Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

1 Kronieken Hoofdstuk 1

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
1 KRONIEKEN

1 Kronieken 1

1Adam Set, Enos,
Lucas 3:38, Lucas 3:38, Genesis 4:25, Genesis 5:32, Genesis 4:25
2Kaïnan, Malaleël, Járed,
Lucas 3:37, Lucas 3:37, Genesis 5:12, Genesis 5:20, Genesis 5:12
3Henok, Matoesala, Lámek,
Judas 1:14, Judas 1:14, Lucas 3:36, Lucas 3:37, Hebreeën 11:5
4Noë. Sem, Cham en Jáfet.
Genesis 5:32, Genesis 5:32, Genesis 9:18, Genesis 9:18, Genesis 9:29
5De zonen van Jáfet waren: Gómer, Magog, Madai, Jawan, Toebal, Mésjek en Tiras.
Ezechiël 38:2, Ezechiël 38:3, Genesis 10:1, Genesis 10:5, Ezechiël 27:13
6De zonen van Gómer: Asjkenaz, Rifat en Togarma.
Genesis 10:3, Genesis 10:3
7De zonen van Jawan: Elisja, Tarsjisj, de Kittiërs en de Dodanieten.
Psalmen 72:10, Jesaja 66:19, Numeri 24:24, Jesaja 23:1, Jeremia 2:10
8De zonen van Cham waren: Koesj, Egypte, Poet en Kanaän.
Genesis 10:6, Genesis 10:7, Genesis 10:6, Genesis 10:7
9De zonen van Koesj waren: Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka. De zonen van Rama: Sjeba en Dedan.
10Koesj verwekte ook Nimrod. Deze begon machtig te worden op aarde.
Genesis 10:8, Genesis 10:12, Genesis 10:8, Genesis 10:12, Micha 5:6
11Egypte bracht de Loedieten voort, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftoechieten,
Genesis 10:13, Genesis 10:18, Genesis 10:13, Genesis 10:18
12de Patroesieten en de Kasloechieten, waar de Filistijnen en de Kaftorieten uit voortgekomen zijn.
Deuteronomium 2:23, Amos 9:7, Jeremia 47:4, Deuteronomium 2:23, Amos 9:7
13Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
2 Samuël 11:6, Genesis 49:30, Genesis 49:32, Genesis 23:20, Jozua 9:1
14verder de Jeboesieten, Amorieten en de Girgasjieten,
Jozua 3:10, Genesis 15:21, Jozua 3:10, Genesis 15:21, 2 Koningen 21:11
15de Chiwwieten, Arkieten en Sinieten,
Exodus 3:17, Exodus 3:8, 1 Koningen 9:20, Exodus 13:5, Exodus 3:17
16de Arwadieten, Semarieten en Chamatieten.
1 Koningen 8:65, Numeri 34:8, 1 Koningen 8:65, Numeri 34:8
17De zonen van Sem waren: Elam, Assjoer, Arpaksad, de Lydiërs, Aram, Oes, Choel, Géter en Mésjek.
Numeri 24:22, Numeri 24:24, Ezechiël 32:24, Jesaja 22:6, Hosea 14:3
18Arpaksad verwekte Sála, en Sála weer Éber.
Genesis 10:24, Genesis 11:12, Genesis 11:15, Genesis 10:24, Genesis 11:12
19Éber had twee zonen: de eerste heette Páleg, omdat in zijn tijd de wereld verdeeld werd; zijn broer heette Joktan.
Genesis 10:21, Genesis 10:21, Genesis 10:25, Genesis 11:16, Genesis 11:17
20Joktan verwekte Almodad en Sjélef, Chasarmáwet en Jérach,
Genesis 10:26, Genesis 10:27, Genesis 10:26, Genesis 10:27
21Hadoram, Oezal en Dikla,
22Ebal, Abimaël, Sjeba,
Genesis 10:28, Genesis 10:28
23Ofir, Chawila en Jobab: allen zonen van Joktan.
1 Koningen 9:28, 1 Samuël 15:7, Genesis 25:18, Job 22:24, Jesaja 13:12
24Sem, Arpaksad, Sála,
Genesis 11:10, Genesis 11:26, Genesis 11:10, Genesis 11:26, Lucas 3:34
25Éber en Páleg; Ragaoe,
Lucas 3:35, Lucas 3:35
26Seroeg, Nachor, Tara
Lucas 3:34, Lucas 3:35, Lucas 3:34, Lucas 3:35
27en Abram; dat is dezelfde als Abraham.
Genesis 11:27, Genesis 11:32, Nehemia 9:7, Jozua 24:2, Genesis 11:27
28De zonen van Abraham waren Isaäk en Jisjmaël.
Genesis 17:19, Genesis 17:21, Genesis 16:11, Genesis 16:16, Genesis 21:2
29Hier volgt de lijst van hun afstammelingen. De eerstgeborene van Jisjmaël was Nebajot; verder Kedar, Adbeël en Mibsam,
Jesaja 21:17, Jesaja 60:7, Genesis 25:12, Genesis 25:16, Psalmen 120:4
30Misjma, Doema en Massa, Chadad, Tema,
Genesis 25:15, Jesaja 21:11, Genesis 25:15, Jesaja 21:11
31Jetoer, Nafisj en Kédma. Dit zijn de zonen van Jisjmaël.
32Ketoera, de bijvrouw van Abraham, kreeg de volgende kinderen: Zimran, Joksjan, Medan, Midjan, Jisjbak en Sjóeach. Joksjan verwekte Sjeba en Dedan.
Genesis 25:1, Genesis 25:4, Genesis 25:1, Genesis 25:4, Psalmen 72:15
33De zonen van Midjan waren: Efa, Éfer, Chanok, Abida en Eldaä. Dat waren allen nakomelingen van Ketoera.
Jesaja 60:6, Jesaja 60:6
34Abraham was de vader van Isaäk. De zonen van Isaäk waren Esau en Israël.
Genesis 32:28, Genesis 32:28, Mattheüs 1:2, Lucas 3:34, Handelingen 7:8
35De zonen van Esau waren: Elifáz, Reoeël, Jeoesj, Jalam en Kórach.
Genesis 36:4, Genesis 36:5, Genesis 36:9, Genesis 36:10, Genesis 36:4
36De zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Sefi, Gatam, Kenaz, Timna en Amalek.
Jeremia 49:7, Jeremia 49:20, Genesis 36:11, Genesis 36:15, Obadja 1:9
37De zonen van Reoeël waren: Náchat en Zérach, Sjamma en Mizza.
38De zonen van Seïr waren: Lotan. Sjobal, Sibon en Ana; verder Disjon, Éser en Disjan.
Genesis 36:20, Genesis 36:30, Genesis 36:20, Genesis 36:30
39De zonen van Lotan waren Chori en Homam; de zuster van Lotan was Timna.
Genesis 36:22, Deuteronomium 2:22, Deuteronomium 2:12, Genesis 36:22, Deuteronomium 2:22
40De zonen van Sjobal waren: Aljan, Manáchat, Ebal, Sjefi en Onam. De zonen van Sibon waren Ajja en Ana.
Genesis 36:23, Genesis 36:24, Genesis 36:23, Genesis 36:24
41De zoon van Ana was Disjon. De zonen van Disjon waren: Chamran, Esjban, Jitran en Keran.
Genesis 36:25, Genesis 36:26, Genesis 36:25, Genesis 36:26
42De zonen van Éser waren: Bilhan, Zaäwan en Akan. De zonen van Disjan waren Oes en Aran.
Genesis 36:27, Genesis 36:28, Klaagliederen 4:21, Genesis 36:27, Genesis 36:28
43En dit zijn de koningen, die over het land Edom regeerden, eer er een koning heerste over de zonen Israëls. Béla, de zoon van Beor; zijn hofstad heette Dinhaba.
Numeri 24:17, Numeri 24:19, Genesis 49:10, Genesis 36:31, Genesis 36:43
44Na de dood van Béla regeerde Jobab, de zoon van Zérach uit Bosra in zijn plaats.
Jesaja 34:6, Jesaja 34:6, Jesaja 63:1, Jesaja 63:1, Amos 1:12
45Na de dood van Jobab regeerde Choesjam uit het land der Temanieten in zijn plaats.
Job 2:11, Genesis 36:11, Job 2:11, Genesis 36:11
46Na de dood van Choesjam regeerde Hadad, de zoon van Bedad, in zijn plaats. Hij was het, die Midjan in de vlakten van Moab versloeg; zijn stad heette Awit.
47Na de dood van Hadad regeerde Samla uit Masreka in zijn plaats.
Genesis 36:36, Genesis 36:36
48Na de dood van Samla regeerde Sjaoel uit Rechobot aan de rivier in zijn plaats.
Genesis 36:37, Genesis 36:37
49Na de dood van Sjaoel regeerde Báal-Chanan, de zoon van Akbor, in zijn plaats.
50Na de dood van Báal-Chanan regeerde Hadad in zijn plaats; zijn hofstad heette Paï; zijn vrouw heette Mehetabel, en was de dochter van Matred en kleindochter van Me-Zahab.
Genesis 36:39, Genesis 36:39
51Na de dood van Hadad waren er de volgende stamhoofden in Edom: die van Timna, Alja en Jetet,
Genesis 36:40, Genesis 36:40
52Oholibama, Ela en Pinon,
53Kenaz, Teman en Mibsar,
54Magdiël en Iram. Dit waren dus de stamhoofden van Edom.
Genesis 36:41, Genesis 36:43, Genesis 36:41, Genesis 36:43

Andere Boeken

1 Kronieken2 KroniekenEzra+

Andere Boeken

1 KroniekenHfst. 1
2 KroniekenEzraNehemiaTobitJudith
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward