1Ik walg nu toch van het leven, En laat dus de vrije loop aan mijn klagen; Ik spreek in de bitterheid van mijn ziel,stylusSpreuken 1:1, Spreuken 1:1, Spreuken 17:25, Spreuken 29:3, Spreuken 17:252En zeg tot God: Behandel mij niet als een schuldige; Laat mij weten, waarom Gij tegen mij strijdt!stylusSpreuken 11:4, Spreuken 11:4, Spreuken 12:28, Spreuken 21:6, Spreuken 12:283Brengt het U voordeel, dat Gij verdrukt, Dat Gij het werk uwer handen verwerpt, Maar de plannen der bozen begunstigt?stylusMattheüs 6:30, Mattheüs 6:33, Mattheüs 6:30, Mattheüs 6:33, Psalmen 37:254Hebt Gij ogen van vlees, Ziet Gij, zoals mensen dat doen;stylusSpreuken 21:5, Spreuken 21:5, Spreuken 20:4, Spreuken 20:4, Spreuken 19:155Zijn uw dagen als die van een sterveling, Uw jaren als de levensduur van een mens:stylusSpreuken 6:8, Spreuken 6:8, Spreuken 30:25, Spreuken 30:25, Spreuken 17:26Dat Gij op zoek zijt naar mijn schuld, En naar mijn zonden blijft vorsen,stylusDeuteronomium 28:2, Deuteronomium 28:2, Spreuken 28:20, Spreuken 28:20, Job 29:137Ofschoon Gij weet, dat ik niet schuldig ben, En niemand mij uit uw hand kan redden?stylusPsalmen 112:6, Psalmen 112:6, Lucas 1:48, Lucas 1:48, Marcus 14:98Uw eigen handen hebben mij gevormd en gewrocht, En nu zoudt Gij me weer gaan vernielen?stylusMattheüs 7:24, Mattheüs 7:25, Mattheüs 7:24, Mattheüs 7:25, Spreuken 12:19Bedenk toch, dat Gij mij als leem hebt gekneed: En Gij voert mij terug naar het stof?stylusSpreuken 28:18, Spreuken 28:18, Mattheüs 10:26, Mattheüs 10:26, Jesaja 33:1510Hebt Gij me niet als melk laten vloeien, En als kaas laten stremmen;stylusPsalmen 35:19, Psalmen 35:19, Spreuken 6:13, Spreuken 6:13, Spreuken 10:811Mij niet bekleed met huid en met vlees, Met beenderen en spieren samengeweven?stylusSpreuken 13:14, Spreuken 13:14, Spreuken 10:6, Spreuken 10:6, Spreuken 18:412In uw goedheid hebt Gij mij het leven geschonken Uw zorg heeft mijn adem bewaakt,stylus1 Petrus 4:8, 1 Petrus 4:8, Spreuken 17:9, Spreuken 17:9, 1 Korintiërs 13:413Maar dit was uw heimelijke toeleg daarbij, Ik weet, dat Gij dit hadt besloten:stylusSpreuken 26:3, Spreuken 26:3, Spreuken 6:32, Spreuken 6:32, Jesaja 50:414Als ik zondigde, mij in het oog te houden, En mij mijn misdaad niet te vergeven;stylusSpreuken 18:7, Spreuken 18:7, Spreuken 10:8, Spreuken 10:8, Spreuken 13:315Was ik schuldig: Wee mij! En was ik onschuldig, Toch zou ik mijn hoofd niet mogen verheffen, Zat van smaad en gedrenkt met ellende!stylusSpreuken 18:11, Spreuken 18:11, Spreuken 19:7, Spreuken 19:7, Psalmen 52:716Hief ik het op, Gij zoudt jacht op mij maken, als een luipaard, Mij telkens uw wondere macht laten voelen,stylusJesaja 3:10, Jesaja 3:11, Jesaja 3:10, Jesaja 3:11, Johannes 6:2717Uw vijandschap jegens mij weer vernieuwen; Gij zoudt uw toorn op mij nog verdubbelen, Gij riept troepen en legers tegen mij op!stylus2 Petrus 1:5, 2 Petrus 1:11, 2 Petrus 1:5, 2 Petrus 1:11, Spreuken 6:2318Waarom hebt Gij mij dan uit de schoot laten komen, Gaf ik de geest niet, eer een oog mij aanschouwde?stylusSpreuken 26:24, Spreuken 26:26, Spreuken 26:24, Spreuken 26:26, Psalmen 55:2119Dan was ik nu, als had ik nimmer bestaan, En was van de schoot naar het graf gedragen.stylusJakobus 3:2, Jakobus 1:19, Jakobus 3:2, Jakobus 1:19, Spreuken 17:2720Ach, mijn levensdagen zijn maar gering, Laat mij met rust, dat ik een weinig vreugde beleef,stylusGenesis 6:5, Spreuken 12:18, Jeremia 17:9, Genesis 6:5, Spreuken 12:1821Eer ik heenga, vanwaar ik niet terugkom, Naar het land van duisternis en schaduw des doods;stylusHosea 4:6, Hosea 4:6, Spreuken 17:16, Spreuken 17:16, Job 4:322Naar het sombere land, waar wanorde heerst, De dag als een stikdonkere nacht!stylusPsalmen 107:38, Psalmen 107:38, Genesis 26:12, Genesis 26:12, 1 Samuël 2:7