1Elifaz van Teman nam het woord, en sprak:stylusHebreeën 2:1, Hebreeën 2:1, Psalmen 34:11, Psalmen 34:11, Spreuken 1:82Zullen wij het woord tot u richten, tot u, zo verslagen? Maar wie zou zijn woorden kunnen bedwingen?stylus1 Timotheüs 4:6, 1 Timotheüs 4:6, Deuteronomium 32:2, Deuteronomium 32:2, Psalmen 89:303Zie, zelf hebt ge velen terecht gewezen, En slappe handen gesterkt;stylus1 Kronieken 22:5, 1 Kronieken 22:5, Romeinen 12:16, 1 Kronieken 29:1, Romeinen 12:164Uw woorden hebben struikelenden opgericht, Knikkende knieën hebt ge spierkracht verleend:stylusSpreuken 3:1, Spreuken 3:1, Johannes 12:50, Johannes 12:50, Spreuken 7:25Maar nu het ú overkomt, nu zijt ge verslagen, Nu het ú treft, verbijsterd!stylusJakobus 1:5, Jakobus 1:5, Spreuken 3:13, Spreuken 3:18, Spreuken 3:136Was dan uw vroomheid niet uw hoop, Uw onberispelijke wandel niet uw vertrouwen?stylus2 Tessalonicenzen 2:10, 2 Tessalonicenzen 2:10, Spreuken 2:10, Spreuken 2:12, Efeziërs 3:177Denk eens na: wie kwam ooit onschuldig om, Of waar ter wereld werden rechtvaardigen verdelgd?stylusPrediker 7:12, Prediker 7:12, Prediker 9:16, Prediker 9:18, Prediker 9:168Ik heb altijd gezien: Die onheil ploegen En rampspoed zaaien, die oogsten ze ook!stylusDaniël 12:3, Daniël 12:3, 1 Samuël 2:30, 1 Samuël 2:30, Spreuken 3:359Door Gods adem gaan ze te gronde, Door zijn ziedende gramschap komen ze om:stylusSpreuken 1:9, Spreuken 1:9, 1 Petrus 5:4, 1 Petrus 5:4, Hebreeën 2:710Het gebrul van den leeuw en het gehuil van den luipaard verstomt. De tanden der leeuwenwelpen worden stuk gebroken;stylusSpreuken 3:2, 1 Tessalonicenzen 2:13, Spreuken 3:2, 1 Tessalonicenzen 2:13, Deuteronomium 6:211De leeuwin komt om bij gebrek aan prooi, De jongen van de leeuwinnen worden uiteen gejaagd!stylusPsalmen 25:4, Psalmen 25:5, Psalmen 25:4, Psalmen 25:5, Prediker 12:912Eens drong een woord in het diepste geheim tot mij door En mijn oor ving er het gefluister van op.stylusSpreuken 3:23, Spreuken 3:23, Psalmen 18:36, Psalmen 18:36, 1 Petrus 2:813Het was in een nachtgezicht, uit dromen geboren, Wanneer een diepe slaap de mensen bevangt:stylusHebreeën 2:1, Spreuken 3:18, Hebreeën 2:1, Spreuken 3:18, Spreuken 23:2314Schrik en siddering grepen mij aan, En al mijn beenderen rilden van angst;stylusPsalmen 1:1, Psalmen 1:1, 1 Korintiërs 15:33, 1 Korintiërs 15:33, Spreuken 1:1015Een ademtocht streek langs mijn gelaat, En deed mijn haren ten berge rijzen.stylusEfeziërs 5:11, Efeziërs 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:22, Job 22:23, 1 Tessalonicenzen 5:2216Daar stond er één voor mij, Wiens gelaat ik niet kon herkennen; Een gestalte zweefde voor mijn oog, En ik hoorde het fluisteren van een stem:stylusPsalmen 36:4, Psalmen 36:4, Micha 2:1, Micha 2:1, Jesaja 57:2017Is een mens ooit rechtvaardig voor God, Een mensenkind rein voor zijn Schepper?stylusMicha 6:12, Psalmen 14:4, Micha 6:12, Psalmen 14:4, Mattheüs 23:1318Zie, zelfs op zijn dienaars kan Hij niet bouwen, Zelfs in zijn engelen ontdekt Hij gebreken.stylusJohannes 8:12, Johannes 8:12, Job 11:17, Job 11:17, Daniël 12:319Hoeveel te meer in hen, die lemen hutten bewonen, Wier fundament in het stof is gelegd, En die als motten worden doodgetrapt,stylusJohannes 12:35, Johannes 12:35, Jesaja 59:9, Jesaja 59:10, Jesaja 59:920Van ‘s morgens tot ‘s avonds te pletter gedrukt; Die zonder dat men er acht op slaat, Voor eeuwig vergaan;stylusSpreuken 5:1, Spreuken 5:1, Jesaja 55:3, Jesaja 55:3, Spreuken 7:121Die, als hun tentpin wordt uitgerukt, Gaan sterven, eer zij het weten!stylusSpreuken 3:21, Spreuken 3:21, Spreuken 7:1, Spreuken 7:2, Spreuken 3:3