1Job antwoordde, en sprak:stylusMattheüs 16:18, Mattheüs 16:18, Galaten 2:9, Efeziërs 2:20, Efeziërs 2:222Zeker, ik weet wel, dat het zo is; Maar hoe kan een mens tegenover God in zijn recht zijn?stylusJesaja 25:6, Spreuken 9:5, Mattheüs 22:3, Mattheüs 22:14, Jesaja 25:63Wanneer hij Hem ter verantwoording wil roepen, Geeft Hij niet eens op de duizendmaal antwoord;stylusSpreuken 9:14, Spreuken 9:14, Spreuken 8:1, Spreuken 8:3, Mattheüs 22:34Wie heeft den Alwijze en den Almachtige Ooit ongedeerd getrotseerd?stylusSpreuken 6:32, Spreuken 6:32, Spreuken 9:16, Spreuken 8:5, Spreuken 9:165Hem, die bergen verzet, en ze merken het niet, Ze onderstboven keert in zijn toorn;stylusJohannes 6:27, Johannes 6:27, Hooglied 5:1, Hooglied 5:1, Spreuken 9:176Die de aarde op haar plaats doet schudden, Haar zuilen trillen ervan;stylusSpreuken 13:20, Spreuken 13:20, Spreuken 4:11, Spreuken 4:11, Lucas 13:247Die de zon bevel geeft, niet te stralen, En de sterren onder een zegel legt!stylusSpreuken 15:12, Spreuken 15:12, Spreuken 23:9, Spreuken 23:9, 2 Kronieken 25:158Die de hemel uitspant, Hij alleen, En voortschrijdt over de golven der zee;stylusPsalmen 141:5, Psalmen 141:5, Spreuken 13:18, Spreuken 13:18, Spreuken 23:99Die Grote Beer en Orion schiep, Plejaden en het Zuiderkruis;stylusSpreuken 1:5, Spreuken 1:5, Mattheüs 13:11, Mattheüs 13:12, Mattheüs 13:1110Die grootse, ondoorgrondelijke dingen wrocht, En talloze wonderen!stylusPsalmen 111:10, Psalmen 111:10, Job 28:28, Job 28:28, Spreuken 1:711Zie, Hij gaat mij voorbij, en ik zie het niet, Hij glijdt langs mij heen, ik bemerk het niet;stylusSpreuken 10:27, Spreuken 10:27, Spreuken 3:16, Spreuken 3:16, Spreuken 3:212Rooft Hij: Wie zal Hem weerhouden? Wie Hem zeggen: Wat doet Gij?stylusJob 22:2, Job 22:3, Job 22:2, Job 22:3, Ezechiël 18:2013God, die zijn gramschap niet weerhoudt: Zelfs Ráhabs helpers moesten zich onder Hem krommen!stylusSpreuken 7:11, Spreuken 7:11, Spreuken 5:6, Spreuken 5:6, 1 Timotheüs 6:414Hoe zou ik Hem dan ter verantwoording roepen, Mijn woorden tegenover Hem vinden?stylusSpreuken 9:3, Spreuken 9:3, Spreuken 7:10, Spreuken 7:12, Spreuken 7:1015Ik, die geen antwoord krijg, al heb ik ook recht, Maar mijn Rechter om genade moet smeken;stylusSpreuken 7:25, Spreuken 7:27, Spreuken 23:27, Spreuken 23:28, Spreuken 7:2516En al gaf Hij mij antwoord, als ik riep, Dan geloof ik niet, dat Hij naar mij zou luisteren.stylusSpreuken 9:4, Spreuken 9:417Hij, die mij vertrapt om een kleinigheid En mijn smarten vermeerdert om niet;stylusSpreuken 20:17, Spreuken 20:17, Spreuken 23:31, Spreuken 23:32, Spreuken 23:3118Hij, die mij niet op adem laat komen, Maar mij met bitter wee overstelpt.stylusSpreuken 7:27, Spreuken 7:27, Spreuken 2:18, Spreuken 2:19, Spreuken 5:519Gaat het om kracht: Hij is er, de Sterke! Gaat het om recht: Wie klaagt Hem aan?stylus20Al had ik ook recht, zijn mond veroordeelde mij; Al was ik onschuldig, Hij verklaarde mij schuldig!stylus21Ben ik onschuldig? Ik weet het zelf nu niet meer. Ik verfoei mijn bestaan: Het is mij allemaal één!stylus22Maar daarom roep ik het uit: Onschuldigen en schuldigen slaat Hij neer!stylus23Wanneer zijn gesel plotseling doodt, Lacht Hij met de vertwijfeling van de onschuldigen;stylus24Is het land aan bozen overgeleverd, Hij bindt nog een blinddoek op het gelaat van de rechters: Want zo Hij het niet doet, Wie doet het dan wel?stylus25Zo vliegen mijn dagen voorbij, Sneller nog dan een ijlbode; Zo vluchten ze weg, Zonder geluk te aanschouwen;stylus26Ze schieten heen als schepen van riet, Als een adelaar, die zich werpt op zijn prooi.stylus27Denk ik, ik wil mijn jammer vergeten, Weer vrolijk schijnen en blij,stylus28Dan ben ik weer bang voor al mijn smarten, Wetend, dat Gij mij niet voor onschuldig houdt.stylus29En wanneer ik dan toch schuldig moet zijn, Waarom doe ik mijn best, om niet?stylus30Al was ik mij nog zo schoon met sneeuw, En reinig mijn handen met zeep,stylus31Toch ploft Gij mij neer in het vuil, Zodat mijn kleren van mij walgen.stylus32Neen, Gij zijt geen mens, zoals ik, dien ik ter verantwoording roep, Zodat wij te zamen voor de rechtbank verschijnen!stylus33Ach, mocht er een scheidsrechter tussen ons zijn, Die zijn hand op ons beiden kon leggen;stylus34Die Gods roede van mij weg zou nemen, Zodat de schrik voor Hem mij niet deerde:stylus35Dan zou ik spreken zonder Hem te vrezen; Maar nu er geen is, neem ik het op voor mijzelf!stylus