1Enige tijd later, bij gelegenheid van de tarweoogst, kwam Samson zijn vrouw opzoeken, en bracht haar een geitebokje mee. Hij zeide: Ik wil bij mijn vrouw in haar kamer. Maar haar vader liet hem niet binnen.stylusGenesis 38:17, Genesis 38:17, Genesis 29:21, Lucas 15:29, Genesis 29:212Haar vader zei: Ik dacht werkelijk, dat ge erg het land aan haar hadt, en daarom heb ik ze aan een van uw feestgenoten gegeven. Maar haar jongere zuster is nog veel knapper dan zij; die kunt ge in haar plaats krijgen.stylusRichteren 14:20, Richteren 14:20, Handelingen 26:9, Genesis 38:14, Richteren 14:163Doch Samson zei hem: Deze keer heb ik geen schuld, als ik de Filistijnen kwaad doe.stylusRichteren 14:15, Richteren 14:154En Samson ging heen. Hij ving drie honderd vossen, nam fakkels, bond de staarten aaneen, en hing tussen elk paar staarten een fakkel.stylusHooglied 2:15, Klaagliederen 5:18, Psalmen 63:10, Hooglied 2:15, Klaagliederen 5:185Toen stak hij de fakkels aan, joeg de vossen de velden der Filistijnen in, en stak de schoven in brand met het graan, dat nog op het veld stond, en de wijnbergen en olijfgaarden.stylus2 Samuël 14:30, Exodus 22:6, 2 Samuël 14:30, Exodus 22:66Toen de Filistijnen vroegen, wie dat gedaan had, vertelde men: Samson, de schoonzoon van een man uit Timna; want die heeft hem zijn vrouw ontnomen, en aan een van zijn feestgenoten gegeven. Daarom trokken de Filistijnen op, en staken haar en het huis van haar vader in brand.stylusRichteren 14:15, Richteren 14:15, Spreuken 22:8, 1 Tessalonicenzen 4:6, Spreuken 22:87Maar Samson zeide hun: Al doet ge dit nu, toch houd ik niet op, vóór ik mij op u heb gewroken.stylusRichteren 14:19, Richteren 14:4, Romeinen 12:19, Richteren 14:19, Richteren 14:48En hij ranselde ze af van boven tot onder, met geweldige slagen. Daarna trok hij zich bij de rotsspelonk van Etam terug.stylusJesaja 25:10, Jesaja 63:6, Jesaja 63:3, Jesaja 25:10, Jesaja 63:69Toen rukten de Filistijnen op, legerden zich in Juda, en deden een inval in Léchi.stylusRichteren 15:19, Richteren 15:17, Richteren 15:19, Richteren 15:17, Richteren 15:1410De mannen van Juda vroegen hun: Waarom trekt ge tegen ons op? Ze antwoordden: Wij trekken op, om Samson te binden, en met hem te doen, wat hij ons heeft gedaan.stylus11Nu daalden drie duizend man uit Juda naar de rotsspelonk van Etam af, en zeiden tot Samson: Weet ge niet, dat de Filistijnen ons de baas zijn? Waarom haalt ge ons dit op de hals? Hij antwoordde: Ik heb ze behandeld, zoals zij mij hebben behandeld.stylusRichteren 13:1, Richteren 14:4, Richteren 13:1, Richteren 14:4, Deuteronomium 28:4712Ze zeiden hem: We zijn afgekomen, om u te binden en aan de Filistijnen uit te leveren. Samson hernam: Zweert me, dat ge me niet zelf zult neerslaan.stylusRichteren 8:21, 1 Koningen 2:34, 1 Koningen 2:25, Handelingen 7:25, Mattheüs 27:213Ze zeiden hem: Neen, we willen u alleen maar binden en aan hen uitleveren; doden zullen we u zeker niet. En ze bonden hem met twee nieuwe koorden, en brachten hem uit de rots naar boven.stylus14Zodra hij bij Léchi kwam, en de Filistijnen hem onder gejuich tegemoet liepen, greep de geest van Jahweh hem aan; de koorden om zijn armen werden als vlasdraad, dat door het vuur is verzengd, en zijn strikken gleden hem van de handen.stylusRichteren 14:19, Richteren 14:19, Psalmen 118:11, Richteren 14:6, Richteren 3:1015Hij zag een nog gaaf kinnebak van een ezel liggen: hij strekte zijn hand uit, raapte het op, en sloeg er duizend man mee neer.stylusLeviticus 26:8, Jozua 23:10, Leviticus 26:8, Jozua 23:10, Richteren 3:3116En Samson sprak: Met een ezelskinnebak heb ik ze afgeranseld, Met een ezelskinnebak heb ik duizend mannen verslagen!stylus17En toen hij uitgesproken had, wierp hij het kinnebak weg, en noemde de plaats Ramat-Léchi.stylus18Daar hij nu hevige dorst had gekregen, riep hij Jahweh aan: Gij hebt door de hand van uw dienaar deze grote overwinning geschonken! Moet ik nu sterven van dorst, en toch nog in de handen van die onbesnedenen vallen?stylus2 Korintiërs 12:7, 2 Korintiërs 12:8, 2 Korintiërs 12:7, 2 Korintiërs 12:8, Psalmen 3:719Toen kliefde God de rotsspleet van Léchi, en er kwam water uit; hij dronk ervan, zijn krachten keerden terug, en hij leefde weer op. Daarom heet die bron En-Hakkore; ze bevindt zich ook nu nog in Léchi.stylusJesaja 44:3, Jesaja 44:3, Genesis 45:27, Genesis 45:27, Psalmen 34:620Zo was hij ten tijde der Filistijnen gedurende twintig jaar rechter over Israël.stylusRichteren 13:1, Richteren 13:1, Richteren 16:31, Richteren 16:31, Hebreeën 11:32