1Wees niet gauw met uw mond, En laat uw hart geen overijlde woorden uiten voor God; Want God is in de hemel, gij hier op aarde. Wees dus spaarzaam met uw woorden;stylusMarcus 12:1, Marcus 12:1, Lucas 20:9, Lucas 20:9, Johannes 15:12Want zoals dromen uit veel beslommeringen ontstaan, Zo komt er van veel spreken onverstandige taal.stylusJeremia 2:21, Jeremia 2:21, Deuteronomium 32:32, Deuteronomium 32:33, Deuteronomium 32:323Wanneer gij aan God iets belooft, Stel dan de vervulling niet uit; Want lichtzinnigen behagen Hem niet. Volbreng dus wat gij belooft;stylusRomeinen 3:4, Psalmen 51:4, Jeremia 2:4, Jeremia 2:5, Romeinen 2:54Beter is het niet te beloven, Dan uw belofte niet te volbrengen.stylusMattheüs 23:37, Mattheüs 23:37, Micha 6:3, Micha 6:4, Micha 6:35Laat uw mond geen schuld op u werpen, Door voor Gods afgezant te zeggen: Het was onbewust. Waarom zou God om uw woord in toorn ontsteken, En het werk uwer handen vernielen?stylusKlaagliederen 1:15, Jesaja 28:18, Lucas 21:24, Klaagliederen 1:15, Jesaja 28:186Want zoals er in veel dromen dwaasheid schuilt, Zo ook in veelheid van woorden. Vrees daarentegen God.stylusJesaja 7:23, Jesaja 7:25, Jesaja 7:23, Jesaja 7:25, Jeremia 25:117Wanneer de arme verdrukt wordt, En recht en wet worden verkracht: Zo ge dat ziet in het land, Verwonder u hierover dan niet. Want de ene beambte helpt den ander, En de hogere helpt hen beiden;stylusPsalmen 80:8, Psalmen 80:11, Psalmen 80:8, Psalmen 80:11, Jakobus 5:48Het enige voordeel, dat het land eruit trekt, Is, dat de koning door zijn land wordt gediend.stylusMicha 2:2, Micha 2:2, Habakuk 2:9, Habakuk 2:12, Habakuk 2:99Wie het geld bemint, heeft nooit genoeg; En wie aan rijkdom hangt, heeft er geen voordeel van: Ook dit is ijdelheid.stylusMattheüs 23:38, Mattheüs 23:38, Jesaja 22:14, Amos 3:7, Amos 5:1110Waar rijkdom is, zijn vele klaplopers; De bezitter zelf heeft er geen genot van Dan wat lust van de ogen.stylusLeviticus 26:26, Leviticus 26:26, Haggaï 1:6, Haggaï 2:16, Haggaï 1:611Zoet is de rust van den werkman, Of hij weinig of veel te eten heeft; Maar de overvloed van den rijke Stoort hem nog in de slaap.stylusSpreuken 23:29, Spreuken 23:30, Spreuken 23:29, Spreuken 23:30, Romeinen 13:1312Een droevig kwaad zag ik onder de zon: Rijkdom door den bezitter bewaard tot eigen ongeluk.stylusJob 21:11, Job 21:14, Amos 6:4, Amos 6:6, Job 34:2713Die rijkdom gaat verloren door tegenspoed; En de kinderen, die hij verwekte, bezitten niets meer.stylusHosea 4:6, Hosea 4:6, Jesaja 1:3, Jesaja 1:3, Jesaja 27:1114Zoals hij voortkwam uit de schoot van zijn moeder, Zo gaat hij heen, naakt als hij kwam; Niets neemt hij mee van zijn zwoegen:stylusLucas 21:34, Habakuk 2:5, Spreuken 30:16, Lucas 21:34, Habakuk 2:515Ook dit is een droevig kwaad. Juist zoals men komt, gaat men heen. Wat voor nut heeft het dan, dat men zich aftobt voor wind?stylusJesaja 2:11, Jesaja 2:9, Jesaja 2:11, Jesaja 2:9, Jeremia 5:416Enkel dat men zijn dagen in duisternis doorbrengt, In veel kommer, verdriet en ontstemming.stylusPsalmen 46:10, Psalmen 46:10, Jesaja 12:4, 1 Kronieken 29:11, Jesaja 12:417Zie, zo leerde ik begrijpen, Dat het goed is te eten en te drinken, En te genieten van het werk, Waarmee men zich aftobt onder de zon, Al de levensdagen, die God iemand geeft: Want dit komt hem toe.stylusSefanja 2:6, Jesaja 7:25, Sefanja 2:6, Jesaja 7:25, Sefanja 2:1418Geeft God iemand rijkdom en schatten, Stelt Hij hem in staat ervan te gebruiken, Zijn deel ervan te nemen, van zijn arbeid te genieten: Dan is ook dit een gave Gods.stylusJeremia 23:14, Jeremia 23:14, Psalmen 36:2, Jeremia 5:31, Jeremia 23:1019Dan denkt hij niet veel aan de kortheid des levens, Omdat God zijn hart met vreugde vervult.stylusEzechiël 12:22, Ezechiël 12:22, Jeremia 17:15, Jeremia 17:15, Jeremia 23:36