Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Job Hoofdstuk 20

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOB

Job 20

1Daarop nam Sofar van Naäma het woord en sprak:
Hosea 4:11, Hosea 4:11, Efeziërs 5:18, Efeziërs 5:18, Jesaja 28:7
2Mijn inzicht dwingt mij tot antwoord, Omdat het in mij stormt,
Spreuken 19:12, Spreuken 19:12, Prediker 10:4, Spreuken 8:36, 1 Koningen 2:23
3Nu ik een grievend verwijt moet horen, En domme bluf mij antwoord geeft.
Spreuken 16:32, Spreuken 16:32, Spreuken 17:14, Spreuken 17:14, Efeziërs 4:32
4Weet ge dan niet, dat van de vroegste tijd af, Sinds de mens op de aarde werd geplaatst,
Spreuken 10:4, Spreuken 10:4, Spreuken 19:15, Spreuken 19:15, 2 Petrus 1:5
5Het gejuich van den boze slechts korte tijd duurt, De vreugde van den goddeloze een ogenblik?
Spreuken 18:4, Spreuken 18:4, 1 Korintiërs 2:11, 1 Korintiërs 2:11, Psalmen 64:6
6Al verheft zijn gestalte zich hemelhoog, En reikt zijn hoofd tot de wolken:
Psalmen 12:1, Psalmen 12:1, Mattheüs 6:2, Mattheüs 6:2, Lucas 18:8
7Als zijn eigen drek verdwijnt hij voor immer, Die hem zagen, roepen: Waar is hij?
Psalmen 112:2, Psalmen 112:2, Psalmen 37:26, Psalmen 37:26, Jeremia 32:39
8Spoorloos vervluchtigt hij als een droom, Wordt weggevaagd als een nachtgezicht;
Spreuken 20:26, Spreuken 25:5, Spreuken 20:26, Spreuken 25:5, Psalmen 99:4
9Het oog, dat hem zag, bespeurt hem niet langer, De plaats, waar hij woonde, aanschouwt hem niet meer.
Prediker 7:20, Prediker 7:20, 1 Koningen 8:46, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10
10Zijn zonen bedelen bij armen, Zijn kinderen geven zijn rijkdom af;
Spreuken 20:23, Spreuken 11:1, Spreuken 20:23, Spreuken 11:1, Deuteronomium 25:13
11En al is zijn gebeente vol jeugdige kracht, Het legt zich neer bij hem in het graf.
Mattheüs 7:16, Mattheüs 7:16, Lucas 6:43, Lucas 6:44, Spreuken 21:8
12Hoe zoet het slechte in zijn mond mag smaken, Hoe hij het onder zijn tong ook verbergt,
Psalmen 94:9, Mattheüs 13:13, Mattheüs 13:16, Psalmen 94:9, Mattheüs 13:13
13Hoe hij het smekt en niet doorslikt, En het tegen zijn gehemelte houdt:
Spreuken 19:15, Spreuken 19:15, Romeinen 12:11, Romeinen 12:11, Spreuken 12:11
14Toch verschaalt zijn spijs in zijn ingewanden, Wordt in zijn binnenste adderengif;
1 Tessalonicenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 4:6, Hosea 12:7, Hosea 12:8, Hosea 12:7
15Hij slokt schatten in, maar braakt ze uit, God drijft ze weer uit zijn buik.
Spreuken 25:12, Spreuken 8:11, Spreuken 25:12, Spreuken 8:11, Spreuken 16:24
16Adderengif moet hij drinken, Een slangentong zal hem doden;
Spreuken 27:13, Spreuken 27:13, Exodus 22:26, Exodus 22:27, Spreuken 22:26
17Hij zal geen beken van olie genieten, Geen stromen van honing en boter.
Spreuken 9:17, Spreuken 9:18, Prediker 11:9, Spreuken 9:17, Spreuken 9:18
18Zijn winst geeft hij terug, en slokt ze niet door, Verheugt zich niet in de vrucht van zijn handel;
Spreuken 24:6, Spreuken 24:6, Spreuken 15:22, Lucas 14:31, Spreuken 15:22
19Want hij heeft de armen verdrukt en verlaten, Hun huis geroofd, niet gebouwd.
Spreuken 11:13, Spreuken 11:13, Spreuken 18:8, Spreuken 13:3, Romeinen 16:18
20Omdat hij voor zijn buik geen verzadiging vond, Niets aan zijn eetlust ontsnapte,
Exodus 21:17, Exodus 21:17, Spreuken 30:11, Spreuken 30:11, Spreuken 24:20
21En niets aan zijn vraatzucht ontging: Daarom houdt zijn voorspoed geen stand!
Spreuken 13:22, Spreuken 13:22, 1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:9, Habakuk 2:6
22Op het toppunt van zijn geluk wordt het hem bang, Wordt hij door al de slagen van rampspoed getroffen;
Romeinen 12:17, Romeinen 12:19, Romeinen 12:17, Romeinen 12:19, 1 Tessalonicenzen 5:15
23Terwijl hij zijn buik vult, laat God zijn ziedende toorn op hem los, Laat schichten regenen op zijn ingewanden.
Spreuken 20:10, Spreuken 20:10, Spreuken 11:1, Ezechiël 45:10, Hosea 12:7
24Als hij vlucht voor de ijzeren wapenrusting, Doorboort hem de koperen boog,
Jeremia 10:23, Jeremia 10:23, Spreuken 16:9, Spreuken 16:9, Psalmen 25:12
25Puilt de schicht uit zijn rug, De bliksemende pijl uit zijn gal. Dan overvalt hem de doodschrik,
Prediker 5:4, Prediker 5:6, Prediker 5:4, Prediker 5:6, Mattheüs 5:33
26De diepste duisternis houdt hem omvangen; Een vuur verslindt hem, dat niet is ontstoken, Vreet weg wat nog leeft in zijn tent.
Spreuken 20:8, Spreuken 20:8, Psalmen 101:5, Psalmen 101:8, 2 Samuël 4:9
27De hemelen openbaren zijn schuld, En de aarde staat tegen hem op;
1 Korintiërs 2:11, 1 Korintiërs 2:11, Hebreeën 4:12, Hebreeën 4:13, Hebreeën 4:12
28Een stortvloed spoelt zijn woning weg, Een vloedgolf op de dag van zijn toorn!
Spreuken 16:12, Spreuken 29:14, Spreuken 16:12, Spreuken 29:14, Spreuken 16:6
29Dit is het lot van den boze, door God hem bedeeld, Het erfdeel, dat de Godheid hem toewijst!
1 Johannes 2:14, 1 Johannes 2:14, Spreuken 16:31, Spreuken 16:31, Leviticus 19:32

Andere Boeken

JobPsalmenSpreuken+

Andere Boeken

JobHfst. 20
PsalmenSpreukenPredikerHoogliedWijsheid
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward