1—stylusJakobus 4:13, Jakobus 4:16, Jakobus 4:13, Jakobus 4:16, Lucas 12:192Zo waar God leeft, die mij gerechtigheid weigert, De Almachtige, die mijn leven verbittert:stylus2 Korintiërs 10:18, 2 Korintiërs 10:18, Spreuken 25:27, Spreuken 25:27, 2 Korintiërs 10:123Zolang er nog een zucht in mij is, En Gods adem in mijn neusstylusDaniël 3:19, Daniël 3:19, 1 Johannes 3:12, Spreuken 17:12, 1 Johannes 3:124Zullen mijn lippen geen valsheid spreken, En zint mijn tong geen bedrog!stylusSpreuken 6:34, Spreuken 6:34, Spreuken 14:30, Spreuken 14:30, Handelingen 7:95Ik denk er niet aan, u gelijk te geven, Tot mijn laatste snik houd ik mijn onschuld vol;stylusSpreuken 28:23, Spreuken 28:23, 1 Timotheüs 5:20, 1 Timotheüs 5:20, Galaten 2:146Ik houd vast aan mijn vroomheid, en geef ze niet op, Mijn hart schaamt zich over geen van mijn dagen!stylusPsalmen 141:5, Psalmen 141:5, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Spreuken 26:237Moge het mijn vijand vergaan als den boze, Mijn hater als den goddeloze!stylusLucas 15:16, Lucas 15:17, Lucas 15:16, Lucas 15:17, Numeri 11:188Wat hoopt de boze, als hij bidt, Als hij zijn ziel tot de Godheid verheft?stylusJona 1:10, Jona 1:17, Jesaja 16:2, Spreuken 21:16, Jona 1:109Zal God zijn schreien horen, Wanneer de rampspoed hem treft;stylusSpreuken 16:23, Spreuken 16:24, Spreuken 16:23, Spreuken 16:24, Spreuken 16:2110Kan hij zich in den Almachtige verlustigen, Ten allen tijde roepen tot God?stylusSpreuken 18:24, Spreuken 18:24, Lucas 10:30, Lucas 10:37, 1 Koningen 12:611Daarna nam Sofar van Naäma het woord, en sprak: Ik zal u Gods werken leren kennen, De plannen van den Almachtige u niet verzwijgen:stylusSpreuken 10:1, Spreuken 10:1, Spreuken 23:15, Spreuken 23:16, Psalmen 119:4212Zie, gij hebt het allen zelf aanschouwd: Waarom zo’n ijdele raad gegeven?stylusSpreuken 22:3, Spreuken 22:3, Spreuken 18:10, Spreuken 18:10, 2 Petrus 3:1013Dit is, naar Gods bestel, het lot van den boze, Het deel der tyrannen, door den Almachtige hun toegewezen.stylusSpreuken 20:16, Spreuken 20:16, Spreuken 6:1, Spreuken 6:4, Spreuken 6:114Krijgt hij veel zonen, ze zijn bestemd voor het zwaard, En zijn kroost lijdt gebrek;stylus2 Samuël 16:16, 2 Samuël 16:19, 2 Samuël 16:16, 2 Samuël 16:19, Handelingen 12:2215Die hem overblijven, worden door de pest ten grave gesleept, En zijn weduwen bedrijven geen rouw.stylusSpreuken 19:13, Spreuken 19:13, Spreuken 21:9, Spreuken 21:19, Spreuken 21:916Al hoopt hij zilver op als stof, En stapelt kleren op als slijk,stylusJohannes 12:3, Johannes 12:317Hij stapelt ze op, maar de vrome bekleedt er zich mee, En de onschuldige erft zijn geld.stylusHebreeën 10:24, Hebreeën 10:24, Spreuken 27:9, Spreuken 27:9, Job 4:318Hij trekt zijn woning op als een spin, Aan de hut gelijk, die wachters bouwen;stylus2 Timotheüs 2:6, 2 Timotheüs 2:6, 1 Korintiërs 9:7, 1 Korintiërs 9:7, Hooglied 8:1219Rijk legt hij zich neer: het is de laatste maal, Hij opent zijn ogen: hij is er niet meer.stylusJakobus 1:22, Jakobus 1:25, Jakobus 1:22, Jakobus 1:25, Psalmen 33:1520Verschrikkingen grijpen hem aan overdag, En ‘s nachts sleurt een stormwind hem weg;stylusPrediker 1:8, Prediker 1:8, 1 Johannes 2:16, Spreuken 30:15, Spreuken 30:1621De oostenwind neemt hem op: daar gaat hij heen, Hij vaagt hem weg van zijn plaats.stylusSpreuken 17:3, Spreuken 17:3, Zacharia 13:9, Psalmen 66:10, Zacharia 13:922Zonder erbarmen slingert God zijn pijlen op hem af, Zodat hij voor zijn slagen moet vluchten;stylusSpreuken 23:35, Jeremia 5:3, Spreuken 23:35, Jeremia 5:3, Jesaja 1:523Men klapt over hem in de handen, En fluit hem uit zijn woonplaats na.stylus1 Petrus 5:2, 1 Petrus 5:2, Johannes 21:15, Johannes 21:17, Johannes 21:15