1Wie zal den mens kunnen zeggen, Wat goed voor hem is in het leven, In het gering getal van zijn dagen, Die als een schaduw voorbijgaan. Wie zal den mens kunnen zeggen, Wat er na hem gebeurt onder de zon.stylus2 Koningen 15:37, 2 Koningen 15:37, 2 Koningen 16:1, 2 Koningen 16:1, Jesaja 8:62Een goede naam gaat de fijnste olie te boven, De sterfdag de dag der geboorte.stylusJesaja 8:12, Jesaja 7:13, Jesaja 8:12, Jesaja 7:13, Spreuken 28:13Beter gaat men naar een huis, waar men rouwt, Dan naar een huis, waar feest wordt gevierd. Want dat is het einde van iederen mens; Iedere levende neme het ter harte.stylus2 Koningen 18:17, Jesaja 36:2, 2 Koningen 18:17, Jesaja 36:2, Romeinen 9:274Beter te treuren dan te lachen; Want een bedrukt gelaat wekt medelijden.stylusJesaja 35:4, Jesaja 35:4, Klaagliederen 3:26, Deuteronomium 20:3, Jesaja 30:155Het hart der wijzen is in het huis, waar men rouwt, Het hart der dwazen in het huis van de vreugd.stylusPsalmen 83:3, Psalmen 83:4, Psalmen 83:3, Psalmen 83:4, Zacharia 1:156Beter te luisteren naar de berisping der wijzen, Dan te horen naar het lied van de dwazen.stylus7Want zoals het knetteren der doornen onder de ketel, Zo is het lachen der dwazen; beide zijn ijdel.stylusJesaja 8:10, Jesaja 8:10, Klaagliederen 3:37, Klaagliederen 3:37, Jesaja 46:108Verdrukking maakt van den wijze een dwaas, En geschenken bederven het hart.stylusJesaja 17:1, Jesaja 17:3, Jesaja 17:1, Jesaja 17:3, Genesis 14:159Beter het einde van iets dan het begin; Beter lankmoedig van hart dan hoogmoedig.stylusHebreeën 11:6, Hebreeën 11:6, Romeinen 11:20, 2 Kronieken 20:20, Romeinen 11:2010Word niet spoedig vergramd in uw geest, Want gramschap huist in de boezem der dwazen.stylusJesaja 8:5, Jesaja 8:5, Jesaja 10:20, Jesaja 1:13, Hosea 13:211Vraag niet, waarom vroeger de tijden beter waren dan nu; Want niet uit wijsheid vraagt ge zo iets.stylusJesaja 37:30, Jesaja 37:30, Jesaja 38:7, Jesaja 38:8, Jesaja 38:712Wijsheid staat in waarde gelijk met een erfenis, Een groot goed is het voor hen, die het zonlicht aanschouwen;stylus2 Kronieken 28:22, 2 Koningen 16:15, 1 Korintiërs 10:9, Ezechiël 33:31, Deuteronomium 6:1613Want wijsheid beschermt, en rijkdom beschermt, Maar de kennis der wijsheid geeft bovendien leven aan wie haar bezit.stylusJesaja 43:24, Jesaja 43:24, Jesaja 7:2, Ezechiël 16:47, Maleachi 2:1714Geef acht op het werk van God; Want wie kan recht buigen, wat Hij krom heeft gemaakt?stylusMattheüs 1:23, Mattheüs 1:23, Jesaja 9:6, Jesaja 9:6, Lucas 1:3115Als het dus goed gaat, wees dan blij; Gaat het slecht, wil dan bedenken: Zowel het een als het ander heeft God gemaakt, Opdat de mens niet op de toekomst rekent.stylusJesaja 7:22, Jesaja 7:22, Amos 5:15, Amos 5:15, Filippenzen 1:916Beide heb ik gezien in mijn vluchtig leven: Soms komt een rechtvaardige om, ondanks zijn deugd, En de boze leeft lang, ondanks zijn zonde.stylusJesaja 8:4, Jesaja 8:4, Deuteronomium 1:39, Deuteronomium 1:39, Hosea 5:917Overdrijf dus uw braafheid niet, en wees niet te wijs; Waarom zoudt gij teleurgesteld worden?stylusJesaja 10:5, Jesaja 10:6, Jesaja 8:7, Jesaja 8:8, Jesaja 10:518Maar leef er ook niet op los, en wees geen dwaas; Waarom zoudt gij sterven vóór uw tijd?stylusJesaja 5:26, Jesaja 5:26, Jesaja 31:1, Jozua 24:12, Deuteronomium 1:4419Beter is, dat ge het ene vasthoudt, En het andere niet laat varen; Want wie God vreest, zal beide volbrengen.stylusJesaja 2:19, Jesaja 2:19, Jeremia 16:16, Jeremia 16:16, Micha 7:1720De wijsheid helpt den wijze meer, Dan tien prinsen in de stad;stylusJesaja 8:7, Jesaja 8:7, Ezechiël 29:18, Ezechiël 5:1, Ezechiël 5:421Maar niemand is er op aarde zo braaf, Dat hij steeds goed doet en nooit kwaad.stylusJeremia 39:10, Jesaja 5:17, Jeremia 39:10, Jesaja 5:17, Jesaja 17:222Let ook niet op alles, wat er gezegd wordt, Opdat ge uw knecht u niet hoort vervloeken.stylusJesaja 7:15, Jesaja 7:15, Mattheüs 3:4, 2 Samuël 17:29, Mattheüs 3:423Ge zijt toch uzelf wel bewust, Dat ook gij vaak anderen hebt vervloekt.stylusJesaja 5:6, Jesaja 5:6, Mattheüs 21:33, Hooglied 8:11, Hooglied 8:1224Dat alles heb ik met wijsheid doorzocht; Maar hoe meer ik naar de wijsheid streefde, Hoe verder zij van mij week.stylusGenesis 27:3, Genesis 27:325Al wat er gebeurt, is zo ongenaakbaar en diep, Zo diepzinnig; wie kan het doorgronden?stylusJesaja 13:20, Jesaja 13:22, Jesaja 17:2, Sefanja 2:6, Jesaja 5:1726En toch heb ik mij er op toegelegd, Om kennis en doorzicht te verwerven, Om wijsheid te bekomen en inzicht, Om te begrijpen, dat de zonde een dwaasheid is, En wangedrag een zotheid moet zijn.stylus27En ik vond, dat de vrouw bitterder is dan de dood, Want zij is een valstrik; Haar hart is een net, haar handen zijn boeien. Wie Gode behaagt, ontsnapt er aan; Maar de zondaar wordt er door gevangen.stylus28Zie, zegt de Prediker, dit heb ik gevonden: (Alles heb ik beproefd, om een verklaring te vinden,stylus29Maar mijn ziel zoekt nog altijd vergeefs;) Eén man vond ik op duizend; Maar een vrouw heb ik er niet onder gevonden.stylus30Alleen dit heb ik gevonden: God heeft de mensen rechtschapen gemaakt, Maar zelf zoeken zij allerlei slechtheid.stylus