1Nog een ander kwaad zag ik onder de zon, Dat loodzwaar drukt op den mens!stylusJohannes 12:41, Johannes 12:41, Openbaring 15:8, Openbaring 7:15, Openbaring 7:172God geeft iemand rijkdom, schatten en eer, Zodat er niets aan zijn verlangens ontbreekt; Doch God staat hem niet toe, er gebruik van te maken, Maar een vreemde bedient zich er van: Dat is ijdel, een smartelijk lijden.stylusOpenbaring 4:8, Openbaring 4:8, Ezechiël 1:11, Psalmen 104:4, Psalmen 103:203Al had iemand honderd kinderen, Bereikte hij ook een zeer hoge leeftijd, En waren zijn dagen nog zo talrijk: Maar hij was van geluk niet verzadigd En geen begrafenis viel hem ten deel: Ik zou een misgeboorte gelukkiger achten dan hem.stylusOpenbaring 4:8, Openbaring 4:9, Openbaring 4:8, Openbaring 4:9, Psalmen 72:194Want zo iets komt vluchtig, gaat in duisternis heen, Zijn naam blijft in het donker verscholen;stylusOpenbaring 15:8, Openbaring 15:8, Ezechiël 10:5, Exodus 40:34, Openbaring 11:195Het heeft geen licht gezien, geen kennis bezeten, Maar rust heeft het meer dan de ander.stylusLucas 5:8, Lucas 5:9, Lucas 5:8, Lucas 5:9, Jakobus 3:66Al leefde hij tweeduizend jaar, maar zonder geluk: Gaan beiden niet naar dezelfde plaats?stylusOpenbaring 8:3, Openbaring 8:5, Openbaring 8:3, Openbaring 8:5, Hebreeën 9:227Al het zwoegen van den mens geldt zijn mond; Toch wordt zijn begeerte er niet door verzadigd.stylusJeremia 1:9, Jeremia 1:9, 1 Johannes 1:7, Jesaja 43:25, 1 Johannes 1:78Wat heeft dan de wijze vóór op den dwaas; Wat de arme, al verstaat hij de kunst om te leven?stylusExodus 4:10, Exodus 4:13, Exodus 4:10, Exodus 4:13, Handelingen 26:169Beter is wat de ogen zien, dan het smachten der begeerte; Ook dat is ijdel en jagen naar wind.stylusMattheüs 13:14, Mattheüs 13:15, Mattheüs 13:14, Mattheüs 13:15, Lucas 8:1010Al wat bestaat, werd al lang met name genoemd; Het is bepaald, dat het maar een mens is, Die niet in gericht kan treden Met Hem, die groter is dan hijzelf.stylusMattheüs 13:15, Mattheüs 13:15, Handelingen 28:27, Handelingen 28:27, Jeremia 5:2111Ja, veel er over spreken vermeerdert nog de dwaasheid; Wat zou het den mens kunnen baten?stylusJesaja 1:7, Psalmen 94:3, Jesaja 1:7, Psalmen 94:3, Leviticus 26:31