1Werp uw brood op het water; Want op de lange duur vindt ge het terug.stylusJeremia 23:5, Jeremia 23:5, Zacharia 6:12, Openbaring 22:16, Zacharia 6:122Deel uw vermogen in zeven of acht delen; Want gij weet niet, welke rampen u op de wereld nog wachten.stylusJesaja 61:1, Jesaja 61:1, Johannes 16:13, Johannes 16:13, Efeziërs 1:173Als de wolken vol zijn, Storten zij regen op aarde; En als een boom valt, naar het zuiden of noorden, Blijft hij liggen op de plaats, waar hij valt.stylusJohannes 7:24, Johannes 7:24, Lucas 2:52, Johannes 8:15, Johannes 8:164Wie maar steeds op de wind let, Begint nooit te zaaien; En wie voortdurend naar de lucht kijkt, Zal nimmer maaien.stylus2 Tessalonicenzen 2:8, 2 Tessalonicenzen 2:8, Openbaring 19:15, Openbaring 19:15, Maleachi 4:65Evenmin als ge weet, hoe er leven komt In het gebeente in de moederschoot, Evenmin kunt ge de werken kennen van God, Die alles tot stand brengt.stylusEfeziërs 6:14, Efeziërs 6:14, 1 Johannes 1:9, 1 Johannes 1:9, Jesaja 25:16Begin ‘s morgens al met zaaien, En gun geen rust aan uw hand tot de avond. Want ge weet niet, of het een of het ander zal slagen; Misschien ook vallen beide goed uit.stylusJesaja 65:25, Jesaja 65:25, Hosea 2:18, Hosea 2:18, Ezechiël 34:257Maar het licht is aangenaam, En het doet de ogen goed, de zon te zien.stylus8Laat dus de mens zich altijd verheugen, Hoe lang hij ook leeft; Hij bedenke, dat de dagen der duisternis Nog talrijk genoeg zullen zijn. Alles, wat komt, is ijdel.stylusPsalmen 140:3, Jesaja 59:5, Psalmen 140:3, Jesaja 59:59Geniet dus, jongeling, van uw jeugd, Uw hart zij vrolijk in uw jonge jaren; Volg de lusten van uw hart En de begeerten van uw ogen. Maar bedenk daarbij, dat over dit alles God u eens verantwoording vraagt.stylusHabakuk 2:14, Habakuk 2:14, Jesaja 52:10, Jesaja 52:10, Micha 4:210Drijf de zorg uit uw hart, houd het leed van uw lijf; Want vluchtig is de jeugd als de morgenstond.stylusRomeinen 15:9, Romeinen 15:12, Romeinen 15:9, Romeinen 15:12, Lucas 2:32