1Daarna bracht Josuë alle stammen van Israël te Sikem bijeen, en riep ook Israëls oudsten, hoofden, rechters en leiders weer op. En toen het hele volk zich voor het aanschijn van Jahweh had geplaatst, sprak hij het toe:stylusJozua 23:2, Jozua 23:2, 1 Samuël 10:19, 1 Samuël 10:19, Handelingen 10:332Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Aan de overkant van de Rivier woonden in oude tijden uw vaderen, Tara, de vader van Abraham en Nachor: toen dienden zij vreemde goden.stylusGenesis 31:30, Jozua 24:15, Genesis 31:30, Jozua 24:15, Genesis 31:323Maar Ik nam uw vader Abraham van de overkant der Rivier, liet hem heel het land Kanaän doortrekken, maakte zijn nakomelingschap talrijk en schonk hem Isaäk.stylusGenesis 12:1, Genesis 12:4, Genesis 12:1, Genesis 12:4, Genesis 21:24Aan Isaäk schonk Ik Jakob en Esau. Esau gaf Ik het Seïrgebergte tot bezit; Jakob en zijn zonen trokken af naar Egypte.stylusGenesis 36:8, Deuteronomium 2:5, Genesis 36:8, Deuteronomium 2:5, Handelingen 7:155Toen zij dan een groot, machtig en talrijk volk waren geworden, en de Egyptenaren hen mishandelden, zond Ik Moses en Aäron, sloeg Egypte met de tekenen, die Ik daar wrochtte, en deed u er uitgaan.stylusExodus 3:10, Exodus 3:10, Exodus 7:1, Exodus 7:12, Exodus 7:16Toen Ik uw vaderen uit Egypte had geleid, en zij aan de zee kwamen, en de Egyptenaren uw vaderen met wagens en ruiterij bij de Rode Zee achtervolgden,stylusNehemia 9:11, Exodus 12:51, Hebreeën 11:29, Exodus 14:1, Exodus 14:157riepen zij tot Jahweh, en Hij zette een duisternis tussen u en de Egyptenaren, en joeg de zee over hen heen, zodat ze hen verzwolg. Uw eigen ogen hebben gezien, wat Ik in Egypte gedaan heb. En na uw jarenlang verblijf in de woestijn,stylusExodus 14:10, Exodus 14:20, Deuteronomium 4:34, Exodus 14:10, Exodus 14:208bracht Ik u naar het land der Amorieten, die in het Overjordaanse woonden; zij streden tegen u, maar Ik leverde hen aan u over, en verdelgde hen voor u, zodat ge hun land in bezit hebt genomen.stylusNumeri 21:21, Numeri 21:35, Numeri 21:21, Numeri 21:35, Psalmen 135:109Toen stond Balak op, de zoon van Sippor en koning van Moab, om Israël te beoorlogen; en hij liet Balaäm roepen, den zoon van Beor, om u te vervloeken.stylusRichteren 11:25, Numeri 22:2, Micha 6:5, Richteren 11:25, Numeri 22:210Maar Ik wilde naar Balaäm niet luisteren, en hij sprak zegen over u uit. Zo redde Ik u uit zijn hand.stylusNumeri 22:11, Numeri 22:12, Numeri 23:3, Numeri 23:12, Deuteronomium 23:511En toen ge de Jordaan waart overgetrokken en bij Jericho kwaamt, streden Jericho’s burgers met de Amorieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chittieten, Girgasjieten, Chiwwieten en Jeboesieten tegen u; maar Ik leverde ze aan u over.stylusJozua 3:14, Jozua 3:17, Jozua 4:10, Jozua 4:12, Jozua 3:1412Ik zond de horzels voor u uit, en ze joegen zonder uw zwaard of uw boog de twee koningen der Amorieten voor u op de vlucht.stylusDeuteronomium 7:20, Exodus 23:28, Deuteronomium 7:20, Exodus 23:28, Psalmen 44:313Ik gaf u een land, waarvoor ge niet hebt gezwoegd; steden, die ge niet hebt gebouwd, en waarin ge toch woont; wijn- en olijfgaarden, die ge niet hebt geplant, en waarvan ge toch eet.stylusDeuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:12, Deuteronomium 6:10, Deuteronomium 6:12, Deuteronomium 8:714Welnu, vreest dan Jahweh en dient Hem oprecht en getrouw; doet de goden weg, die uw vaderen aan de overkant der Rivier en in Egypte hebben gediend, en dient Jahweh.stylus1 Samuël 12:24, 1 Samuël 12:24, Deuteronomium 10:12, Deuteronomium 10:12, Genesis 35:215Maar zo het u niet kan bevallen, Jahweh te dienen, doet dan heden een keuze, wien ge dan wèl dienen wilt: òf de goden, die uw vaderen aan de overkant van de Rivier hebben gediend, òf de goden der Amorieten, van het land, waarin ge woont. Ik en mijn huis, wij dienen Jahweh!stylus1 Koningen 18:21, 1 Koningen 18:21, Johannes 6:67, Johannes 6:68, Johannes 6:6716Maar het volk gaf ten antwoord: Wij denken er niet aan, Jahweh te verlaten en andere goden te dienen!stylusHebreeën 10:38, Hebreeën 10:39, Hebreeën 10:38, Hebreeën 10:39, 1 Samuël 12:2317Want het is Jahweh, onze God, die ons uit Egypteland, uit het slavenhuis heeft geleid, en voor onze eigen ogen die grote tekenen heeft gewrocht; Hij is het, die over ons heeft gewaakt, waarheen we ook gingen, en te midden van alle volken, waar we doorheen zijn getrokken.stylusExodus 19:4, Exodus 19:4, Deuteronomium 32:11, Deuteronomium 32:12, Jesaja 46:418Het is Jahweh, die al die volken met de Amorieten, die het land bewoonden, voor ons uit heeft gedreven. Ook wij zullen Jahweh dienen, want Hij is onze God.stylusMicha 4:2, Lucas 1:73, Lucas 1:75, Exodus 10:2, Exodus 15:219Doch Josuë sprak tot het volk: Maar ge zult Jahweh niet kunnen dienen; want Hij is een heilige God, een naijverige God, die uw zonden en misslagen niet zal vergeven.stylusJesaja 5:16, Exodus 23:21, Jesaja 5:16, Exodus 23:21, Psalmen 99:520Immers wanneer ge Jahweh verlaat en vreemde goden dient, dan wendt Hij zich af, berokkent u kwaad en vernietigt Hij u, nadat Hij goed voor u is geweest.stylusHebreeën 10:26, Hebreeën 10:27, Hebreeën 10:26, Hebreeën 10:27, Handelingen 7:4221Maar het volk zei tot Josuë: Niets daarvan; want Jahweh willen we dienen!stylusExodus 19:8, Deuteronomium 5:27, Deuteronomium 5:28, Jesaja 44:5, Exodus 20:1922Nu sprak Josuë tot het volk: Gij zijt dan voor uzelf getuigen, dat ge zelf hebt gekozen, Jahweh te dienen!stylusPsalmen 119:173, Psalmen 119:173, Psalmen 119:11, Psalmen 119:11, Job 15:623Welaan, doet dus de vreemde goden weg, die onder u zijn, en neigt uw hart tot Jahweh, Israëls God.stylus2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:18, Jozua 24:14, 2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:1824En het volk zei tot Josuë: Jahweh, onzen God, zullen we dienen en naar zijn stem zullen we luisteren!stylusExodus 24:7, Exodus 24:7, Exodus 24:3, Exodus 24:3, Deuteronomium 5:2725Diezelfde dag sloot Josuë te Sikem een verbond voor het volk; hij bepaalde voor hen, wat wet was en recht,stylusExodus 15:25, Exodus 15:25, 2 Kronieken 23:16, 2 Koningen 11:17, Nehemia 9:3826en schreef dit alles op in het boek van Gods wet. Toen nam Josuë een grote steen, richtte die ter plaatse onder de eik in Jahweh’s heiligdom op,stylusRichteren 9:6, Richteren 9:6, Genesis 35:4, Genesis 35:4, Deuteronomium 31:2427en sprak tot het hele volk: Zie, deze steen zal een getuige onder ons zijn; want hij heeft alles gehoord, wat Jahweh met ons heeft besproken. Hij zal een getuige onder u zijn, dat ge uw God niet verloochent!stylusLucas 19:40, Lucas 19:40, Jozua 22:34, Jozua 22:34, Mattheüs 10:3328Toen liet Josuë het volk gaan, iedereen naar zijn erfdeel.stylusRichteren 2:6, Richteren 2:629Na dit alles stierf Josuë, de zoon van Noen, de dienaar van Jahweh, in de ouderdom van honderd tien jaren.stylusRichteren 2:8, Richteren 2:8, 2 Timotheüs 4:7, 2 Timotheüs 4:8, Openbaring 14:1330Men begroef hem op het grondgebied van zijn erfdeel te Timnat-Sérach, dat in het bergland van Efraïm ligt, ten noorden van de berg Gáasj.stylusJozua 19:50, Jozua 19:50, 2 Samuël 23:30, Richteren 2:9, 2 Samuël 23:3031En Israël diende Jahweh, zolang Josuë leefde, en de oudsten er nog waren, die Josuë overleefden, en die wisten, wat Jahweh voor Israël had gedaan.stylusDeuteronomium 31:13, Richteren 2:7, Deuteronomium 31:13, Richteren 2:7, Deuteronomium 31:2932Het gebeente van Josef, dat de Israëlieten uit Egypte hadden meegebracht, begroef men te Sikem op het stuk land, dat Jakob van de zonen van Hemor, den vader van Sikem, voor honderd goudstukken gekocht had, en dat de zonen van Josef als erfelijk bezit hadden gekregen.stylusGenesis 50:25, Genesis 33:19, Genesis 50:25, Genesis 33:19, Exodus 13:1933Toen ook Elazar, de zoon van Aäron, gestorven was, begroef men hem op de heuvel van zijn zoon Pinechas, welke hem in het bergland van Efraïm was afgestaan.stylusExodus 6:25, Jozua 22:13, Exodus 6:25, Jozua 22:13, Jesaja 57:1