Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Job Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOB

Job 3

1Daarna opende Job zijn mond, om zijn geboorte dag te verwensen
Spreuken 4:5, Spreuken 4:5, Johannes 14:21, Johannes 14:24, Johannes 14:21
2En Job hief aan en sprak:
Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Spreuken 4:10
3De dag verga, waarop ik geboren werd; De nacht, die sprak: Er is een knaapje ontvangen!
Spreuken 7:3, 2 Korintiërs 3:3, Spreuken 7:3, 2 Korintiërs 3:3, Hebreeën 10:16
4Die dag: hij worde duisternis, God in den hoge zij er niet om bekommerd; Geen lichtglans moge hem bestralen,
Lucas 2:52, Lucas 2:52, 1 Samuël 2:26, Romeinen 14:18, 1 Samuël 2:26
5Maar duisternis en schaduw des doods hem bedekken; Mogen wolken zich boven hem samenpakken, En zonsverduistering hem verschrikken!
Psalmen 37:5, Psalmen 37:5, Jeremia 17:7, Jeremia 17:8, Jeremia 17:7
6Die nacht: het donker rove hem weg, Hij telle niet mee onder de dagen van het jaar, En trede niet op in het getal van de maanden. Mogen de sterren van zijn ochtendschemering worden gedoofd; Hij hope op licht, dat niet daagt, Hij aanschouwe de wimpers van het morgenrood niet!
Spreuken 16:3, Spreuken 16:3, Psalmen 32:8, Psalmen 32:8, Filippenzen 4:6
7Ja, troosteloos blijve die nacht, Geen juichtoon dringe tot hem door;
Job 28:28, Job 28:28, Romeinen 12:16, Romeinen 12:16, Spreuken 26:12
8Laat de dagbeheksers hem vervloeken, Gereed, om Liwjatan tegen hem op te hitsen:
Spreuken 4:22, Spreuken 4:22, Psalmen 147:3, Psalmen 147:3, Job 21:24
9Mogen de sterren van zijn ochtendschemering worden gedoofd; Hij hope op licht, dat niet daagt, Hij aanschouwe de wimpers van het morgenrood niet!
Deuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:15, Deuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:15, 1 Korintiërs 16:2
10Want hij sloot mij de deuren niet dicht van de schoot, Hij verborg niet het leed voor mijn ogen!
Spreuken 19:17, Spreuken 19:17, Deuteronomium 28:8, Deuteronomium 28:8, Spreuken 11:24
11Waarom stierf ik niet, toen ik uit de moederschoot kwam, Ging ik niet dood, toen ik haar lichaam verliet;
Job 5:17, Job 5:17, Openbaring 3:19, Hebreeën 12:5, Hebreeën 12:12
12Waarom wachtten twee knieën mij op, Waarom twee borsten, om mij te zogen;
Deuteronomium 8:5, Deuteronomium 8:5, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Spreuken 29:17
13Dan lag ik nu neer, en had rust; Ik zou slapen, en door niets meer worden gestoord:
Spreuken 8:32, Spreuken 8:35, Spreuken 8:32, Spreuken 8:35, Spreuken 4:5
14Naast koningen en rijksbestuurders, Die zich grafmonumenten hebben gebouwd;
Spreuken 16:16, Spreuken 16:16, Spreuken 8:19, Spreuken 8:19, Job 28:13
15Naast vorsten, badend in goud, En die hun paleizen vulden met zilver.
Spreuken 8:11, Spreuken 8:11, Job 28:18, Job 28:18, Romeinen 8:18
16Waarom werd ik niet weggestopt als een misdracht, Als kinderkens, die het licht niet aanschouwen?
Spreuken 3:2, Spreuken 3:2, 2 Korintiërs 6:10, 2 Korintiërs 6:10, Spreuken 22:4
17Daar, waar de bozen hun tieren staken, Waar rust vindt, wiens kracht is bezweken;
Lucas 1:79, Lucas 1:79, Jesaja 26:3, Spreuken 2:10, Jesaja 26:3
18Waar de gevangenen allemaal vrede genieten, En de stem van de drijvers niet horen;
Spreuken 11:30, Spreuken 11:30, Spreuken 15:4, Spreuken 15:4, Genesis 2:9
19Waar kleinen en groten gelijk zijn, De slaven van hun meesters bevrijd.
Psalmen 104:24, Psalmen 104:24, Jeremia 10:12, Jeremia 10:12, Johannes 1:3
20Waarom het licht aan een rampzalige geschonken, Aan zielsbedroefden het leven:
Genesis 7:11, Genesis 7:11, Genesis 1:9, Job 38:26, Job 38:28
21Aan hen, die de dood verbeiden, die niet komt, Die met groter vlijt naar hem dan naar schatten graven;
Jozua 1:8, Jozua 1:8, Deuteronomium 6:6, Deuteronomium 6:9, Deuteronomium 6:6
22Die met blijdschap zouden juichen, En jubelen, wanneer zij het graf zouden vinden?
Spreuken 4:22, Spreuken 4:22, Spreuken 1:9, Spreuken 1:9, Jesaja 38:16
23Aan den man, wiens pad in de duisternis ligt, Wien God elke uitweg heeft afgesneden!
Spreuken 4:12, Spreuken 10:9, Spreuken 4:12, Spreuken 10:9, Psalmen 91:11
24Want als mijn brood komt mijn zuchten, En als water stort zich mijn jammerklacht uit;
Psalmen 3:5, Psalmen 3:5, Psalmen 4:8, Psalmen 4:8, Spreuken 6:22
25Wanneer ik bang voor iets ben, overvalt het mij, Mij treft, wat ik ducht!
Jesaja 41:10, Jesaja 41:14, Jesaja 41:10, Jesaja 41:14, Psalmen 112:7
26Neen, geen rust voor mij, geen heil en geen vrede, Maar altijd weer tobben!
Psalmen 91:3, Spreuken 14:26, 1 Samuël 2:9, Psalmen 91:3, Spreuken 14:26

Andere Boeken

JobPsalmenSpreuken+

Andere Boeken

JobHfst. 3
PsalmenSpreukenPredikerHoogliedWijsheid
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward