14:2, 1 Timotheüs 2:9, 1 Timotheüs 2:10, 1 Timotheüs 2:9
4Als hij echter gaat slapen, let dan goed op, waar hij zich neerlegt; ge gaat er heen, neemt het dek van zijn voeten weg, en legt u daar neer; hij zal u wel zeggen, wat ge moet doen.
1 Tessalonicenzen 5:22, 1 Tessalonicenzen 5:22
5Zij antwoordde haar: Ik zal doen, wat ge gezegd hebt.
Kolossenzen 3:20, Kolossenzen 3:20, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:1
6Daarop ging ze naar het dorsveld, en deed, wat haar schoonmoeder haar bevolen had.
Spreuken 1:8, Spreuken 1:8, Johannes 2:5, Exodus 20:12, Johannes 2:5
7Toen Bóoz gegeten en gedronken had, en in goede stemming bij de rand van de gersthoop was gaan slapen, sloop Rut er heen, nam het dek van zijn voeten weg en legde zich neer.
Richteren 19:6, Esther 1:10, Richteren 19:6, Esther 1:10, Richteren 19:9
8Midden in de nacht nu schrok de man op; hij voelde om zich heen, en zie: daar lag een vrouw aan zijn voeten!
9Hij vroeg: Wie zijt ge? Zij antwoordde: Ik ben Rut, uw dienstmaagd; sla uw mantelslip over uw dienstmaagd heen, want gij zijt losser.
Ezechiël 16:8, Ezechiël 16:8, Ruth 2:20, Ruth 2:20, Ruth 3:12
10Toen zei hij: Wees door Jahweh gezegend, mijn kind; dit tweede bewijs van uw goedheid is nog mooier dan het eerste; want ge zijt geen jonge mannen achterna geloopen, geen arme of rijke.
Ruth 2:20, Ruth 2:20, 1 Korintiërs 13:4, 1 Korintiërs 13:5, Ruth 1:8
11Hebt dus geen zorgen, mijn kind! Al wat ge me vraagt, zal ik voor u doen; want al mijn stadgenoten weten, dat ge een deugdzame vrouw zijt.
Spreuken 31:29, Spreuken 31:31, Spreuken 31:29, Spreuken 31:31, Spreuken 31:10
12En nu, ik ben inderdaad losser; maar er is nog een ander losser, die u nader staat dan ik.
Ruth 4:1, Ruth 4:1, 1 Tessalonicenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 4:6, Mattheüs 7:12
13Blijf voor vannacht nu maar hier. Wanneer morgen die man als losser u nemen wil, goed, dan doe hij dat; maar wil hij het niet, dan zal ik als losser u nemen, zowaar Jahweh leeft. Ga nu maar slapen tot morgenvroeg.
Jeremia 4:2, Ruth 4:5, Jeremia 4:2, Ruth 4:5, Ruth 2:20
14Ze sliep dus aan zijn voeten tot de volgende morgen. Maar nog vóór men elkaar kon herkennen, stond ze reeds op; want hij dacht: Men behoeft niet te weten, dat de vrouw op het dorsveld geweest is.
2 Korintiërs 8:21, 2 Korintiërs 8:21, Romeinen 14:16, Romeinen 14:16, 1 Korintiërs 10:32
15Daarop zei hij: Geef die doek eens hier, die ge om hebt, en houd hem op. En terwijl ze hem ophield, schudde hij er zes maten gerst in uit, en belaadde haar er mee. Zo ging ze naar de stad,
Jesaja 32:8, Galaten 6:10, Jesaja 32:8, Galaten 6:10
16en kwam bij haar schoonmoeder. Deze vroeg: Hoe is het u gegaan, mijn dochter? Ze vertelde haar al wat de man met haar had gedaan.
17En ze vervolgde: Hij heeft mij ook nog deze zes maten gerst gegeven. Hij zeide:Ge moogt niet met lege handen bij uw schoonmoeder komen.
18Toen zei Noömi: Wacht nu maar geduldig af, mijn dochter, tot ge weet, hoe de zaak uitvalt; want die man zal wel niet rusten, eer hij, vandaag nog, deze aangelegenheid heeft afgewikkeld.
Psalmen 37:3, Psalmen 37:5, Psalmen 37:3, Psalmen 37:5, Jesaja 28:16

Andere Boeken

Ruth1 Samuël2 Samuël+

Andere Boeken

RuthHfst. 3
1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen1 Kronieken
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward