1In de tijd, dat Achaz, de zoon van Jotam, zoon van Ozias, over Juda regeerde, trok Resin, de koning van Aram, met Pekach, den zoon van Remaljáhoe en koning van Israël, tegen Jerusalem op, om het te belegeren. Ze hebben het niet kunnen overwinnen.stylusJeremia 23:28, Daniël 1:17, Daniël 4:5, Daniël 5:1, Amos 3:72Toen men het huis van David berichtte, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde zijn hart en dat van zijn volk, zoals de bomen in het woud door stormvlagen trillen.stylusOpenbaring 7:1, Openbaring 7:1, Openbaring 17:15, Openbaring 17:153Maar Jahweh sprak tot Isaias: Ga met uw zoon "Een-rest-bekeert-zich" naar de monding van het kanaal in de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld, om Achaz daar te ontmoeten.stylusOpenbaring 13:1, Openbaring 13:1, Daniël 7:17, Daniël 7:17, Daniël 2:324Ge moet hem zeggen: Blijf kalm en wees niet bang, En laat uw hart niet ontsteld worden Voor die twee stompen rokend brandhout, Voor de woede van Resin van Aram en den zoon van Remaljáhoe:stylusJeremia 4:7, Jesaja 14:13, Jesaja 14:17, Jeremia 4:7, Jesaja 14:135Omdat Aram kwaad tegen u smeedt Met Efraïm en den zoon van Remaljáhoe, en zegt:stylusDaniël 2:39, Daniël 2:39, Jesaja 56:9, Daniël 11:2, Ezechiël 39:176Laat ons naar Juda trekken, het benauwen, overmeesteren, En het den zoon van Tabeël tot koning geven!stylusOpenbaring 13:2, Openbaring 13:2, Daniël 11:3, Daniël 11:20, Daniël 2:397Want dit zegt Jahweh, de Heer: Het zal niet gebeuren, het zal niet bestaan!stylusOpenbaring 13:1, Openbaring 13:1, Openbaring 12:3, Openbaring 12:3, Openbaring 17:128Want het hoofd van Aram is Damascus, Het hoofd van Damascus is Resin,stylusOpenbaring 13:5, Openbaring 13:6, Openbaring 13:5, Openbaring 13:6, Openbaring 13:19Het hoofd van Efraïm is Samaria, Het hoofd van Samaria de zoon van Remaljáhoe: Over vijf en zestig jaar is Efraïm verwoest en ontvolkt: Vertrouwt ge het niet, dan houdt ge het niet!stylusOpenbaring 1:14, Openbaring 1:14, Marcus 9:3, Marcus 9:3, Daniël 7:2210En Isaias vervolgde tot Achaz:stylusJesaja 30:27, Jesaja 30:27, Deuteronomium 33:2, Deuteronomium 33:2, Psalmen 50:311Vraag een teken van Jahweh, uw God: diep in het dodenrijk, of hoog aan de hemel.stylusOpenbaring 19:20, Openbaring 19:20, Openbaring 20:10, Openbaring 20:10, 2 Tessalonicenzen 2:812Maar Achaz zeide: Ik zal er geen vragen, en Jahweh niet tarten.stylusDaniël 8:7, Daniël 8:7, Daniël 7:4, Daniël 7:6, Daniël 7:413Toen sprak hij: Luister dan, huis van David! Is het u niet genoeg, mensen ongeduldig te maken, dat gij ook het geduld van mijn God op de proef stelt?stylusMattheüs 26:64, Mattheüs 26:64, Openbaring 1:7, Openbaring 1:7, Lucas 21:2714Daarom geeft de Heer zelf u een teken: Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; zij zal hem noemen: "God-met-ons".stylusOpenbaring 11:15, Openbaring 11:15, Daniël 7:27, Daniël 7:27, Johannes 3:3515Stremsel van melk en wilde honing zal hij eten, totdat hij het kwade weet te verwerpen, en het goede te kiezen.stylusDaniël 7:28, Daniël 7:28, Daniël 2:1, Daniël 2:3, Daniël 7:116Maar voordat de knaap het kwade weet te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land ontvolkt zijn, waarvan gij de twee koningen vreest.stylusOpenbaring 7:13, Openbaring 7:14, Openbaring 7:13, Openbaring 7:14, Daniël 7:1017Jahweh zal dagen doen komen Over u en uw volk En over het huis van uw vader, Zoals er nog nooit zijn geweest, Sinds Efraïm afviel van Juda: "Den koning van Assjoer!"stylusDaniël 7:3, Daniël 7:4, Johannes 18:36, Openbaring 13:11, Daniël 8:1918Op die dag fluit Jahweh de muskieten Van de verre stromen van Egypte bijeen, Met de wespen uit het land van Assjoer.stylusDaniël 7:27, Daniël 7:27, Openbaring 5:10, Jesaja 60:12, Jesaja 60:1419Ze komen en strijken in drommen neer In de kloven der dalen, in de spleten der rotsen, Op alle struiken en dreven.stylusDaniël 7:7, Daniël 7:7, Daniël 2:40, Daniël 2:43, Daniël 2:4020Op die dag scheert de Heer Met een mes, dat Hij huurt Aan de overkant van de Eufraat: "Den koning van Assjoer", De hoofd- en schaamharen af, En de baard neemt Hij weg.stylusDaniël 7:8, Daniël 7:23, Daniël 7:8, Daniël 7:23, Daniël 8:921Op die dag zal een ieder Een koetje en een paar geiten houden,stylusDaniël 12:7, Daniël 12:7, Openbaring 17:14, Daniël 8:24, Openbaring 13:522En van de melk, die overschiet, Het stremsel gebruiken. Ja, men zal stremsel van melk en wilde honing moeten eten, Iedereen, die overblijft in het land.stylusDaniël 7:18, Daniël 7:18, Openbaring 20:4, Openbaring 5:10, Openbaring 20:423Op die dag zal iedere plek, Waar duizend wijnstokken stonden, En die duizend sikkels kostte, Bedekt zijn met doornen en distels.stylusDaniël 2:40, Daniël 2:40, Daniël 7:7, Daniël 7:7, Lucas 2:124Enkel met pijlen en boog Trekt men daar rond. Ja het hele land zal bedekt zijn met doornen en distels,stylusDaniël 7:20, Daniël 7:20, Daniël 11:36, Openbaring 13:1, Daniël 11:3625En alle bergen, die met de spade werden bewerkt. Men zal er niet heengaan Uit vrees voor de doornen en distels; Ze zullen enkel nog dienen, om er het vee in te jagen, En door de schapen te worden vertrapt.stylus2 Tessalonicenzen 2:4, Daniël 12:7, Openbaring 12:14, 2 Tessalonicenzen 2:4, Daniël 12:7