1Toen Israël in Sjittim vertoefde, begon het volk ontucht te plegen met de dochters van Moab,stylus1 Korintiërs 10:8, 1 Korintiërs 10:8, Jozua 2:1, Numeri 33:49, Jozua 2:12en deze nodigden het volk uit tot de offers van haar goden. Het volk nam aan die offermaaltijden deel, aanbad haar goden,stylus1 Korintiërs 10:20, 1 Korintiërs 10:20, Exodus 20:5, Exodus 20:5, Exodus 34:153en Israël diende Báal-Peor. Daarom ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Israël.stylusJozua 22:17, Hosea 9:10, Jozua 22:17, Hosea 9:10, Psalmen 106:284En Jahweh sprak tot Moses:Neem alle schuldigen onder het volk, en hang ze voor Jahweh op in de volle zon, opdat Jahweh’s gloeiende toorn van Israël moge wijken.stylusDeuteronomium 13:17, Deuteronomium 13:17, Deuteronomium 4:3, Deuteronomium 4:3, Deuteronomium 21:235Moses beval dus de rechters van Israël: Ieder moet zijn mannen doden, die Báal-Peor hebben vereerd.stylus1 Koningen 18:40, Exodus 18:21, 1 Koningen 18:40, Exodus 18:21, Deuteronomium 17:36Maar terwijl Moses en heel de gemeenschap der Israëlieten bij de ingang van de openbaringstent weenden, kwam er nog een Israëliet voor hun ogen een midjanietische vrouw naar de zijnen brengen.stylusJoël 2:17, Joël 2:17, Numeri 22:4, Numeri 22:4, Judas 1:137Toen Pinechas, de zoon van Elazar, den zoon van den priester Aäron, dit zag, stond hij op uit de kring der gemeenschap, greep een speer,stylusExodus 6:25, Exodus 6:25, Richteren 20:28, Psalmen 106:30, Jozua 22:308ging den Israëliet tot in het slaapvertrek achterna, en doorstak hen beiden, den Israëliet en de vrouw in het slaapvertrek. Toen hield die ramp onder de Israëlieten op.stylusNumeri 16:46, Numeri 16:48, Numeri 16:46, Numeri 16:48, 2 Samuël 24:259Maar door die ramp waren er intussen vier en twintig duizend gestorven.stylus1 Korintiërs 10:8, 1 Korintiërs 10:8, Deuteronomium 4:3, Deuteronomium 4:4, Numeri 25:410Nu sprak Jahweh tot Moses:stylus11Pinechas, de zoon van Elazar, den zoon van den priester Aäron, heeft door zijn ijveren onder hen voor mijn zaak, mijn toorn van de Israëlieten afgewend, zodat Ik de Israëlieten in mijn ijverzucht niet hoef te verdelgen.stylusDeuteronomium 32:21, Deuteronomium 32:16, Psalmen 78:58, Deuteronomium 32:21, Deuteronomium 32:1612Zeg daarom: Zie, Ik sluit met hem mijn vredesverbond.stylusMaleachi 2:4, Maleachi 2:5, Maleachi 2:4, Maleachi 2:5, Ezechiël 34:2513Het zal een verbond van een eeuwig priesterschap zijn voor hem en zijn geslacht, omdat hij voor zijn God heeft geijverd en voor de Israëlieten verzoening heeft verkregen.stylusHebreeën 2:17, Hebreeën 2:17, Exodus 40:15, Jeremia 33:18, 1 Kronieken 6:414De gedode Israëliet, die met de Midjanietische doorstoken was, heette Zimri; hij was de zoon van Saloe, en een familiehoofd der Simeonieten.stylusNumeri 25:4, Numeri 25:5, 2 Kronieken 19:7, Numeri 26:14, Numeri 1:2315De gedode midjanietische vrouw heette Kozbi; ze was de dochter van Soer, die stam- en familiehoofd was in Midjan.stylusNumeri 31:8, Numeri 31:8, Jozua 13:21, Jozua 13:21, Numeri 25:1816Jahweh sprak tot Moses:stylus17Behandel de Midjanieten als vijanden en dood ze.stylusNumeri 31:1, Numeri 31:3, Openbaring 18:6, Numeri 31:1, Numeri 31:318Want ze hebben u als vijand behandeld met hun listige streken, die zij tegen u hebben bedacht in de geschiedenis met Peor en met hun zuster Kozbi, de dochter van het midjanietisch stamhoofd, die doorstoken werd op de dag van de ramp om Peor.stylusOpenbaring 2:14, Openbaring 2:14, 2 Petrus 2:14, 2 Petrus 2:15, Exodus 32:35