1Er was toen een man uit het bergland van Efraïm, Mikajehoe genaamd.stylusJozua 15:9, Richteren 18:2, Richteren 10:1, Jozua 17:14, Jozua 17:182Hij sprak tot zijn moeder: De elf honderd zilverstukken, die u ontstolen waren, en waarover ik u een vervloeking heb horen uitspreken, dat geld heb ik; ik had het weggenomen, maar nu geef ik het u terug. Zijn moeder zeide: Moge Jahweh u zegenen, mijn zoon.stylusNehemia 13:25, Nehemia 13:25, Ruth 3:10, Ruth 3:10, 1 Samuël 15:133En toen hij zijn moeder de elf honderd zilverstukken had teruggegeven, sprak zijn moeder: Ik wijd het geld aan Jahweh, en geef het uit handen ten bate van mijn zoon, om er een gegoten beeld van te maken.stylusExodus 20:4, Exodus 20:4, Exodus 20:23, Leviticus 19:4, Exodus 20:234Nadat hij dus het geld aan zijn moeder had teruggegeven, nam zij er twee honderd zilverlingen van af, en gaf ze aan den zilversmid, om er een gegoten beeld van te maken. Dit kwam in het huis van Mikajehoe te staan.stylusJesaja 46:6, Jesaja 46:7, Jeremia 10:9, Jeremia 10:10, Jesaja 46:65Zo kreeg die man Mika dus een godshuis. Hij maakte nu nog een efod en terafim, en wijdde een van zijn zoons tot zijn priester.stylusRichteren 18:14, Richteren 8:27, Genesis 31:19, Richteren 18:14, Richteren 8:276In die dagen was er geen koning in Israël, zodat ieder maar deed, wat hem goeddacht.stylusSpreuken 14:12, Deuteronomium 12:8, Spreuken 14:12, Deuteronomium 12:8, Richteren 21:257Nu was er ook een jonge man uit Betlehem van Juda; daar hij een leviet was, vertoefde hij daar maar als gast.stylusMicha 5:2, Ruth 1:1, Ruth 1:2, Mattheüs 2:1, Micha 5:28Deze man nu verliet de stad Betlehem van Juda, om op goed geluk af elders een onderkomen te gaan zoeken. Zo kwam hij, zijn weg vervolgend, in het bergland van Efraïm bij het huis van Mika.stylusJozua 24:33, Nehemia 13:10, Nehemia 13:11, Richteren 17:11, Jozua 24:339Mika vroeg hem: Waar komt ge vandaan? De leviet antwoordde: Ik kom uit Betlehem van Juda, en ben op weg gegaan, om op goed geluk af een onderkomen te zoeken.stylus10Mika zei hem: Blijf dan bij mij, om voor mij een vader en priester te zijn; dan zal ik u jaarlijks tien zilverstukken geven, behalve de nodige kleren en levensonderhoud.stylus1 Petrus 5:2, Richteren 17:11, Richteren 18:19, Richteren 18:20, 1 Timotheüs 6:1011De leviet besloot bij den man te blijven; en de jonge man was hem als een van zijn zoons.stylus12Mika stelde den leviet tot priester aan; de jonge man werd zijn priester, en verbleef in het huis van Mika.stylusRichteren 18:30, Richteren 18:30, 1 Koningen 12:31, 1 Koningen 13:33, 1 Koningen 13:3413En Mika zeide: Nu weet ik, dat Jahweh mij goed gezind is; want nu heb ik een leviet tot priester.stylusRomeinen 10:2, Romeinen 10:3, Romeinen 10:2, Romeinen 10:3, Spreuken 14:12