1Kore, de zoon van Jishar, zoon van Kehat, zoon van Levi, en Datan en Abiram, zonen van Eliab, zoon van Palloe, zoon van Ruben,stylusJudas 1:11, Judas 1:11, Exodus 6:21, Deuteronomium 11:6, Exodus 6:212kwamen in opstand tegen Moses met twee honderd vijftig israëlietische mannen, allemaal leiders van de gemeenschap, raadslieden en mannen van aanzien.stylusNumeri 26:9, Numeri 26:9, Ezechiël 23:10, Ezechiël 23:10, Genesis 6:43Zij schoolden samen tegen Moses en Aäron, en zeiden: Nu is het genoeg, zonen van Levi! Heel de gemeenschap en al haar leden zijn heilig, en Jahweh is in hun midden. Waarom verheft gij u dan boven de gemeente van Jahweh?stylusPsalmen 106:16, Psalmen 106:16, Exodus 19:6, Numeri 14:14, Exodus 19:64Toen Moses dit hoorde, viel hij op zijn aangezicht neer,stylusNumeri 14:5, Numeri 14:5, Numeri 20:6, Numeri 20:6, Numeri 16:455en sprak tot Kore en heel zijn aanhang: Morgen zal Jahweh doen weten, wie Hem behoort, wie heilig is, en tot Hem mag naderen, en wien Hij uitverkoren heeft, om tot Hem te komen.stylusNumeri 17:5, Psalmen 65:4, Numeri 17:5, Psalmen 65:4, Leviticus 10:36Laat Kore en heel zijn aanhang dus het volgende doen: Neemt wierookvaten,stylusLeviticus 10:1, Leviticus 10:1, Leviticus 16:12, Leviticus 16:13, Numeri 16:357legt daar morgen vuur in, en doet er wierook op voor het aanschijn van Jahweh; wie Jahweh dan zal uitverkiezen, zal heilig zijn.stylusNumeri 16:3, Numeri 16:3, 1 Koningen 18:17, 1 Koningen 18:18, Numeri 16:58En Moses vervolgde tot Kore: Luistert, zonen van Levi!stylus9Is het u niet genoeg, dat Israëls God u van de gemeenschap van Israël heeft afgezonderd, om u tot Zich te doen naderen, de dienst in de tabernakel van Jahweh te verrichten, en voor de gemeenschap te staan, om haar te dienen?stylusDeuteronomium 10:8, Jesaja 7:13, Deuteronomium 10:8, Jesaja 7:13, Ezechiël 44:1010Hij heeft u met al de zonen van Levi, uw broeders, tot Zich doen komen, en nu eist ge ook nog het priesterschap?stylus3 Johannes 1:9, Romeinen 12:10, Filippenzen 2:3, Numeri 3:10, Mattheüs 20:2111Dus tegen Jahweh spant gij samen met heel uw aanhang. Want wat is Aäron, dat gij mort tegen hem!stylusExodus 16:7, Exodus 16:8, Exodus 17:2, Exodus 16:7, Exodus 16:812Moses liet nu Datan en Abiram, de zonen van Eliab, ontbieden. Maar zij antwoordden: We komen niet.stylus1 Petrus 2:13, 1 Petrus 2:14, Spreuken 29:9, Judas 1:8, Jesaja 3:513Is het u niet genoeg, dat gij ons hebt weggevoerd uit een land, dat van melk en honing overvloeit, om ons in de woestijn te doen sterven? Wilt ge ons ook nog tiranniseren?stylusHandelingen 7:35, Handelingen 7:35, Exodus 16:3, Exodus 2:14, Numeri 11:514Ge hebt ons niet eens naar een land gebracht, dat van melk en honing overvloeit, of ons akkers en wijngaarden gegeven. Wilt gij die mannen zand in de ogen strooien? Wij komen niet!stylusLeviticus 20:24, Leviticus 20:24, Exodus 22:5, Exodus 23:11, Numeri 36:815Toen werd Moses zeer vergramd, en hij sprak tot Jahweh: Neem hun offer niet aan; geen ezel heb ik hun ontnomen, en niemand hunner kwaad gedaan.stylusGenesis 4:4, Genesis 4:5, Genesis 4:4, Genesis 4:5, 2 Korintiërs 7:216Daarna sprak Moses tot Kore: Zorg, dat gij u morgen met heel uw aanhang voor het aanschijn van Jahweh bevindt: gij, de anderen en Aäron.stylus1 Samuël 12:3, 1 Samuël 12:7, 1 Samuël 12:3, 1 Samuël 12:7, 2 Timotheüs 2:1417Iedereen moet zijn wierookvat nemen, er wierook in doen, en het voor het aanschijn van Jahweh brengen; dus twee honderd vijftig wierookvaten, behalve dat van u zelf en Aäron.stylus1 Samuël 12:7, 1 Samuël 12:718Iedereen nam dus zijn wierookvat, legde er vuur in, deed er wierook op, en stelde zich op bij de ingang van de openbaringstent. Zo deden ook Moses en Aäron.stylus19Maar Kore had heel de gemeenschap tegen hen opgeroepen bij de ingang van de openbaringstent. Toen verscheen de heerlijkheid van Jahweh aan heel de gemeenschap.stylusNumeri 16:42, Numeri 14:10, Numeri 16:42, Numeri 14:10, Exodus 16:720En Jahweh sprak tot Moses en Aäron:stylus21Zondert u af van deze gemeenschap; want Ik zal ze in een oogwenk verdelgen.stylusExodus 32:10, Numeri 16:45, Exodus 32:10, Numeri 16:45, Psalmen 73:1922Toen vielen zij op hun aangezicht neer, en zeiden: O God! God over het leven van alle schepselen! Een enkel man heeft gezondigd, en Gij zoudt op heel de gemeenschap vergramd zijn!stylusNumeri 27:16, Numeri 27:16, Job 12:10, Zacharia 12:1, Job 12:1023Jahweh gaf Moses ten antwoord:stylus24Beveel de gemeenschap: Verwijdert u van de aanhang van Kore!stylusNumeri 16:21, Numeri 16:2125Daarop ging Moses zelf naar Datan en Abiram, en de oudsten van Israël volgden hem.stylusNumeri 11:30, Numeri 11:16, Numeri 11:17, Numeri 11:25, Numeri 11:3026En hij beval de gemeenschap: Verwijdert u van de tenten dezer booswichten, en raakt niets aan, wat hun toebehoort, opdat ge niet wordt meegesleept met al hun zonden.stylusJesaja 52:11, Jesaja 52:11, Openbaring 18:4, 2 Korintiërs 6:17, Openbaring 18:427En men verwijderde zich van de woningen van Kore, Datan en Abiram. Intussen waren Datan en Abiram naar buiten gekomen en met hun vrouwen, zonen en kleine kinderen aan de ingang van hun tenten gaan staan.stylus2 Koningen 9:30, 2 Koningen 9:31, Spreuken 16:18, Job 9:4, Jesaja 28:1428Nu sprak Moses: Hieraan zult ge erkennen, dat Jahweh mij heeft gezonden, om dit alles te doen, en dat het geen eigen verzinsel is!stylusExodus 3:12, Johannes 6:38, Exodus 3:12, Johannes 6:38, Johannes 5:3629Zo die daar sterven als alle mensen, en het lot aller mensen hen treft, dan heeft Jahweh mij niet gezonden.stylusKlaagliederen 4:22, 1 Koningen 22:28, Klaagliederen 4:22, 1 Koningen 22:28, 2 Kronieken 18:2730Maar zo Jahweh iets ongehoords wrocht, zo de grond zijn muil openspert en hen met al het hunne verslindt, zodat ze levend in het dodenrijk dalen, dan zult ge erkennen, dat die mannen Jahweh hebben gehoond.stylusPsalmen 55:15, Psalmen 55:15, Numeri 16:33, Numeri 16:33, Job 31:331Nauwelijks had hij dit alles gezegd, of de grond onder hen scheurde open.stylusNumeri 27:3, Deuteronomium 11:6, Psalmen 106:17, Psalmen 106:18, Numeri 27:332De aarde opende haar muil, en verslond hen met hun huisgezinnen, met alle mensen, die bij Kore hoorden en heel hun bezit.stylusNumeri 26:11, Numeri 26:11, Openbaring 12:16, Psalmen 106:17, Openbaring 12:1633Met al de hunnen, daalden ze levend in het dodenrijk af; de aarde bedekte hen, en ze werden verdelgd uit de gemeente.stylusJudas 1:11, Jesaja 14:9, Ezechiël 32:30, Ezechiël 32:18, Psalmen 143:734Heel Israël, dat hen omringde, vluchtte weg bij hun gillen, want ze dachten: Anders verslindt de aarde ook ons!stylusOpenbaring 6:15, Openbaring 6:17, Zacharia 14:5, Jesaja 33:3, Numeri 17:1235Toen ging een vuur uit van Jahweh, en verteerde de twee honderd vijftig mannen, die wierook stonden te offeren.stylusNumeri 26:10, Leviticus 10:2, Numeri 26:10, Leviticus 10:2, Psalmen 106:1836Daarna sprak Jahweh tot Moses:stylus37Beveel Elazar, den zoon van den priester Aäron, de wierookvaten uit de brand te redden, en het vuur op enige afstand te verstrooien;stylusNumeri 16:18, Numeri 16:7, Leviticus 27:28, Numeri 16:18, Numeri 16:738want de wierookvaten dezer boosdoeners, die hun leven verbeurd hebben, zijn aan het heiligdom vervallen. Slaat ze tot dunne platen, om het altaar te bekleden; want men heeft ze Jahweh aangeboden, en daardoor zijn ze aan het heiligdom vervallen. Zo zullen ze voor de Israëlieten een waarschuwing zijn.stylus2 Petrus 2:6, Spreuken 20:2, Numeri 26:10, Ezechiël 14:8, 2 Petrus 2:639De priester Elazar nam dus de koperen wierookvaten, die zij, die verbrand waren, hadden aangeboden, en plette ze tot een bekleding van het altaar;stylus40als een herinnering voor de Israëlieten, dat geen onbevoegde, iemand, die niet tot het geslacht van Aäron behoort, naderbij mag komen, om Jahweh een reukoffer te brengen, opdat het hem niet zal gaan als Kore en zijn aanhang, zoals Jahweh het hem door Moses gezegd had.stylusNumeri 3:10, Numeri 3:10, Numeri 18:4, Numeri 18:7, 2 Kronieken 26:1641Maar nu sloeg heel de gemeenschap der Israëlieten de volgende dag tegen Moses en Aäron aan het morren, en zeide: Gij hebt het volk van Jahweh gedood!stylusNumeri 16:1, Numeri 16:7, Numeri 16:1, Numeri 16:7, Numeri 14:242En daar de gemeenschap tegen Moses en Aäron te hoop liep, begaven zij zich naar de openbaringstent: en zie de wolk overdekte haar, en de heerlijkheid van Jahweh verscheen.stylusNumeri 16:19, Numeri 16:19, Numeri 20:6, Leviticus 9:23, Numeri 20:643Toen Moses en Aäron voor de openbaringstent waren getreden,stylus44sprak Jahweh tot Moses:stylus45Verwijder u van deze gemeenschap; want in een oogwenk zal Ik ze verdelgen! Maar zij vielen op hun aangezicht neer,stylusNumeri 16:24, Numeri 16:21, Numeri 16:22, Numeri 16:24, Numeri 16:2146en Moses sprak tot Aäron: Neem het wierookvat, leg er vuur in van het altaar, doe er wierook op, en loop er gauw mee naar de gemeenschap, om verzoening voor hen te verkrijgen; want de toorn is van Jahweh’s aanschijn uitgegaan, en de straf is al begonnen.stylusNumeri 8:19, Numeri 8:19, Jesaja 6:6, Jesaja 6:7, Leviticus 10:647Aäron nam zijn wierookvat, zoals Moses bevolen had, en snelde midden tussen de gemeente in. En zie, de straf was onder het volk al begonnen. Hij deed er wierook op, voltrok de verzoeningsplechtigheid over het volk,stylusMattheüs 5:44, Psalmen 106:29, Numeri 25:6, Numeri 25:8, Romeinen 12:2148en stelde zich tussen de doden en de levenden, zodat de plaag werd gestuit.stylus2 Samuël 24:25, 2 Samuël 24:25, 1 Timotheüs 2:5, 1 Timotheüs 2:6, Numeri 16:1849Er waren er veertien duizend zevenhonderd door de plaag gestorven, behalve nog de anderen, die door het gebeurde met Kore waren omgekomen.stylusNumeri 25:9, Numeri 25:9, Numeri 16:32, Numeri 16:35, 1 Kronieken 21:1450Toen keerde Aäron naar Moses bij de openbaringstent terug. De plaag had opgehouden.stylus1 Kronieken 21:26, 1 Kronieken 21:30, Numeri 16:43, 1 Kronieken 21:26, 1 Kronieken 21:30