1In het sterfjaar van koning Ozias aanschouwde ik den Heer, gezeten op een hoge en heerlijke troon; de sleep van zijn mantel bedekte heel de tempel.stylusDaniël 5:31, Daniël 5:31, Exodus 18:21, Exodus 18:22, Esther 1:12Serafs stonden om Hem heen, elk met zes vleugels; twee om het gelaat, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen.stylusEsther 7:4, Ezra 4:22, Daniël 2:48, Daniël 2:49, Daniël 5:293En ze riepen elkander toe: "Heilig, heilig, heilig is Jahweh der heirscharen; de hele aarde is vol van zijn glorie!"stylusDaniël 5:14, Daniël 5:14, Spreuken 22:29, Genesis 41:38, Genesis 41:414Van hun juichen trilden de drempels in hun voegen, en het hele huis stond vol rook.stylus1 Petrus 3:16, 1 Petrus 3:16, Filippenzen 2:15, Filippenzen 2:15, 1 Petrus 2:125Ik riep uit: Wee mij, ik ben verloren! Want ik heb met mijn ogen den Koning, Jahweh der heirscharen, aanschouwd, ofschoon ik een mens ben met onreine lippen, en onder een volk met onreine lippen verblijf.stylusHandelingen 24:13, Handelingen 24:16, Handelingen 24:13, Handelingen 24:16, Handelingen 24:206Maar één der serafs vloog op mij af; met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen,stylusDaniël 2:4, Daniël 2:4, Nehemia 2:3, Daniël 6:21, Nehemia 2:37raakte hij mijn mond aan, en sprak: Zie, zij heeft uw lippen geraakt; nu is uw schuld verdwenen, uw zonde vergeven.stylusPsalmen 59:3, Psalmen 59:3, Psalmen 83:1, Psalmen 83:3, Daniël 3:278Nu hoorde ik de stem van den Heer: Wien zal Ik zenden, en wie zal gaan uit onze naam? Ik zeide: Hier ben ik; zend mij!stylusDaniël 6:15, Esther 1:19, Daniël 6:15, Esther 1:19, Daniël 6:129Toen sprak Hij: Ga heen, en zeg aan dit volk: Gij zult altijd weer horen, Maar nimmer verstaan; Scherp zult gij zien, Maar niet inzien.stylusPsalmen 146:3, Psalmen 118:9, Psalmen 146:3, Psalmen 118:9, Psalmen 62:910Verstomp het hart van dit volk, Verstop zijn oren, verblind zijn ogen: Opdat ze met hun ogen niet zien, Met hun oren niet horen, Met hun hart niet verstaan, Zich niet bekeren noch worden genezen.stylusPsalmen 55:17, Psalmen 55:17, Handelingen 5:29, Handelingen 5:29, 1 Tessalonicenzen 5:1711Ik zeide: Hoe lang zal dit duren, o Heer? Hij sprak: Tot de steden vernield zijn, En geen bewoners meer hebben; De huizen ontvolkt, Het land verwoest en verlaten;stylusPsalmen 37:32, Psalmen 37:33, Psalmen 37:32, Psalmen 37:33, Psalmen 10:912Tot Jahweh de mensen heeft weggevoerd, Op het land grote eenzaamheid ligt,stylusDaniël 6:8, Daniël 6:8, Daniël 3:8, Daniël 3:12, Daniël 3:813En het tiende, dat restte, ook is verdelgd. Maar gelijk een stronk blijft staan, Waar terebint of eik zijn geveld, Zo blijft er een heilig zaad als zijn wortel!stylusDaniël 3:12, Daniël 3:12, Handelingen 5:29, Daniël 2:25, Handelingen 5:29