Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Job Hoofdstuk 9

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOB

Job 9

1Job antwoordde, en sprak:
Mattheüs 16:18, Mattheüs 16:18, Galaten 2:9, Efeziërs 2:20, Efeziërs 2:22
2Zeker, ik weet wel, dat het zo is; Maar hoe kan een mens tegenover God in zijn recht zijn?
Jesaja 25:6, Spreuken 9:5, Mattheüs 22:3, Mattheüs 22:14, Jesaja 25:6
3Wanneer hij Hem ter verantwoording wil roepen, Geeft Hij niet eens op de duizendmaal antwoord;
Spreuken 9:14, Spreuken 9:14, Spreuken 8:1, Spreuken 8:3, Mattheüs 22:3
4Wie heeft den Alwijze en den Almachtige Ooit ongedeerd getrotseerd?
Spreuken 6:32, Spreuken 6:32, Spreuken 9:16, Spreuken 8:5, Spreuken 9:16
5Hem, die bergen verzet, en ze merken het niet, Ze onderstboven keert in zijn toorn;
Johannes 6:27, Johannes 6:27, Hooglied 5:1, Hooglied 5:1, Spreuken 9:17
6Die de aarde op haar plaats doet schudden, Haar zuilen trillen ervan;
Spreuken 13:20, Spreuken 13:20, Spreuken 4:11, Spreuken 4:11, Lucas 13:24
7Die de zon bevel geeft, niet te stralen, En de sterren onder een zegel legt!
Spreuken 15:12, Spreuken 15:12, Spreuken 23:9, Spreuken 23:9, 2 Kronieken 25:15
8Die de hemel uitspant, Hij alleen, En voortschrijdt over de golven der zee;
Psalmen 141:5, Psalmen 141:5, Spreuken 13:18, Spreuken 13:18, Spreuken 23:9
9Die Grote Beer en Orion schiep, Plejaden en het Zuiderkruis;
Spreuken 1:5, Spreuken 1:5, Mattheüs 13:11, Mattheüs 13:12, Mattheüs 13:11
10Die grootse, ondoorgrondelijke dingen wrocht, En talloze wonderen!
Psalmen 111:10, Psalmen 111:10, Job 28:28, Job 28:28, Spreuken 1:7
11Zie, Hij gaat mij voorbij, en ik zie het niet, Hij glijdt langs mij heen, ik bemerk het niet;
Spreuken 10:27, Spreuken 10:27, Spreuken 3:16, Spreuken 3:16, Spreuken 3:2
12Rooft Hij: Wie zal Hem weerhouden? Wie Hem zeggen: Wat doet Gij?
Job 22:2, Job 22:3, Job 22:2, Job 22:3, Ezechiël 18:20
13God, die zijn gramschap niet weerhoudt: Zelfs Ráhabs helpers moesten zich onder Hem krommen!
Spreuken 7:11, Spreuken 7:11, Spreuken 5:6, Spreuken 5:6, 1 Timotheüs 6:4
14Hoe zou ik Hem dan ter verantwoording roepen, Mijn woorden tegenover Hem vinden?
Spreuken 9:3, Spreuken 9:3, Spreuken 7:10, Spreuken 7:12, Spreuken 7:10
15Ik, die geen antwoord krijg, al heb ik ook recht, Maar mijn Rechter om genade moet smeken;
Spreuken 7:25, Spreuken 7:27, Spreuken 23:27, Spreuken 23:28, Spreuken 7:25
16En al gaf Hij mij antwoord, als ik riep, Dan geloof ik niet, dat Hij naar mij zou luisteren.
Spreuken 9:4, Spreuken 9:4
17Hij, die mij vertrapt om een kleinigheid En mijn smarten vermeerdert om niet;
Spreuken 20:17, Spreuken 20:17, Spreuken 23:31, Spreuken 23:32, Spreuken 23:31
18Hij, die mij niet op adem laat komen, Maar mij met bitter wee overstelpt.
Spreuken 7:27, Spreuken 7:27, Spreuken 2:18, Spreuken 2:19, Spreuken 5:5
19Gaat het om kracht: Hij is er, de Sterke! Gaat het om recht: Wie klaagt Hem aan?
20Al had ik ook recht, zijn mond veroordeelde mij; Al was ik onschuldig, Hij verklaarde mij schuldig!
21Ben ik onschuldig? Ik weet het zelf nu niet meer. Ik verfoei mijn bestaan: Het is mij allemaal één!
22Maar daarom roep ik het uit: Onschuldigen en schuldigen slaat Hij neer!
23Wanneer zijn gesel plotseling doodt, Lacht Hij met de vertwijfeling van de onschuldigen;
24Is het land aan bozen overgeleverd, Hij bindt nog een blinddoek op het gelaat van de rechters: Want zo Hij het niet doet, Wie doet het dan wel?
25Zo vliegen mijn dagen voorbij, Sneller nog dan een ijlbode; Zo vluchten ze weg, Zonder geluk te aanschouwen;
26Ze schieten heen als schepen van riet, Als een adelaar, die zich werpt op zijn prooi.
27Denk ik, ik wil mijn jammer vergeten, Weer vrolijk schijnen en blij,
28Dan ben ik weer bang voor al mijn smarten, Wetend, dat Gij mij niet voor onschuldig houdt.
29En wanneer ik dan toch schuldig moet zijn, Waarom doe ik mijn best, om niet?
30Al was ik mij nog zo schoon met sneeuw, En reinig mijn handen met zeep,
31Toch ploft Gij mij neer in het vuil, Zodat mijn kleren van mij walgen.
32Neen, Gij zijt geen mens, zoals ik, dien ik ter verantwoording roep, Zodat wij te zamen voor de rechtbank verschijnen!
33Ach, mocht er een scheidsrechter tussen ons zijn, Die zijn hand op ons beiden kon leggen;
34Die Gods roede van mij weg zou nemen, Zodat de schrik voor Hem mij niet deerde:
35Dan zou ik spreken zonder Hem te vrezen; Maar nu er geen is, neem ik het op voor mijzelf!

Andere Boeken

JobPsalmenSpreuken+

Andere Boeken

JobHfst. 9
PsalmenSpreukenPredikerHoogliedWijsheid
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward