1Daarop nam Sofar van Naäma het woord, en sprak:stylusDeuteronomium 25:13, Deuteronomium 25:16, Deuteronomium 25:13, Deuteronomium 25:16, Spreuken 16:112Zo’n praatvaar zou onbeantwoord blijven, Zo’n held met de lippen in het gelijk gesteld;stylusSpreuken 29:23, Spreuken 29:23, Spreuken 15:33, Spreuken 15:33, Spreuken 16:183Uw zwetsen zou anderen tot zwijgen brengen, Uw onzinnig gebrabbel door niemand worden beschaamd?stylusSpreuken 13:6, Spreuken 13:6, Spreuken 28:18, Spreuken 28:18, Psalmen 26:14Gij zegt tot God: Mijn wandel is rein, Ik ben onberispelijk in uw oog!stylusSpreuken 10:2, Spreuken 10:2, Sefanja 1:18, Sefanja 1:18, Genesis 7:15Wilde God maar eens spreken, Zijn lippen tegen u openen,stylusSpreuken 5:22, Spreuken 5:22, Psalmen 9:15, Psalmen 9:16, Psalmen 9:156U de geheimen der Wijsheid ontvouwen, Die zo moeilijk zijn te verstaan: Dan zoudt ge erkennen, dat God van u eist, Wat uw misdaad verdient.stylusPrediker 10:8, Prediker 10:8, Spreuken 5:22, 1 Samuël 12:3, 1 Samuël 12:47Zoudt ge de diepten Gods kunnen peilen, De alwetendheid van den Almachtige doorgronden?stylusSpreuken 10:28, Spreuken 10:28, Job 8:13, Job 8:14, Job 8:138Zij is hoger nog dan de hemelen: Wat kunt ge beginnen; Dieper nog dan de onderwereld: Wat kunt ge begrijpen;stylusDaniël 6:23, Daniël 6:24, Daniël 6:23, Daniël 6:24, Spreuken 21:189Haar meetsnoer is langer dan de aarde, En breder nog dan de zee!stylusSpreuken 2:10, Spreuken 2:16, Spreuken 2:10, Spreuken 2:16, Spreuken 4:510Als hij iets laat passeren, het verborgen houdt, Of het ruchtbaar maakt: wie zal Hem weerhouden?stylusSpreuken 28:12, Spreuken 28:12, Psalmen 58:10, Psalmen 58:11, Richteren 5:3111Want Hij doorschouwt de bedriegelijke mensen; Hij kent het kwaad, het ontgaat Hem niet!stylusSpreuken 14:34, Spreuken 14:34, Spreuken 29:8, Spreuken 29:8, Jakobus 3:612Maar een leeghoofd zal dit eerst begrijpen, Als het jong van een ezel een mensenkind wordt!stylusSpreuken 10:19, 1 Petrus 2:23, Spreuken 10:19, 1 Petrus 2:23, Lucas 18:913Maar wanneer gij er acht op wilt slaan, En tot Hem uw handen verheft,stylusSpreuken 20:19, Spreuken 20:19, Spreuken 25:9, Leviticus 19:16, Spreuken 25:914De misdaad uit uw hand verwijdert, En in uw tenten geen onrecht laat wonen:stylusSpreuken 24:6, Spreuken 24:6, Spreuken 15:22, Spreuken 15:22, Spreuken 20:1815Dan heft ge smetteloos het hoofd omhoog, Dan staat ge vast, en behoeft niet te vrezen.stylusSpreuken 6:1, Spreuken 6:5, Spreuken 17:18, Spreuken 6:1, Spreuken 6:516Ja, dan zult ge de ellende vergeten, Er aan denken als aan water, dat voorbij is gestroomd;stylusSpreuken 31:30, Spreuken 31:31, Spreuken 31:30, Spreuken 31:31, Lucas 10:4217Dan rijst uw leven klaarder nog dan de middag, En uw duisternis zal als de morgen zijn;stylusMattheüs 5:7, Mattheüs 5:7, Mattheüs 25:34, Mattheüs 25:40, Mattheüs 25:3418Dan zult ge vertrouwen, Want er is weer hoop! Dan gaat ge weer slapen onder veilige hoede,stylusGalaten 6:8, Galaten 6:9, Galaten 6:8, Galaten 6:9, Prediker 10:819Dan legt ge u neer, en schrikt niemand u op; Dan dingen velen naar uw gunst,stylusSpreuken 10:16, Spreuken 10:16, Spreuken 19:23, Spreuken 12:28, Spreuken 19:2320Terwijl de ogen der bozen versmachten: Want die blijven van iedere toevlucht verstoken, Hun enige hoop is hun laatste zucht!stylusPsalmen 119:1, 1 Kronieken 29:17, Psalmen 119:1, 1 Kronieken 29:17, Spreuken 6:14