1Vele jaren waren er voorbijgegaan, sinds Jahweh Israël rust had verleend van al zijn vijanden in het rond. En toen Josuë hoogbejaard was geworden,stylusJozua 13:1, Jozua 13:1, Jozua 21:44, Jozua 21:44, Jozua 11:232riep hij alle oudsten, hoofden, rechters en leiders van Israël op, en sprak tot hen: Ik ben nu oud en hoogbejaard.stylusJozua 24:1, Jozua 24:1, 1 Kronieken 28:1, Deuteronomium 31:28, 1 Kronieken 28:13Zelf hebt gij gezien, wat Jahweh, uw God, met al deze volken heeft gedaan, en hoe Jahweh, uw God, zelf voor u heeft gestreden.stylusExodus 14:14, Exodus 14:14, Jozua 10:14, Jozua 10:42, Jozua 10:144Ziet, die zijn overgebleven van alle naties, welke ik heb uitgeroeid, van de Jordaan af tot de Grote Zee in het westen, heb ik u als een erfdeel voor uw stammen toegewezen.stylusJozua 13:2, Jozua 18:10, Jozua 13:6, Jozua 13:7, Jozua 13:25Jahweh, uw God, zal zelf ze voor u verjagen en verdrijven; en gij zult hun land in bezit nemen, zoals Jahweh, uw God, het u heeft gezegd.stylusJozua 13:6, Exodus 33:2, Exodus 34:11, Deuteronomium 11:23, Jozua 13:66Maar dan moet ge uw best doen, zorgvuldig te onderhouden, al wat er in het boek van Moses’ wet staat geschreven, en daarvan niet afwijken naar rechts of naar links.stylusDeuteronomium 28:14, Deuteronomium 5:32, Deuteronomium 28:14, Deuteronomium 5:32, Hebreeën 12:47Ge moogt u niet inlaten met die nog overgebleven volken, de naam hunner goden niet noemen of daarbij zweren, noch hen dienen of vereren.stylusExodus 23:13, Exodus 23:13, Jeremia 5:7, Deuteronomium 7:2, Deuteronomium 7:38Jahweh, uw God, moet ge aanhangen, zoals ge tot op heden hebt gedaan.stylusDeuteronomium 10:20, Deuteronomium 10:20, Jozua 22:5, Jozua 22:5, Deuteronomium 13:49Want Jahweh dreef grote en sterke volken voor u uit, zodat tot op de dag van vandaag niemand het tegen u heeft kunnen uithouden.stylusJozua 1:5, Jozua 1:5, Deuteronomium 11:23, Deuteronomium 11:23, Exodus 23:3010Eén van u achtervolgde er duizend; want het was Jahweh, uw God, die voor u streed, zoals Hij het u had gezegd.stylusDeuteronomium 32:30, Deuteronomium 32:30, Leviticus 26:8, Leviticus 26:8, Deuteronomium 3:2211Blijft er dus om uw eigen bestwil steeds voor bezorgd, dat ge Jahweh, uw God, liefhebt.stylusJozua 22:5, Jozua 22:5, Deuteronomium 6:5, Deuteronomium 6:12, Deuteronomium 6:512Want indien ge anders handelt, u afgeeft met het overschot van de volken, die nog onder u zijn overgebleven, u met hen verzwagert, of u met hen inlaat, en zij zich met u:stylusDeuteronomium 7:3, Deuteronomium 7:3, Sefanja 1:6, Ezechiël 18:24, Sefanja 1:613weet dan, dat Jahweh, uw God, niet langer die volken voor u zal uitdrijven, maar dat ze een val en een strik voor u zullen zijn, een gesel in uw zijden, en doornen in uw ogen, totdat ge verdwenen zijt uit dit heerlijke land, dat Jahweh u heeft gegeven.stylusDeuteronomium 7:16, Numeri 33:55, Deuteronomium 7:16, Numeri 33:55, Exodus 23:3314Ik ga thans de weg van al het aardse. Prent het dan diep in uw hart en in uw ziel, dat niet één van alle beloften, die Jahweh, uw God, u heeft gedaan, onvervuld is gebleven. Alles is voor u in vervulling gegaan; van zijn kant is geen woord onvervuld gebleven.stylusLucas 21:33, Lucas 21:33, 1 Koningen 2:2, 1 Koningen 2:2, Leviticus 26:315Maar gelijk al het goede aan u is vervuld, dat Jahweh, uw God, u heeft toegezegd, zo zal Jahweh ook al het kwade aan u voltrekken, tot Hij u heeft weggevaagd uit dit heerlijke land, dat Jahweh, uw God, u gegeven heeft.stylusDeuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, Deuteronomium 28:15, Deuteronomium 28:68, 1 Tessalonicenzen 2:1616Wanneer ge het Verbond durft schenden, dat Jahweh, uw God, met u heeft gesloten, en ge andere goden gaat dienen en vereren, dan zal Jahweh’s toorn tegen u ontbranden, en zult ge spoedig verdwenen zijn uit dit heerlijke land, dat Hij u heeft gegeven.stylus2 Koningen 24:20, Deuteronomium 4:25, Deuteronomium 4:26, 2 Koningen 24:20, Deuteronomium 4:25