1Wie is er aan den wijze gelijk; Wie kent de verklaring der dingen? ‘s Mensen wijsheid doet zijn aangezicht stralen, En verandert de stuursheid van zijn gelaat.stylusJesaja 30:8, Jesaja 30:8, Job 19:23, Job 19:24, Habakuk 2:22Neem het bevel van den koning in acht, Om de aan God gezworen eed;stylus2 Koningen 16:10, 2 Koningen 16:11, 2 Koningen 16:10, 2 Koningen 16:11, 2 Koningen 18:23Val niet roekeloos van hem af, En laat u niet in met gevaarlijke zaken. Want de koning doet, wat hij wil; Zijn woord is oppermachtig;stylusHosea 1:3, Hosea 1:9, Hosea 1:3, Hosea 1:9, 2 Koningen 22:144Wie kan hem zeggen: wat doet gij?stylusRomeinen 9:11, Romeinen 9:11, Jesaja 7:8, Jesaja 7:9, 2 Koningen 15:295Wie de wet onderhoudt, zal geen kwaad ondervinden. Een verstandig mens denkt aan de tijd van het oordeel;stylusJesaja 7:10, Jesaja 7:106Want de tijd van het oordeel breekt voor iedereen aan. Maar de boosheid legt een benauwende druk op den mens;stylusJohannes 9:7, Johannes 9:7, Nehemia 3:15, Nehemia 3:15, Jeremia 2:137Want hij weet niet, wat hem nog wacht, En niemand kan hem zeggen, wanneer het zal komen.stylusJesaja 17:12, Jesaja 17:13, Jesaja 17:12, Jesaja 17:13, Amos 9:58Geen mens is meester van zijn leven, Niemand heeft de levensgeest in zijn macht; Hij is geen heer over de dag van zijn dood. Niemand wordt vrijgesteld van die strijd, En zeker wordt niemand gered door zijn slechtheid.stylusJesaja 7:14, Jesaja 7:14, Jesaja 30:28, Jesaja 30:28, Mattheüs 1:239Dit alles heb ik gezien, Toen ik aandacht schonk aan alles, Wat er onder de zon gebeurt. Soms gebruikt de mens zijn macht tot nadeel van anderen.stylusJesaja 14:5, Jesaja 14:6, Jesaja 14:5, Jesaja 14:6, 1 Koningen 20:1110Zo zag ik, dat goddelozen een begrafenis kregen, Terwijl zij, die goed hadden gehandeld, Ver van de heilige plaats moesten wegtrekken, En in de stad werden vergeten. Ook dat is ijdelheid!stylusKlaagliederen 3:37, Klaagliederen 3:37, Romeinen 8:31, Romeinen 8:31, Job 5:1211Omdat de straf niet onmiddellijk op de zonde volgt, Daarom zint het hart van den mens op kwaad.stylusEzechiël 3:14, Ezechiël 3:14, Jeremia 15:19, Spreuken 1:15, Jeremia 20:912Maar al blijft soms de zondaar lange tijd leven, Ofschoon hij honderdmaal kwaad doet: Toch weet ik zeker, dat het hùn goed gaat, Die Gods aanschijn vrezen.stylus1 Petrus 3:14, 1 Petrus 3:15, 1 Petrus 3:14, 1 Petrus 3:15, Lucas 21:913Maar den zondaar gaat het niet goed; Zijn dagen worden vluchtig als een schaduw, Omdat hij Gods aanschijn niet vreest.stylusLucas 12:5, Lucas 12:5, Jesaja 26:3, Jesaja 26:4, Jesaja 26:314Toch doet zich op aarde deze ijdelheid voor: Soms gaat het de braven naar de werken der bozen, En de zondaars soms naar de werken der braven. En ik dacht: ook dat is ijdelheid.stylus1 Petrus 2:8, 1 Petrus 2:8, Romeinen 9:32, Romeinen 9:33, Romeinen 9:3215Daarom prees ik de vreugde; Want er is voor den mens geen ander geluk onder de zon, Dan te eten en te drinken en zich te verheugen. Moge dit bij zijn zwoegen hem steeds vergezellen Alle levensdagen, die God hem geeft onder de zon.stylusMattheüs 21:44, Mattheüs 21:44, Jesaja 28:13, Lucas 20:17, Lucas 20:1816Toen ik mij beijverde, wijsheid te verwerven, En de moeite bezag, die de mens zich op aarde getroost, En hoe dag en nacht zijn ogen geen slaap zien:stylusDaniël 12:4, Daniël 12:4, Marcus 4:34, Hebreeën 3:5, Mattheüs 13:1117Toen begreep ik, dat het enkel Gods werk is, En dat de mens geen verklaring kan vinden Van wat er plaats grijpt onder de zon. Daarom tobt de mens zich af met zoeken, Maar hij zal het niet vinden; En al meent de wijze het ook te verstaan, Hij kan het niet vatten.stylusHebreeën 10:36, Hebreeën 10:39, Hebreeën 10:36, Hebreeën 10:39, Habakuk 2:3