1Job antwoordde, en sprak:stylusSpreuken 16:9, Spreuken 16:9, Spreuken 20:24, Spreuken 20:24, Ezra 6:222Luistert aandachtig naar wat ik ga zeggen; En dat uw troost zich daartoe bepale!stylusSpreuken 16:2, Spreuken 16:2, Spreuken 16:25, Spreuken 16:25, Lucas 16:153Laat mij uitspreken op mijn beurt, Wanneer ik klaar ben, kunt ge spotten!stylus1 Samuël 15:22, 1 Samuël 15:22, Hosea 6:6, Hosea 6:6, Micha 6:64Heb ik me soms over mensen beklaagd, Of heb ik geen grond, om mismoedig te zijn?stylusSpreuken 6:17, 1 Petrus 5:5, Spreuken 6:17, 1 Petrus 5:5, Jesaja 2:175Ziet mij aan, en staat verstomd, En legt uw hand op de mond!stylusSpreuken 10:4, Spreuken 13:4, Spreuken 10:4, Spreuken 13:4, 1 Tessalonicenzen 4:116Wanneer ik er aan denk, sta ik verbijsterd, En huivert mijn vlees:stylusSpreuken 10:2, Spreuken 13:11, Spreuken 10:2, Spreuken 13:11, Spreuken 20:217"Waarom blijven de bozen in leven Worden zij oud en groeien in kracht?"stylusSpreuken 21:21, Spreuken 21:21, Efeziërs 5:6, Efeziërs 5:6, Micha 3:98Hun kroost gedijt voor hun aanschijn, Hun geslacht houdt stand voor hun ogen;stylusSpreuken 2:15, Spreuken 2:15, 1 Korintiërs 3:3, Genesis 6:12, Spreuken 15:269Hun huizen zijn veilig en zonder vrees, Gods roede valt er niet op neer.stylusSpreuken 27:15, Spreuken 27:16, Spreuken 19:13, Spreuken 27:15, Spreuken 27:1610Hun stier bespringt en bevrucht, Hun koeien kalven en hebben geen misdracht;stylusMicha 3:2, Micha 3:3, 1 Johannes 2:16, Jesaja 32:6, Jesaja 32:811Als een kudde laten ze hun jongens naar buiten, En hun kinderen springen rond.stylusSpreuken 19:25, Spreuken 19:25, Spreuken 18:15, Spreuken 18:15, Spreuken 9:912Ze zingen bij pauken en citer, Vermaken zich bij de tonen der fluit;stylusSpreuken 14:11, Psalmen 37:35, Psalmen 37:36, Spreuken 14:11, Psalmen 37:3513Ze slijten hun dagen in weelde, En dalen in vrede ten grave.stylusSpreuken 28:27, Spreuken 28:27, Spreuken 1:28, Mattheüs 6:14, Spreuken 1:2814Toch zeggen ze tot God: Blijf verre van ons, We willen uw wegen niet kennen!stylusSpreuken 18:16, Spreuken 18:16, Spreuken 19:6, Spreuken 19:6, Spreuken 17:815Wat is de Almachtige, dat we Hem zouden dienen; Wat baat het ons, te smeken tot Hem?stylusSpreuken 10:29, Spreuken 10:29, Mattheüs 7:23, Mattheüs 7:23, Jesaja 64:516Ligt hun geluk niet in hun eigen hand, Bemoeit Hij Zich wel met de plannen der bozen?stylusHebreeën 10:38, Hebreeën 10:38, Psalmen 49:14, Psalmen 125:5, Psalmen 49:1417Hoe dikwijls gaat de lamp der bozen wel uit, En stort er rampspoed op hen neer? Hoe dikwijls vernielt Hij de slechten in zijn toorn, Grijpen de weeën hen aan in zijn gramschap;stylusSpreuken 23:21, Spreuken 23:21, 1 Timotheüs 5:6, 1 Timotheüs 5:6, 2 Timotheüs 3:418Worden zij als stro voor de wind, Als kaf, opgejaagd door de storm?stylusSpreuken 11:8, Spreuken 11:8, Jesaja 43:3, Jesaja 43:4, Jesaja 43:319Gij zegt: God wreekt zijn misdaad op zijn kinderen, En zal hem zo zijn wraak laten voelen!stylusSpreuken 21:9, Spreuken 21:9, Psalmen 120:5, Psalmen 120:6, Psalmen 120:520Maar zijn eigen ogen moesten zijn rampspoed aanschouwen, Zelf moest hij de toorn van den Almachtige drinken!stylusMattheüs 25:3, Mattheüs 25:4, Mattheüs 25:3, Mattheüs 25:4, Psalmen 112:321Want wat bekommert hij zich om zijn gezin na zijn dood, Wanneer het getal zijner maanden ten einde is?stylusMattheüs 5:6, Mattheüs 5:6, 1 Korintiërs 15:58, 1 Korintiërs 15:58, Spreuken 22:422Zou men soms God de les willen lezen, Hij, die de hemelingen richt?stylusPrediker 7:19, Prediker 7:19, Spreuken 24:5, Spreuken 24:5, Prediker 9:1323En de een gaat dood, geheel voldaan, Volkomen gelukkig en rustig,stylusSpreuken 13:3, Spreuken 13:3, Spreuken 18:21, Spreuken 18:21, Spreuken 17:2724Zijn lenden vol vet, Het merg in zijn beenderen nog fris.stylusPsalmen 1:1, Psalmen 1:1, Spreuken 18:12, Spreuken 19:29, Prediker 7:825De ander sterft met een verbitterd gemoed, Zonder ooit het geluk te hebben gesmaakt!stylusSpreuken 13:4, Spreuken 13:4, Spreuken 12:24, Spreuken 12:24, Spreuken 19:2426Tezamen liggen ze neer in het stof, Door de wormen bedekt!stylusPsalmen 37:26, Psalmen 37:26, Efeziërs 4:28, Psalmen 112:9, Efeziërs 4:2827Zeker, ik ken uw gedachten, En de bedenkingen, die gij tegen mij aanvoert;stylusJesaja 66:3, Jesaja 66:3, Spreuken 15:8, Spreuken 15:8, Jeremia 6:2028Gij zegt: "Waar is het huis van den tyran, Waar de tent, waar de bozen in wonen?"stylusSpreuken 19:5, 2 Korintiërs 4:13, Spreuken 19:5, 2 Korintiërs 4:13, Spreuken 19:929Hebt gij de reizigers dan nooit ondervraagd, Of aanvaardt gij hun getuigenis niet:stylusSpreuken 11:5, Spreuken 11:5, 1 Tessalonicenzen 3:11, Haggaï 1:7, Haggaï 2:1830"De boze blijft gespaard op de dag van verderf, En ontsnapt op de dag van de gramschap!"stylusHandelingen 5:39, Spreuken 19:21, Handelingen 5:39, Spreuken 19:21, Jeremia 9:2331Wie houdt hem zijn wandel voor ogen, Wie zet hem betaald wat hij deed?stylusPsalmen 20:7, Psalmen 20:7, Jesaja 31:1, Jesaja 31:1, Psalmen 33:1732Hij wordt ten grave gedragen, En een tombe houdt er de wacht.stylus33Zacht ligt hij neer Op de kluiten in het dal; Heel de wereld trekt achter hem aan, Talloos velen lopen uit voor zijn stoet.stylus34Wat is uw vertroosting dus schraal, Uw antwoord anders dan leugens!stylus