1Jahweh heeft mij gezegd: Neem een groot schrijftablet, en schrijf daarop het duidelijk schrift: "Spoedig-buit-roof-nabij".stylusDaniël 7:1, Daniël 7:1, Daniël 9:2, Daniël 10:2, Daniël 10:72Ik nam er twee vertrouwde getuigen bij: Oeri-ja, den priester, en Zekarjáhoe, den zoon van Jebérekjáhoe.stylusNehemia 1:1, Esther 1:2, Nehemia 1:1, Esther 1:2, Genesis 10:223Daarop ging ik tot de profetes; ze werd zwanger en baarde een zoon. En Jahweh zeide tot mij: Noem hem "Spoedig-buit-roof-nabij".stylusDaniël 8:20, Daniël 8:20, Daniël 10:5, Daniël 10:5, Jeremia 51:114Want voordat de knaap "vader en moeder" kan zeggen, zal men de schatten van Damascus en de buit van Samaria voor den koning van Assjoer brengen.stylusDaniël 11:16, Daniël 11:16, Daniël 11:36, Daniël 8:7, Daniël 11:365Maar Jahweh zeide mij ook:stylusDaniël 8:21, Daniël 8:21, Daniël 8:8, Daniël 11:3, Daniël 8:86Omdat dit volk heeft veracht Het rustig vloeiend water van Siloë, En siddert van angst voor Resin en den zoon van Remaljáhoe:stylus7Zie, daarom brengt de Heer over hen De geweldige en vreselijke wateren van de Eufraat, Den koning van Assjoer met heel zijn macht! Over al hun dijken zullen ze stuwen, En buiten al hun oevers treden,stylusDaniël 11:11, Daniël 7:7, Daniël 11:11, Daniël 7:7, Jozua 8:208In Juda dringen, het geheel overstromen, Tot ze aan de hals komen staan; En met hun uitgespreide vleugels Zullen ze uw hele land overstelpen.stylusDaniël 7:2, Daniël 7:2, Openbaring 7:1, Openbaring 7:1, 2 Kronieken 26:169God is met ons! Verneemt het volken, en staat versteld; Hoort het allen, verre landen! Gordt u ten strijde: ge wordt overwonnen, Gordt u aan: ge wordt overmeesterd;stylusDaniël 11:16, Daniël 11:16, Ezechiël 20:6, Daniël 7:8, Psalmen 48:210Smeedt plannen: ze worden verijdeld, Neemt een besluit: het wordt niet volbracht; Want God is met ons!stylusJesaja 14:13, Openbaring 12:4, Jesaja 14:13, Openbaring 12:4, Daniël 7:711Zo heeft Jahweh tot mij gesproken, Toen Hij mijn hand heeft gevat, En mij heeft vermaand, De weg van dit volk niet te gaan.stylusDaniël 12:11, Daniël 12:11, Openbaring 13:5, Openbaring 13:7, Openbaring 13:512Hij zeide: Noemt geen bedreiging, Wat dit volk bedreiging heet; Weest niet bang waarvoor zij vrezen, En laat het u niet verontrusten.stylusJeremia 12:1, Jesaja 59:14, Jeremia 12:1, Jesaja 59:14, Openbaring 13:713Neen, noemt Jahweh der heirscharen alleen uw bedreiging, Voor Hem moet ge vrezen en beven;stylusOpenbaring 11:2, Openbaring 11:2, Lucas 21:24, Openbaring 6:10, Daniël 9:2714Hij is het, die dreigt; de steen, waaraan men zich stoot; Voor de beide huizen van Israël De rots, waarover men struikelt, Het net en de strik voor Jerusalems burgers.stylusOpenbaring 11:2, Openbaring 11:3, Daniël 12:7, Openbaring 11:2, Openbaring 11:315Ja, velen van hen zullen wankelen, vallen en breken, Worden verstrikt en gevangen.stylusDaniël 10:16, Daniël 10:16, Daniël 10:18, 1 Petrus 1:10, 1 Petrus 1:1116Bewaar deze lessen zorgvuldig, En verzegel de lering, die ik u gaf:stylusLucas 1:26, Lucas 1:26, Lucas 1:19, Lucas 1:19, Daniël 12:517Ik blijf op Jahweh vertrouwen, Op Hem blijf ik hopen, al verbergt Hij zich voor Jakobs huis!stylusDaniël 8:19, Daniël 8:19, Daniël 12:4, Daniël 12:4, Openbaring 1:1718Zie, ik en de kinderen, die Jahweh mij gaf, Zijn tekens en zinnebeelden in Israël, Gegeven door Jahweh der heirscharen, Die woont op de Sion.stylusDaniël 10:18, Daniël 10:18, Lucas 9:32, Daniël 10:16, Ezechiël 2:219En wanneer men u zegt: Ondervraagt de geesten der doden, En de waarzeggers, die lispelen en fluisteren; Moet een volk niet zijn goden ondervragen, Niet zijn doden voor de levenden vragen Naar lering en lessen:stylusHabakuk 2:3, Habakuk 2:3, Daniël 11:27, Openbaring 17:17, Daniël 8:1520Waarachtig, die zo iets durft zeggen, Voor hem komt geen dageraad meer!stylusDaniël 8:3, Daniël 8:3, Daniël 11:1, Daniël 11:2, Daniël 11:121Hij zal blijven zwerven, Ellendig en hongerig; En door honger vertwijfeld, Zijn koning vervloeken en God. Radeloos schouwt hij omhoog,stylusDaniël 11:3, Daniël 10:20, Daniël 11:3, Daniël 10:20, Daniël 8:522Dan blikt hij omlaag naar de grond: Zie, het zal schrik zijn en donker, Duister en angst. (Maar eenmaal zal de nacht verdwijnen, Zal er geen donker meer zijn, voor wie nu nog beangst is!)stylusDaniël 11:4, Daniël 8:3, Daniël 8:8, Daniël 11:4, Daniël 8:3