1Toen Samson eens naar Timna afdaalde. zag hij daar een filistijns meisje.stylusJozua 19:43, Jozua 15:10, Jozua 19:43, Jozua 15:10, 1 Johannes 2:162Bij zijn terugkomst vertelde hij aan zijn vader en moeder: Te Timna heb ik een filistijns meisje gezien, dat ge voor mij tot vrouw moest nemen.stylusGenesis 34:4, Genesis 34:4, Genesis 21:21, Genesis 24:2, Genesis 24:33Doch zijn vader en moeder zeiden hem: Is er dan onder de dochters van uw verwanten en in heel uw volk geen vrouw te vinden, dat ge er een uit die onbesneden Filistijnen wilt nemen? Maar Samson antwoordde zijn vader: Toch moet ge haar voor mij nemen, want zij behaagt me.stylusRichteren 15:18, 1 Samuël 17:36, Richteren 15:18, 1 Samuël 17:36, 1 Samuël 31:44Zijn vader en moeder nu wisten niet, dat dit door Jahweh zo was beschikt, en dat Samson een aanleiding zocht, om met de Filistijnen, die in die tijd Israël overheersten, in twist te geraken.stylusJozua 11:20, Jozua 11:20, Richteren 13:1, Psalmen 115:3, Richteren 13:15Samson ging dus met zijn vader en moeder naar Timna. Vlak bij de wijnbergen van Timna sprong een jonge leeuw brullend op hem af.stylus6De geest van Jahweh grijpt hem aan, en zonder iets bij de hand te hebben, scheurt hij hem vaneen, zoals men een geitebokje vaneen scheurt. Aan zijn vader en moeder vertelde hij echter niet wat hij gedaan had.stylusRichteren 3:10, Richteren 3:10, 1 Samuël 11:6, Richteren 13:25, 1 Samuël 11:67Samson daalde verder af, sprak met de vrouw, en ze bleef hem behagen.stylus8Toen hij enige tijd later terugkeerde, om haar tot vrouw te nemen, week hij wat van zijn weg af, om eens naar het kreng van den leeuw te gaan kijken; en daar zag hij in het geraamte van den leeuw een zwerm bijen en honing.stylusMattheüs 1:20, Genesis 29:21, Mattheüs 1:20, Genesis 29:219Hij haalde die er met zijn hand uit, at er onderweg van, en ging er ook zijn vader en moeder van brengen. Ze aten er van; maar hij vertelde hun niet, dat hij de honing uit het geraamte van den leeuw had gehaald.stylus1 Samuël 14:25, 1 Samuël 14:30, 1 Samuël 14:25, 1 Samuël 14:30, Spreuken 25:1510Toen Samson dan bij de vrouw was gekomen, bood hij een maaltijd aan; want dat was de gewoonte der jongelieden.stylusGenesis 29:22, Mattheüs 22:2, Mattheüs 22:4, Openbaring 19:9, Prediker 10:1911Maar daar men bang voor hem was, koos men dertig feestgenoten uit, om bij hem te blijven.stylusJohannes 3:29, 1 Samuël 16:6, 1 Samuël 10:23, Mattheüs 9:15, Johannes 3:2912Tot hen nu zei Samson: Ik zal u eens een raadsel opgeven. Als gij het mij gedurende de zeven dagen van het feest oplost, geef ik u dertig onder- en dertig bovenklederen;stylusGenesis 45:22, 1 Koningen 10:1, Ezechiël 17:2, Genesis 45:22, 1 Koningen 10:113kunt ge het mij niet oplossen, dan moet ge mij dertig onder- en dertig bovenklederen geven. Ze antwoordden: Geef uw raadsel maar op; we willen het wel eens horen.stylus14En hij zei hun: Uit den vraat kwam spijs te voorschijn, En zoetigheid uit den sterke! Toen ze na drie dagen het raadsel niet hadden kunnen oplossen,stylusJakobus 1:2, Jakobus 1:4, 1 Koningen 17:6, Jakobus 1:2, Jakobus 1:415zeiden ze op de vierde dag tot Samsons vrouw: Praat eens met uw man, dat hij u de oplossing geeft; anders verbranden we u en het huis van uw vader. Of hebt ge ons soms hier uitgenodigd, om ons arm te maken?stylusRichteren 15:6, Richteren 16:5, Richteren 15:6, Richteren 16:5, Spreuken 1:1116Nu viel Samsons vrouw hem wenend om de hals, en sprak: Ge hebt het land aan me, ge houdt niet van me; ge hebt mijn landgenoten een raadsel opgegeven, en mij wilt ge de oplossing niet zeggen. Maar hij zei haar: Zie, zelfs aan mijn vader en moeder heb ik die niet verteld, en zou ik ze u dan zeggen?stylusRichteren 16:15, Richteren 16:15, Genesis 2:24, Genesis 2:2417Doch wenend bleef ze bij hem aandringen al de zeven feestdagen lang, totdat hij het haar op de zevende dag maar vertelde, omdat zij zo bij hem aanhield. Toen verklapte ze de oplossing aan haar landgenoten.stylusRichteren 16:16, Richteren 16:16, Richteren 16:6, Lucas 18:4, Lucas 18:518En op de zevende dag, juist toen hij de bruidskamer wilde binnengaan, zeiden hem de bewoners der stad: Wat is zoeter dan honing; Wat is sterker dan een leeuw? Hij gaf hun ten antwoord: Hadt gij niet met mijn koe geploegd, ge hadt mijn raadsel niet opgelost.stylus19Nu greep de geest van Jahweh hem aan; hij daalde naar Asjkelon af, versloeg er dertig man, beroofde hen van al wat ze hadden, en gaf hun kleren aan hen, die het raadsel hadden opgelost. Daarna ging Samson woedend heen naar het huis van zijn vader,stylus1 Samuël 11:6, Richteren 3:10, 1 Samuël 11:6, Richteren 3:10, Richteren 13:2520terwijl de vrouw van Samson aan een van zijn makkers werd gegeven, die zijn feestgenoot was geweest.stylusRichteren 15:2, Richteren 15:2, Johannes 3:29, Johannes 3:29, Johannes 13:18