1Dode vliegen verpesten welriekende balsem; Zo verliest de edelste wijsheid door een weinig dwaasheid haar roem.stylusLucas 11:52, Lucas 11:52, Micha 3:1, Micha 3:4, Micha 3:12Het hart van den wijze zit rechts, Het hart van den dwaze zit links.stylusMaleachi 3:5, Maleachi 3:5, Jesaja 3:14, Jesaja 3:14, Jesaja 29:213Welke weg de dwaas ook gaat, zijn verstand schiet te kort; Maar van iedereen zegt hij: Wat een dwaas!stylusHosea 9:7, Lucas 19:44, Hosea 9:7, Lucas 19:44, Job 31:144Als de toorn van een vorst u bedreigt, Loop dan niet weg van uw post; Want kalmte brengt grote opwinding tot bedaren.stylusJesaja 5:25, Jesaja 5:25, Jesaja 9:12, Deuteronomium 32:30, Jeremia 37:105Nog een ander kwaad zag ik onder de zon: Vergissingen door vorsten begaan.stylusJeremia 51:20, Jeremia 51:24, Sefanja 2:13, Jesaja 10:15, Jesaja 14:256De dwaas wordt op hoge posten geplaatst, En vele aanzienlijken blijven ten achter;stylusJesaja 9:17, Jesaja 9:17, Jeremia 34:22, Jesaja 19:17, Jeremia 47:67Dienstknechten zag ik te paard, En prinsen gingen als slaven te voet.stylusGenesis 50:20, Genesis 50:20, Micha 4:11, Micha 4:12, Handelingen 2:238Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten.stylus2 Koningen 18:24, 2 Koningen 18:24, 2 Koningen 19:10, 2 Koningen 19:10, Ezechiël 26:79Wie stenen draagt, bezeert zich er aan; Wie hout klooft, loopt gevaar, zich te wonden.stylus2 Kronieken 35:20, 2 Koningen 16:9, 2 Kronieken 35:20, 2 Koningen 16:9, Jeremia 46:210Is het ijzer stomp geworden, En slijpt men de snede niet, Dan moet men zijn krachten verdubbelen; Zo biedt de wijsheid een voordeel.stylus2 Koningen 19:12, 2 Koningen 19:13, 2 Koningen 18:33, 2 Koningen 18:35, 2 Kronieken 32:1911En als de slang bijt, omdat ze niet wordt bezworen, Heeft de slangenbezweerder geen nut van zijn kunde.stylusJesaja 37:10, Jesaja 37:13, Jesaja 37:10, Jesaja 37:13, Jesaja 2:812Aangenaam zijn woorden uit de mond van een wijze; Maar de lippen van een dwaas brengen hem verderf.stylus2 Koningen 19:31, 2 Koningen 19:31, Jesaja 65:7, Jeremia 50:18, Jesaja 65:713Reeds het begin van zijn woorden is dwaasheid, En het einde ervan barre onzin;stylusDeuteronomium 8:17, Daniël 4:30, Deuteronomium 8:17, Daniël 4:30, Ezechiël 25:314Want de dwaas verspilt vele woorden. Niemand weet, wat de toekomst brengt; Want wie kan hem zeggen, wat er later komt?stylusJob 31:25, Job 31:25, Spreuken 21:6, Spreuken 21:7, Jeremia 49:1615De domme slooft zich af bij zijn werk, Omdat hij niet eens de weg naar de stad kent.stylusRomeinen 9:20, Romeinen 9:21, Romeinen 9:20, Romeinen 9:21, Jesaja 45:916Wee u, land, als uw koning een kind is, En uw prinsen in de morgenstond slempen.stylus2 Kronieken 32:21, 2 Kronieken 32:21, Psalmen 106:15, Handelingen 12:23, Psalmen 106:1517Heil u, land, als uw koning een edelman is, En uw prinsen op tijd maaltijd houden, Stevig, maar zonder zich te bedrinken.stylusNumeri 11:1, Numeri 11:3, Jesaja 27:4, Numeri 11:1, Numeri 11:318Bij luiheid verzakken de balken, En het huis wordt lek door traagheid van handen.stylusJesaja 10:33, Jesaja 10:34, 2 Koningen 19:23, Jesaja 10:33, Jesaja 10:3419Om te genieten legt men maaltijden aan, En wijn vervrolijkt het leven; Voor geld is alles te krijgen.stylusJesaja 37:36, Jesaja 21:17, Jesaja 37:36, Jesaja 21:1720Vloek den koning zelfs niet op uw sponde, En scheld zelfs in uw slaapvertrek niet op den rijke; Want de vogels in de lucht kraaien het rond, En de fladderaars brengen het uit.stylusJesaja 37:31, Jesaja 37:32, Jesaja 17:7, Jesaja 17:8, Jesaja 37:31