1Intussen had Bóoz zich naar de stadspoort begeven en was daar gaan zitten. En zie, daar kwam de losser voorbij, over wien hij gesproken had. Bóoz riep: Zeg, man, kom hier eens even zitten. En hij kwam naderbij en zette zich neer.stylusDeuteronomium 25:7, Ruth 3:12, Deuteronomium 25:7, Ruth 3:12, Deuteronomium 16:182Daarna haalde Booz tien mannen uit de oudsten der stad, en zeide: Neemt ook gij hier even plaats. En ook zij zetten zich neer.stylusSpreuken 31:23, Spreuken 31:23, 1 Koningen 21:8, 1 Koningen 21:8, Handelingen 6:123Nu sprak hij tot den losser: Noömi, die uit de velden van Moab is teruggekeerd, moet het stuk land van onzen bloedverwant Elimélek verkopen.stylusSpreuken 13:10, Psalmen 112:5, Spreuken 13:10, Psalmen 112:54Ik heb gemeend, u hiervan op de hoogte te moeten brengen en u te zeggen: Neem het over in tegenwoordigheid van hen, die hier zitten, en ten overstaan van de oudsten van mijn volk. Wilt ge de losser zijn, goed; maar wilt ge geen losser zijn, zeg het mij, dan weet ik het. Want er is geen andere losser dan gij, en ik na u. Hij antwoordde: Ik zal de losser zijn.stylusJeremia 32:7, Jeremia 32:12, Leviticus 25:25, Leviticus 25:29, Jeremia 32:75Maar Bóoz vervolgde: Wanneer gij van Noömi dit stuk land overneemt, moet ge ook Rut, de moabietische, de vrouw van den overledene nemen, om zijn naam op zijn erfdeel in stand te houden.stylusDeuteronomium 25:5, Deuteronomium 25:6, Genesis 38:8, Mattheüs 22:24, Deuteronomium 25:56Toen zei de losser: Dan kan ik voor mij geen losser zijn; anders zou ik mijn eigen erfdeel maar schaden. Maak gij van mijn losrecht gebruik; ik kan hier geen losser zijn.stylusRuth 3:13, Leviticus 25:25, Ruth 3:13, Leviticus 25:257Nu was men oudtijds in Israël bij iedere lossing en ruil gewoon, om ter bekrachtiging van wat dan ook zijn schoen uit te trekken, en hem den ander over te reiken; in Israël was dit de manier, om iets zijn beslag te geven.stylusDeuteronomium 25:7, Deuteronomium 25:10, Deuteronomium 25:7, Deuteronomium 25:108Toen dan ook de losser tot Bóoz zeide: Neem mijn losrecht maar over, trok hij zijn schoen uit, en gaf hem die.stylus9Daarop sprak Bóoz tot de oudsten en heel het volk: Gij zijt thans getuigen, dat ik van Noömi overneem al wat Elimélek, Kiljon en Machlon heeft toebehoord.stylusJeremia 32:10, Jeremia 32:12, Genesis 23:16, Genesis 23:18, Jeremia 32:1010En ook Rut, de moabietische, de vrouw van Machlon, neem ik als vrouw, opdat de naam van den overledene op zijn erfdeel kan blijven voortbestaan, en niet verloren ga bij zijn bloedverwanten en stadgenoten. Gij zijt er thans de getuigen van.stylusDeuteronomium 25:6, Deuteronomium 25:6, Efeziërs 5:25, Efeziërs 5:25, Psalmen 34:1611En al het volk bij de poort en de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen! Jahweh make de vrouw, die uw huis binnengaat, als Rachel en Lea, die tezamen het huis van Israël hebben gebouwd. Word machtig in Efrata, en in Betlehem beroemd.stylusGenesis 29:32, Genesis 30:24, Genesis 29:32, Genesis 30:24, Mattheüs 2:612Als het huis van Fáres, die Tamar aan Juda gebaard heeft, worde uw huis door het kroost, dat Jahweh u schenken zal bij deze jonge vrouw.stylusGenesis 38:29, Genesis 38:29, 1 Samuël 2:20, 1 Kronieken 2:4, 1 Samuël 2:2013Zo nam Bóoz Rut tot zijn vrouw. En toen hij zich met haar had verenigd, verleende Jahweh haar zwangerschap, en ze baarde een zoon.stylusGenesis 29:31, Genesis 33:5, Genesis 29:31, Genesis 33:5, Ruth 3:1114Toen zeiden de vrouwen tot Noömi: Gezegend zij Jahweh, die u thans een losser schenkt. Zijn naam zal genoemd worden in Israël!stylusGenesis 12:2, Lucas 1:58, Genesis 12:2, Lucas 1:58, Mattheüs 1:515Hij zal u weer jong maken en uw ouderdom steunen; want uw schoondochter, die u liefheeft, en die u beter is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.stylusPsalmen 55:22, Psalmen 55:22, Genesis 45:11, Jesaja 46:4, Genesis 45:1116Toen nam Noömi het kind, legde het aan haar boezem en verzorgde het.stylus17En de buren gaven het een naam en zeiden: Noömi heeft een zoon gekregen. En ze noemden hem Obed. Hij werd de vader van Jesse, den vader van David.stylusLucas 1:58, Lucas 1:63, Lucas 1:58, Lucas 1:6318Dit is de geslachtslijst van Fáres. Fáres was de vader van Esron,stylusMattheüs 1:3, Mattheüs 1:6, Mattheüs 1:3, Mattheüs 1:6, 1 Kronieken 2:419Esron van Aram, Aram van Amminadab.stylusMattheüs 1:4, 1 Kronieken 2:9, 1 Kronieken 2:10, Lucas 3:33, Mattheüs 1:420Amminadab van Naässon, Naässon van Salmon,stylusNumeri 1:7, Numeri 1:7, Mattheüs 1:4, Lucas 3:32, Mattheüs 1:421Salmon van Bóoz, Bóoz van Obed,stylusLucas 3:32, Mattheüs 1:5, Lucas 3:32, Mattheüs 1:5, 1 Kronieken 2:1122Obed van Jesse, Jesse de vader van David.stylusJesaja 11:1, 1 Samuël 16:1, Lucas 3:31, Mattheüs 1:6, 1 Kronieken 2:15