1Elifaz van Teman nam het woord en sprak:stylusSpreuken 25:15, Spreuken 25:15, Spreuken 10:12, Spreuken 10:12, Spreuken 15:182Antwoordt een wijze met bluf, En blaast hij zich op met oostenwind;stylusSpreuken 12:23, Spreuken 12:23, Spreuken 15:28, Spreuken 15:28, Spreuken 13:163Verdedigt hij zich met beuzelpraat En met holle frasen?stylusHebreeën 4:13, Hebreeën 4:13, Jeremia 16:17, Jeremia 16:17, Jeremia 23:244Gij breekt zowaar de godsvrucht af, En verstoort de overpeinzing voor het aanschijn van God.stylusSpreuken 12:18, Spreuken 12:18, Spreuken 16:24, Spreuken 16:24, Spreuken 18:85Daar uw schuldig geweten uw mond onderricht, En gij de taal van bedriegers kiest,stylusSpreuken 15:31, Spreuken 15:32, Spreuken 15:31, Spreuken 15:32, Spreuken 13:186Is het uw eigen mond, die u vonnist: niet ik, Zijn het uw eigen lippen, die tegen u getuigen.stylusSpreuken 8:21, Spreuken 8:21, Spreuken 21:20, Spreuken 10:22, Spreuken 21:207Zijt gij als eerste der mensen geboren, Nog vóór de heuvelen ter wereld gebracht;stylusMattheüs 12:34, Mattheüs 12:34, Efeziërs 4:29, Jakobus 3:6, Efeziërs 4:298Luistert ge toe in de raad van God, En hebt ge beslag op de Wijsheid gelegd?stylusSpreuken 15:29, Spreuken 15:29, Spreuken 21:27, 1 Kronieken 29:17, Spreuken 21:279Wat weet gij, wat wij niet weten, Wat begrijpt gij, wat wij niet verstaan?stylus1 Timotheüs 6:11, 1 Timotheüs 6:11, Spreuken 21:21, Spreuken 21:21, Mattheüs 7:1310Ook onder ons zijn bejaarden en grijsaards, Ouder van dagen nog dan uw vader!stylusSpreuken 12:1, Spreuken 12:1, Spreuken 13:1, Johannes 3:20, Spreuken 13:111Zijn soms voor ú de vertroostingen Gods te gering, Het woord, met zachtheid tot u gesproken?stylusPsalmen 44:21, Psalmen 44:21, Hebreeën 4:13, Psalmen 139:8, Hebreeën 4:1312Hoe sleept uw hartstocht u mee, En hoe rollen uw ogen:stylusAmos 5:10, Amos 5:10, Job 21:14, Job 21:14, Spreuken 9:713Dat ge uw wrevel tegen God durft keren, En zulke woorden aan uw mond laat ontglippen!stylusSpreuken 17:22, Spreuken 17:22, Spreuken 12:25, Spreuken 18:14, Johannes 14:114Wat is een mens, dat hij rein zou zijn, Rechtschapen, die uit een vrouw is geboren?stylusSpreuken 9:9, Spreuken 9:9, Jesaja 30:10, Spreuken 18:15, Jesaja 30:1015Zie, zelfs op zijn Heiligen kan Hij niet bouwen, En de hemel is niet rein in zijn oog;stylus2 Korintiërs 6:10, 2 Korintiërs 6:10, Romeinen 12:12, Romeinen 12:12, Spreuken 15:1316Hoeveel minder de mens, afschuwelijk, bedorven, Die de ongerechtigheid als water drinkt!stylusSpreuken 16:8, Spreuken 16:8, Psalmen 37:16, Prediker 5:10, Prediker 5:1217Ik zal het u tonen, luister naar mij; Wat ik gezien heb, u gaan vertellen.stylusSpreuken 17:1, Spreuken 17:1, Spreuken 21:19, Spreuken 21:19, Filippenzen 2:118Het is hetzelfde, wat de wijzen verkonden, En wat hun vaderen hun niet hadden verborgen,stylusSpreuken 26:21, Spreuken 26:21, Spreuken 15:1, Spreuken 15:1, Spreuken 14:2919Aan wie alleen het land was geschonken, En bij wie nog geen vreemde was binnengedrongenstylusJesaja 35:8, Jesaja 35:8, Spreuken 22:5, Jesaja 30:21, Spreuken 22:520De goddeloze verkeert heel zijn leven in angst, De tyran al de jaren, die voor hem zijn bedongen;stylusSpreuken 29:3, Spreuken 29:3, Spreuken 10:1, Spreuken 10:1, 1 Koningen 1:4821Schrikgeluiden treffen zijn oren, In volle vrede stormt de plunderaar op hem af.stylusSpreuken 10:23, Efeziërs 5:15, Spreuken 10:23, Efeziërs 5:15, Spreuken 14:922Hij hoopt niet eens, aan de duisternis te ontsnappen, En is bestemd voor het zwaard;stylusSpreuken 11:14, Spreuken 11:14, Spreuken 20:18, Spreuken 20:18, Prediker 8:623Hij wordt als een aas voor de gieren geworpen, En weet, dat sombere dagen hem wachten.stylusJesaja 50:4, Jesaja 50:4, Spreuken 25:11, Spreuken 25:12, Spreuken 25:1124Benauwdheid en angst grijpt hem aan, Als een koning ten aanval gereed:stylusKolossenzen 3:1, Kolossenzen 3:2, Kolossenzen 3:1, Kolossenzen 3:2, Psalmen 16:1125Want hij heeft zijn hand tegen God opgeheven, Den Almachtige durven trotseren;stylusPsalmen 146:9, Psalmen 146:9, Psalmen 68:5, Psalmen 68:6, Psalmen 68:526Is met trotse nek op Hem afgestormd, Met zijn zwaar beslagen rondas!stylusSpreuken 6:16, Spreuken 6:19, Spreuken 6:16, Spreuken 6:19, Mattheüs 12:3427Omdat hij zijn gelaat met vet heeft bedekt, En een vetlaag gelegd op zijn lenden:stylusSpreuken 1:19, Exodus 23:8, Spreuken 1:19, Exodus 23:8, Jeremia 17:1128Daarom vestigt hij zich in verwoeste steden, In onbewoonbare huizen, die tot puin zijn vervallen;stylus1 Petrus 3:15, 1 Petrus 3:15, Spreuken 29:11, Spreuken 29:11, Jakobus 3:629Hij blijft niet rijk, En zijn vermogen houdt geen stand;stylusJohannes 9:31, Johannes 9:31, Psalmen 145:18, Psalmen 145:19, Psalmen 145:1830Zijn schaduw breidt zich niet uit op de grond, En hij ontsnapt de duisternis niet; Het vuur zal zijn loten verschroeien, De wind zijn bloesem verwaaien!stylusLucas 2:10, Lucas 2:19, Spreuken 25:25, Jesaja 58:11, Lucas 2:1031Laat hem niet op zijn gestalte vertrouwen, Hij komt bedrogen uit, ze is enkel schijn.stylusSpreuken 15:5, Spreuken 15:5, Spreuken 25:12, Spreuken 25:12, Spreuken 9:832Zijn ranken verdorren vóór de tijd, En zijn twijgen groenen niet meer;stylusSpreuken 1:24, Spreuken 1:33, Spreuken 1:24, Spreuken 1:33, Openbaring 3:1933Hij is als de wijnstok, die zijn druiven laat vallen, En als de olijf, die zijn bloesem verliest!stylus1 Petrus 5:5, 1 Petrus 5:5, Spreuken 18:12, Spreuken 18:12, Spreuken 1:734Ja, de bent der goddelozen is onvruchtbaar, En het vuur verteert de tenten der omkoperij;stylus35Ze gaan zwanger van ellende, en baren onheil, Hun schoot draagt ontgoocheling!stylus