1Weer nam Elifaz van Teman het woord, en sprak:stylusPrediker 7:1, Prediker 7:1, Lucas 10:20, Lucas 10:20, 1 Koningen 1:472Handelt de mens soms ten bate van God? Neen, ten eigen bate is men wijs.stylusJob 31:15, Job 31:15, Spreuken 14:31, 1 Samuël 2:7, Spreuken 14:313Heeft de Almachtige er voordeel van, als ge vroom zijt, Of profijt, zo ge onberispelijk leeft?stylusSpreuken 27:12, Spreuken 27:12, Spreuken 14:16, Spreuken 14:16, Spreuken 29:14Bestraft Hij u soms om uw godsvrucht, Daagt Hij u daarom voor het gerecht?stylusMattheüs 6:33, Mattheüs 6:33, Jakobus 4:10, Jakobus 4:10, Psalmen 34:95Is het niet om uw grote boosheid, Om uw fouten, zonder eind?stylusSpreuken 15:19, Spreuken 15:19, 1 Johannes 5:18, Spreuken 16:17, 1 Johannes 5:186Ja, zonder noodzaak neemt ge pand van uw broeders, En trekt de berooiden de kleren uit;stylusEfeziërs 6:4, Efeziërs 6:4, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 6:7, 2 Timotheüs 3:157Den dorstige geeft ge geen water, Den hongerige onthoudt ge zijn brood.stylus2 Koningen 4:1, 2 Koningen 4:1, Spreuken 14:31, Spreuken 22:16, Spreuken 18:238Den man met de vuist moet het land toebehoren, En de gunsteling moet het bewonen;stylusGalaten 6:7, Galaten 6:8, Galaten 6:7, Galaten 6:8, Job 4:89Maar de weduwen zendt ge zonder iets heen, De armen der wezen slaat ge stuk!stylusSpreuken 19:17, Spreuken 19:17, Hebreeën 6:10, Hebreeën 6:10, 1 Timotheüs 6:1810En daarom zijt ge van strikken omringd, Plotseling verbijsterd van schrik;stylus1 Korintiërs 5:13, Genesis 21:9, Genesis 21:10, 1 Korintiërs 5:5, 1 Korintiërs 5:611Is uw licht verduisterd, zodat ge niet ziet, Slaat de stortvloed over u heen!stylusMattheüs 5:8, Spreuken 16:13, Mattheüs 5:8, Spreuken 16:13, Psalmen 101:612Woont God niet hoog in de hemel? Zie eens, hoe hoog de sterren staan!stylus2 Kronieken 16:9, 2 Kronieken 16:9, 2 Timotheüs 3:8, 2 Timotheüs 3:9, 2 Timotheüs 3:813Maar gij besluit er uit: Wat kan God weten, Of richten door de wolken heen?stylusSpreuken 26:13, Spreuken 26:16, Spreuken 15:19, Spreuken 26:13, Spreuken 26:1614Het zwerk is een sluier voor Hem, zodat Hij niet ziet, Hij wandelt rond op het hemelgewelf.stylusPrediker 7:26, Prediker 7:26, Spreuken 23:27, Spreuken 23:27, Spreuken 6:2415Wilt ge de weg van vroeger bewandelen Die de boosdoeners hebben betreden:stylusSpreuken 13:24, Spreuken 13:24, Spreuken 19:18, Spreuken 23:13, Spreuken 23:1416Die vóór hun tijd zijn weggesleurd, Toen de vloed hun grondvesten wegspoelde?stylusSpreuken 22:22, Spreuken 22:23, Spreuken 22:22, Spreuken 22:23, Psalmen 12:517Die tot God durfden zeggen: Weg van ons! Wat kan de Almachtige ons doen?stylusSpreuken 23:12, Spreuken 23:12, Spreuken 3:1, Psalmen 90:12, Spreuken 3:118Hij had hun huizen met voorspoed gevuld, En Zich niet met de plannen der bozen bemoeid.stylusSpreuken 2:10, Jeremia 15:16, Spreuken 2:10, Jeremia 15:16, Spreuken 15:719De vromen zien het met vreugde, De onschuldige drijft de spot met hen:stylusPsalmen 62:8, Spreuken 3:5, Psalmen 62:8, Spreuken 3:5, Jesaja 26:420"Waarachtig, hun have vernield, Hun overvloed door het vuur verteerd!"stylusSpreuken 8:6, Spreuken 8:6, 2 Timotheüs 3:15, 2 Timotheüs 3:17, 2 Timotheüs 3:1521Verzoen u met Hem, dan leeft ge in vrede, Dan wordt uw rijkdom weer groot;stylus1 Petrus 3:15, Lucas 1:3, Lucas 1:4, 1 Petrus 3:15, Lucas 1:322Neem de onderrichting aan uit zijn mond, En bewaar zijn woord in uw hart.stylusZacharia 7:10, Zacharia 7:10, Maleachi 3:5, Maleachi 3:5, Spreuken 22:1623Wanneer ge vol ootmoed u tot den Almachtige bekeert, De ongerechtigheid uit uw tent verwijdert:stylusPsalmen 12:5, Psalmen 140:12, Psalmen 12:5, Psalmen 140:12, Spreuken 23:1124Dan zult ge het goud als stof gaan schatten, Het Ofirgoud als kiezel der beken.stylusSpreuken 29:22, Spreuken 29:22, Spreuken 21:24, Spreuken 21:24, 2 Korintiërs 6:1425Want de Almachtige zal het fijnste goud voor u zijn, En stapels van zilver;stylus1 Korintiërs 15:33, 1 Korintiërs 15:33, Spreuken 13:20, Spreuken 13:20, Psalmen 106:3526Dan zult ge u in den Almachtige verlustigen, En uw aanschijn verheffen tot God.stylusSpreuken 11:15, Spreuken 11:15, Spreuken 17:18, Spreuken 17:18, Spreuken 27:1327Dan zult ge Hem roepen: Hij zal u verhoren, En ge zult Hem dankoffers brengen;stylusSpreuken 20:16, Spreuken 20:16, 2 Koningen 4:1, Exodus 22:26, Exodus 22:2728Onderneemt ge iets, het komt tot stand, En het licht zal uw wegen bestralen!stylusDeuteronomium 19:14, Deuteronomium 27:17, Deuteronomium 19:14, Deuteronomium 27:17, Spreuken 23:1029Want Hij vernedert de trots, Maar redt, wie de ogen neerslaat;stylus1 Koningen 11:28, 1 Koningen 11:28, Mattheüs 25:21, Mattheüs 25:21, Spreuken 12:2430Hij verlost den onschuldige: Door de reinheid uwer handen wordt ook gij dus verlost!stylus