1Eens ging Samson naar Gaza. Daar zag hij een deerne, en ging bij haar in.stylusJozua 15:47, Jozua 15:47, Ezra 9:1, Ezra 9:2, Genesis 38:162Men vertelde het aan de inwoners van Gaza: Samson is hier gekomen! De hele nacht slopen ze rond, en bleven bij de stadspoort op hem loeren. Doch zolang het nacht was, wilden ze hem niets doen; want ze dachten: We moeten wachten, tot het morgen wordt; dan doden we hem!stylus1 Samuël 23:26, Psalmen 118:10, Psalmen 118:12, 1 Samuël 23:26, Psalmen 118:103Samson bleef tot middernacht slapen; toen stond hij op in het holst van de nacht, greep de deuren van de stadspoort met haar twee stijlen vast, rukte ze los met grendel en al, legde ze op zijn schouders, en droeg ze naar de top van de berg, die tegenover Hebron lag.stylusPsalmen 107:16, Handelingen 2:24, Micha 2:13, Jesaja 63:1, Jesaja 63:54Hierna werd hij verliefd op een vrouw, die Delila heette, en in het dal van Sjorek woonde.stylus1 Korintiërs 10:6, Spreuken 22:14, 1 Korintiërs 10:6, Spreuken 22:14, 1 Koningen 11:15De filistijnse vorsten gingen naar haar toe, en zeiden haar: Praat eens met hem, om te weten te komen, waarin zijn grote kracht is gelegen, en hoe wij hem moeten overmeesteren en binden, om hem te bedwingen; dan geven we u ieder elfhonderd zilveren sikkels.stylusRichteren 14:15, Jozua 13:3, Richteren 14:15, Jozua 13:3, 1 Timotheüs 6:96Delila zei dus tot Samson: Vertel me nu eens, waarin uw grote kracht is gelegen, en hoe men u zou moeten binden, om u in bedwang te houden.stylusSpreuken 22:14, Spreuken 26:28, Jeremia 9:2, Jeremia 9:5, Spreuken 7:217Samson antwoordde haar: Als men mij bindt met zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen, dan ben ik mijn kracht kwijt, en word een gewoon mens.stylusKolossenzen 3:9, Romeinen 3:8, 1 Samuël 27:10, Richteren 16:10, 1 Samuël 19:178Nu bezorgden de filistijnse vorsten haar zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen. Ze bond hem daarmee vast,stylusPrediker 7:26, Prediker 7:269toen er zich enigen bij haar in de kamer hadden verborgen. Nu riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Maar hij rukte de touwen stuk, zoals een vlasdraad breekt, als hij het vuur maar ruikt. En zijn kracht bleef een geheim.stylusPsalmen 58:9, Psalmen 58:910Nu zei Delila tot Samson: Ge hebt me bedrogen, en maar wat leugens verteld; zeg me nu eens eerlijk, hoe ge gebonden moet worden.stylusRichteren 16:13, Richteren 16:13, Spreuken 24:28, Lucas 22:48, Ezechiël 33:3111Hij antwoordde: Als men mij met nieuwe, nog ongebruikte koorden vastbindt, dan ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.stylusRichteren 15:13, Efeziërs 4:25, Spreuken 13:3, Spreuken 29:25, Spreuken 13:512Delila nam nieuwe koorden, bond hem er mee vast, en riep hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Ook nu hadden zich enigen in de kamer verborgen. Maar hij trok de koorden als een draad van zijn arm.stylus13Weer zei Delila tot Samson: Tot nog toe hebt ge me maar wat om de tuin geleid en voorgelogen; nu moet ge me eindelijk eens vertellen, hoe men u binden moet. Hij antwoordde haar: Als ge de zeven tressen van mijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar vlecht, en ze met een scheerkam vaststeekt, ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.stylus14Ze liet hem dus inslapen, vlocht de zeven tressen van zijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar, en stak ze met een scheerkam vast. Toen riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker, en rukte scheerkam en wee flat los.stylusEzra 9:13, Ezra 9:14, Psalmen 106:43, Ezra 9:13, Ezra 9:1415Nu zeide ze hem: Hoe kunt ge zeggen, dat ge mij liefhebt, terwijl ge geen hart voor mij hebt; ge hebt me nu al drie maal bedrogen, en niet willen vertellen, waardoor uw kracht zo groot is.stylusRichteren 14:16, Richteren 14:16, 1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:16, 1 Johannes 2:1516Toen ze nu met haar gevlei dag aan dag bij hem bleef aandringen en zeuren, zodat het hem dodelijk begon te vervelen,stylusSpreuken 7:21, Spreuken 7:23, Spreuken 7:21, Spreuken 7:23, Jona 4:917vertelde hij haar alles openhartig, en zei haar: Geen scheermes heeft ooit mijn hoofd aangeraakt, want ik ben een Godgewijde van de moederschoot af; als men mij scheert, dan ben ik mijn kracht kwijt, dan ben ik machteloos en een gewoon mens.stylusMicha 7:5, Micha 7:5, Spreuken 12:23, Richteren 13:5, Spreuken 12:2318Nu begreep Delila, dat hij haar alles openhartig verteld had. Ze liet de filistijnse vorsten ontbieden met de boodschap: Ditmaal moet ge komen, want hij heeft me alles openhartig verteld. De filistijnse vorsten kwamen dus naar haar toe, en brachten het geld mee.stylusMattheüs 26:15, 1 Timotheüs 6:10, Richteren 16:5, Mattheüs 26:15, 1 Timotheüs 6:1019Ze liet hem op haar knieën inslapen, en riep iemand, die hem de zeven vlechten van zijn hoofdhaar afschoor. Zo kreeg ze hem klein, en was hij zijn kracht kwijt.stylusSpreuken 7:21, Spreuken 7:23, Spreuken 7:26, Spreuken 7:27, Spreuken 7:2120Nu riep ze: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker en dacht: Ik zal mij er wel uit redden, evenals de vorige keren, en ze wel van mij afhouden! Hij wist niet, dat Jahweh hem had verlaten.stylusNumeri 14:42, Numeri 14:43, Numeri 14:42, Numeri 14:43, 1 Samuël 16:1421Maar de Filistijnen grepen hem vast, staken hem de ogen uit, en voerden hem naar Gaza. Ze sloegen hem in dubbele ketens van koper, en lieten hem in de gevangenis de molen draaien.stylusSpreuken 2:19, Spreuken 2:19, Mattheüs 24:41, Jesaja 47:2, Spreuken 14:1422Intussen begon zijn hoofdhaar, dat was afgeschoren, weer aan te groeien.stylusPsalmen 107:13, Psalmen 107:14, Psalmen 107:13, Psalmen 107:14, Psalmen 106:4423Eens kwamen de filistijnse vorsten bijeen, om vol vreugde een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon te vieren. Ze zeiden: Onze god heeft onzen vijand Samson in onze handen geleverd.stylus1 Samuël 5:2, 1 Samuël 5:5, Spreuken 24:17, 1 Samuël 5:2, 1 Samuël 5:524Toen het volk hem zag, loofde het zijn god en riep uit: Onze god heeft onzen vijand, die ons land verwoestte en er velen vermoordde, in onze handen geleverd.stylusDaniël 5:4, Daniël 5:4, 1 Samuël 31:9, Daniël 5:23, Jesaja 37:2025En vrolijk geworden zeiden ze: Roept Samson, om voor ons op te treden. Ze lieten Samson uit de gevangenis halen, om voor hen op te treden, en men plaatste hem tussen de zuilen.stylus2 Samuël 13:28, Richteren 9:27, Richteren 19:6, 2 Samuël 13:28, Richteren 9:2726Maar Samson zei tot den knecht, die hem bij de hand hield: Laat me wat rusten en de zuilen vasthouden, waarop de tempel steunt; dan kan ik er tegen leunen.stylus27De tempel nu was vol mannen en vrouwen; alle filistijnse vorsten waren er bijeen, en op het dak zaten drie duizend mannen en vrouwen, om naar het optreden van Samson te kijken.stylusDeuteronomium 22:8, Deuteronomium 22:8, 2 Samuël 11:2, Jozua 2:8, 2 Samuël 11:228Nu riep Samson Jahweh aan, en sprak: Jahweh, mijn Heer; wees mijner indachtig, o God! Geef me nog voor deze éne keer kracht, om mijn beide ogen op de Filistijnen te wreken.stylusKlaagliederen 3:31, Klaagliederen 3:32, Jeremia 15:15, Klaagliederen 3:31, Klaagliederen 3:3229En Samson greep de beide steunpilaren, die in het midden van de tempel stonden, zodat hij met zijn rechterhand de ene en met zijn linker de andere raakte,stylus30en riep: Ik wil sterven met de Filistijnen! Toen rekte hij zich krachtig uit, en de tempel stortte ineen op de vorsten en op al het volk, dat erin was. Zo doodde hij er bij zijn sterven nog meer, dan hij er bij zijn leven gedood had.stylusFilippenzen 2:8, Mattheüs 16:25, Filippenzen 2:8, Mattheüs 16:25, Psalmen 62:331En zijn broeders en heel zijn familie kwamen af, namen hem op, en voerden hem mee; ze begroeven hem tussen Sora en Esjtaol, in het graf van zijn vader Manóach. Twintig jaar was hij over Israël rechter geweest.stylusRichteren 15:20, Richteren 15:20, Richteren 13:2, Richteren 13:25, Richteren 13:2