1Daarna opende Job zijn mond, om zijn geboorte dag te verwensenstylusSpreuken 4:5, Spreuken 4:5, Johannes 14:21, Johannes 14:24, Johannes 14:212En Job hief aan en sprak:stylusEfeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Spreuken 4:103De dag verga, waarop ik geboren werd; De nacht, die sprak: Er is een knaapje ontvangen!stylusSpreuken 7:3, 2 Korintiërs 3:3, Spreuken 7:3, 2 Korintiërs 3:3, Hebreeën 10:164Die dag: hij worde duisternis, God in den hoge zij er niet om bekommerd; Geen lichtglans moge hem bestralen,stylusLucas 2:52, Lucas 2:52, 1 Samuël 2:26, Romeinen 14:18, 1 Samuël 2:265Maar duisternis en schaduw des doods hem bedekken; Mogen wolken zich boven hem samenpakken, En zonsverduistering hem verschrikken!stylusPsalmen 37:5, Psalmen 37:5, Jeremia 17:7, Jeremia 17:8, Jeremia 17:76Die nacht: het donker rove hem weg, Hij telle niet mee onder de dagen van het jaar, En trede niet op in het getal van de maanden. Mogen de sterren van zijn ochtendschemering worden gedoofd; Hij hope op licht, dat niet daagt, Hij aanschouwe de wimpers van het morgenrood niet!stylusSpreuken 16:3, Spreuken 16:3, Psalmen 32:8, Psalmen 32:8, Filippenzen 4:67Ja, troosteloos blijve die nacht, Geen juichtoon dringe tot hem door;stylusJob 28:28, Job 28:28, Romeinen 12:16, Romeinen 12:16, Spreuken 26:128Laat de dagbeheksers hem vervloeken, Gereed, om Liwjatan tegen hem op te hitsen:stylusSpreuken 4:22, Spreuken 4:22, Psalmen 147:3, Psalmen 147:3, Job 21:249Mogen de sterren van zijn ochtendschemering worden gedoofd; Hij hope op licht, dat niet daagt, Hij aanschouwe de wimpers van het morgenrood niet!stylusDeuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:15, Deuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:15, 1 Korintiërs 16:210Want hij sloot mij de deuren niet dicht van de schoot, Hij verborg niet het leed voor mijn ogen!stylusSpreuken 19:17, Spreuken 19:17, Deuteronomium 28:8, Deuteronomium 28:8, Spreuken 11:2411Waarom stierf ik niet, toen ik uit de moederschoot kwam, Ging ik niet dood, toen ik haar lichaam verliet;stylusJob 5:17, Job 5:17, Openbaring 3:19, Hebreeën 12:5, Hebreeën 12:1212Waarom wachtten twee knieën mij op, Waarom twee borsten, om mij te zogen;stylusDeuteronomium 8:5, Deuteronomium 8:5, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Spreuken 29:1713Dan lag ik nu neer, en had rust; Ik zou slapen, en door niets meer worden gestoord:stylusSpreuken 8:32, Spreuken 8:35, Spreuken 8:32, Spreuken 8:35, Spreuken 4:514Naast koningen en rijksbestuurders, Die zich grafmonumenten hebben gebouwd;stylusSpreuken 16:16, Spreuken 16:16, Spreuken 8:19, Spreuken 8:19, Job 28:1315Naast vorsten, badend in goud, En die hun paleizen vulden met zilver.stylusSpreuken 8:11, Spreuken 8:11, Job 28:18, Job 28:18, Romeinen 8:1816Waarom werd ik niet weggestopt als een misdracht, Als kinderkens, die het licht niet aanschouwen?stylusSpreuken 3:2, Spreuken 3:2, 2 Korintiërs 6:10, 2 Korintiërs 6:10, Spreuken 22:417Daar, waar de bozen hun tieren staken, Waar rust vindt, wiens kracht is bezweken;stylusLucas 1:79, Lucas 1:79, Jesaja 26:3, Spreuken 2:10, Jesaja 26:318Waar de gevangenen allemaal vrede genieten, En de stem van de drijvers niet horen;stylusSpreuken 11:30, Spreuken 11:30, Spreuken 15:4, Spreuken 15:4, Genesis 2:919Waar kleinen en groten gelijk zijn, De slaven van hun meesters bevrijd.stylusPsalmen 104:24, Psalmen 104:24, Jeremia 10:12, Jeremia 10:12, Johannes 1:320Waarom het licht aan een rampzalige geschonken, Aan zielsbedroefden het leven:stylusGenesis 7:11, Genesis 7:11, Genesis 1:9, Job 38:26, Job 38:2821Aan hen, die de dood verbeiden, die niet komt, Die met groter vlijt naar hem dan naar schatten graven;stylusJozua 1:8, Jozua 1:8, Deuteronomium 6:6, Deuteronomium 6:9, Deuteronomium 6:622Die met blijdschap zouden juichen, En jubelen, wanneer zij het graf zouden vinden?stylusSpreuken 4:22, Spreuken 4:22, Spreuken 1:9, Spreuken 1:9, Jesaja 38:1623Aan den man, wiens pad in de duisternis ligt, Wien God elke uitweg heeft afgesneden!stylusSpreuken 4:12, Spreuken 10:9, Spreuken 4:12, Spreuken 10:9, Psalmen 91:1124Want als mijn brood komt mijn zuchten, En als water stort zich mijn jammerklacht uit;stylusPsalmen 3:5, Psalmen 3:5, Psalmen 4:8, Psalmen 4:8, Spreuken 6:2225Wanneer ik bang voor iets ben, overvalt het mij, Mij treft, wat ik ducht!stylusJesaja 41:10, Jesaja 41:14, Jesaja 41:10, Jesaja 41:14, Psalmen 112:726Neen, geen rust voor mij, geen heil en geen vrede, Maar altijd weer tobben!stylusPsalmen 91:3, Spreuken 14:26, 1 Samuël 2:9, Psalmen 91:3, Spreuken 14:26