1Ik wil zingen van mijn Geliefde: Het lied van mijn Vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling;stylusEsther 1:3, Esther 1:3, Genesis 40:20, Marcus 6:21, Marcus 6:222Hij spitte hem om, en raapte er de stenen uit weg. Hij beplantte hem met edelwingerd, Bouwde er een wachttoren in, en kapte perskuipen uit. Nu verwachtte hij, dat hij druiven zou dragen: Maar hij bracht enkel bocht!stylusDaniël 1:2, Daniël 1:2, 2 Koningen 24:13, 2 Koningen 24:13, 2 Koningen 25:153Burgers van Jerusalem en mannen van Juda: Richt nu tussen mij en mijn wijngaard!stylus4Wat was er meer voor mijn wijngaard te doen, Wat ik misschien heb verzuimd? Waarom bracht hij dan enkel bocht, Toen ik verwachtte, dat hij druiven zou dragen?stylusDaniël 5:23, Daniël 5:23, Habakuk 2:19, Habakuk 2:19, Psalmen 135:155Ik zal u zeggen, wat ik met mijn wijngaard zal doen! Ik neem weg zijn omheining: hij wordt kaal gevreten; Ik verniel zijn muur: hij wordt vertrapt;stylusDaniël 4:31, Daniël 4:31, Daniël 5:24, Daniël 5:28, Daniël 5:246Ik zal hem tot wildernis maken, besnoeid noch gespit; Distels en doornen schieten er op, De wolken verbied ik, hem te besproeien.stylusEzechiël 7:17, Daniël 7:28, Nahum 2:10, Ezechiël 7:17, Daniël 7:287Welnu, de wijngaard van Jahweh der heirscharen Is Israëls huis; De mannen van Juda Zijn bevoorrechte planten. Hij hoopte op recht: en zie, het was onrecht; Betrachten van recht: het was verkrachten van recht.stylusDaniël 5:16, Daniël 5:29, Daniël 5:16, Daniël 5:29, Daniël 2:488Wee, die het ene huis neemt na het ander, Die akker koppelt aan akker; Totdat geen plaats meer overblijft, En gij alleen in het land bezit hebt.stylusDaniël 2:27, Daniël 2:27, Daniël 4:7, Genesis 41:8, Daniël 4:79Zo klinkt in mijn oren de eed Van Jahweh der heirscharen! Die talloze huizen worden verwoest, De grootste en schoonste zijn zonder bewoners.stylusDaniël 5:6, Daniël 5:6, Daniël 2:1, Daniël 2:1, Jesaja 21:210Ja, tien morgen wijnland geeft niet meer dan één kruik, Een hele zak zaad niet meer dan één maat.stylusDaniël 3:9, Daniël 3:9, Daniël 6:6, Daniël 2:4, Daniël 6:611Wee, die zich al vroeg in de morgen bedrinken, En tot laat in de avond zich verhitten door wijn;stylusDaniël 4:8, Daniël 4:9, Daniël 4:8, Daniël 4:9, Daniël 4:1812Die bij citer en harp, bij pauke en fluit Wijn blijven slempen; Maar die op Jahweh’s daden niet letten, Het werk zijner handen niet zien.stylusDaniël 6:3, Daniël 5:14, Daniël 6:3, Daniël 5:14, Daniël 1:713Daarom zal mijn volk in ballingschap gaan, Eer zij er aan denken; Zal zijn adel sterven van honger, Zijn scharen versmachten van dorst;stylusDaniël 6:13, Daniël 6:13, Daniël 5:11, Daniël 5:11, Daniël 2:2514Daarom is het dodenrijk dubbel gulzig geworden, En spert het wagenwijd zijn kaken op. Zo gaat de glorie van Sion ten onder, Zijn joelen, zijn juichen, zijn jubel;stylusDaniël 5:11, Daniël 5:12, Daniël 5:11, Daniël 5:1215Zo worden die mensen onteerd, die mannen vernederd, Moeten die trotse blikken omlaag.stylusDaniël 5:7, Daniël 5:8, Daniël 5:7, Daniël 5:8, Jesaja 47:1216Zo toont Jahweh der heirscharen door het oordeel zijn grootheid, De heilige God zijn heiligheid door het gericht!stylusDaniël 5:7, Daniël 5:7, Genesis 40:8, Daniël 5:29, Genesis 40:817Lammeren zullen er weiden, als was het hun veld, Geiten vreten zich vet tussen hun puinen.stylus2 Koningen 5:16, 2 Koningen 5:16, Genesis 14:23, Genesis 14:23, Daniël 5:2918Wee, die met ossentouwen de straf tot zich trekken, En met wagenkoorden het loon voor hun zonde;stylusDaniël 2:37, Daniël 2:38, Daniël 2:37, Daniël 2:38, Daniël 4:1719Die zeggen: Laat Hij zich haasten, Zijn werk bespoedigen, dat we ‘t nog zien; Laat het raadsbesluit van Israëls Heilige maar komen, En zich voltrekken, dan weten we ‘t meteen.stylusDaniël 3:6, Daniël 2:12, Daniël 2:13, Daniël 3:6, Daniël 2:1220Wee, die wat kwaad is, goed durven noemen, En het goede kwaad; Die duisternis maken tot licht, En licht weer tot duister; Die wat bitter is, laten doorgaan voor zoet, En het zoete voor bitter.stylus2 Kronieken 36:13, Jeremia 13:18, 2 Koningen 17:14, Exodus 9:17, Hebreeën 3:1321Wee, die wijs zijn in eigen ogen, En naar eigen mening verstandig!stylusDaniël 4:25, Daniël 4:25, Ezechiël 17:24, Ezechiël 17:24, Daniël 4:1722Wee, die helden zijn in het drinken van wijn, En flink in het mengen van dranken!stylus2 Kronieken 33:23, Exodus 10:3, 2 Kronieken 33:23, Exodus 10:3, Jakobus 4:1723Wee, die om fooi den schuldige in het gelijk durven stellen, En onschuldigen hun recht onthouden!stylusJob 12:10, Job 12:10, Daniël 4:37, Daniël 4:37, Jesaja 2:1224Daarom worden ze verteerd als kaf door het vuur, En vergaan ze als stro in de vlammen; Hun wortel vermolmt, Hun bloesem verstuift als het stof. Want ze hebben de wet van Jahweh der heirscharen veracht, Het woord van Israëls Heilige versmaad!stylusDaniël 5:5, Daniël 5:525Daarom is Jahweh tegen zijn volk in woede ontstoken, En strekt Hij zijn hand tegen hen uit; Hij slaat ze, dat de bergen er van rillen, En hun lijken als vuil op de straten liggen! Toch legt zijn toorn zich niet neer, Maar zijn hand blijft gestrekt.stylus26Hij steekt de krijgsbanier voor een volk, ver weg, Hij fluit het van de grenzen der aarde bijeen. Zie, daar komt het, haastig en vlug,stylusJeremia 27:7, Jesaja 47:1, Jesaja 47:15, Jeremia 25:11, Jeremia 25:1227Geen, die vermoeid is of struikelt, die sluimert of slaapt; Geen gordel raakt los van zijn lenden, Geen schoenriem gaat stuk.stylusJob 31:6, Job 31:6, 1 Korintiërs 3:13, Psalmen 62:9, 1 Korintiërs 3:1328Zijn pijlen zijn scherp, Al zijn bogen gespannen; De hoeven van zijn paarden als keien, Zijn raderen als een wervelwind.stylusJesaja 13:17, Daniël 6:28, Jesaja 13:17, Daniël 6:28, Jesaja 21:229Het brult als een leeuw, gromt en bromt als leeuwenwelpen, Het grijpt zijn prooi, sleept ze weg, reddeloos verloren.stylusDaniël 5:16, Daniël 5:7, Daniël 5:16, Daniël 5:730Op die dag breekt een geloei over hen los, Al het razen der zee. Radeloos blikt men over het land: Overal duisternis en schrik; Het licht is verdonkerd Door asgrauwe dampen!stylusJeremia 51:31, Jeremia 51:31, Jeremia 51:57, Jeremia 51:57, Jesaja 47:9