Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jesaja Hoofdstuk 5

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JESAJA

Jesaja 5

1Ik wil zingen van mijn Geliefde: Het lied van mijn Vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling;
Esther 1:3, Esther 1:3, Genesis 40:20, Marcus 6:21, Marcus 6:22
2Hij spitte hem om, en raapte er de stenen uit weg. Hij beplantte hem met edelwingerd, Bouwde er een wachttoren in, en kapte perskuipen uit. Nu verwachtte hij, dat hij druiven zou dragen: Maar hij bracht enkel bocht!
Daniël 1:2, Daniël 1:2, 2 Koningen 24:13, 2 Koningen 24:13, 2 Koningen 25:15
3Burgers van Jerusalem en mannen van Juda: Richt nu tussen mij en mijn wijngaard!
4Wat was er meer voor mijn wijngaard te doen, Wat ik misschien heb verzuimd? Waarom bracht hij dan enkel bocht, Toen ik verwachtte, dat hij druiven zou dragen?
Daniël 5:23, Daniël 5:23, Habakuk 2:19, Habakuk 2:19, Psalmen 135:15
5Ik zal u zeggen, wat ik met mijn wijngaard zal doen! Ik neem weg zijn omheining: hij wordt kaal gevreten; Ik verniel zijn muur: hij wordt vertrapt;
Daniël 4:31, Daniël 4:31, Daniël 5:24, Daniël 5:28, Daniël 5:24
6Ik zal hem tot wildernis maken, besnoeid noch gespit; Distels en doornen schieten er op, De wolken verbied ik, hem te besproeien.
Ezechiël 7:17, Daniël 7:28, Nahum 2:10, Ezechiël 7:17, Daniël 7:28
7Welnu, de wijngaard van Jahweh der heirscharen Is Israëls huis; De mannen van Juda Zijn bevoorrechte planten. Hij hoopte op recht: en zie, het was onrecht; Betrachten van recht: het was verkrachten van recht.
Daniël 5:16, Daniël 5:29, Daniël 5:16, Daniël 5:29, Daniël 2:48
8Wee, die het ene huis neemt na het ander, Die akker koppelt aan akker; Totdat geen plaats meer overblijft, En gij alleen in het land bezit hebt.
Daniël 2:27, Daniël 2:27, Daniël 4:7, Genesis 41:8, Daniël 4:7
9Zo klinkt in mijn oren de eed Van Jahweh der heirscharen! Die talloze huizen worden verwoest, De grootste en schoonste zijn zonder bewoners.
Daniël 5:6, Daniël 5:6, Daniël 2:1, Daniël 2:1, Jesaja 21:2
10Ja, tien morgen wijnland geeft niet meer dan één kruik, Een hele zak zaad niet meer dan één maat.
Daniël 3:9, Daniël 3:9, Daniël 6:6, Daniël 2:4, Daniël 6:6
11Wee, die zich al vroeg in de morgen bedrinken, En tot laat in de avond zich verhitten door wijn;
Daniël 4:8, Daniël 4:9, Daniël 4:8, Daniël 4:9, Daniël 4:18
12Die bij citer en harp, bij pauke en fluit Wijn blijven slempen; Maar die op Jahweh’s daden niet letten, Het werk zijner handen niet zien.
Daniël 6:3, Daniël 5:14, Daniël 6:3, Daniël 5:14, Daniël 1:7
13Daarom zal mijn volk in ballingschap gaan, Eer zij er aan denken; Zal zijn adel sterven van honger, Zijn scharen versmachten van dorst;
Daniël 6:13, Daniël 6:13, Daniël 5:11, Daniël 5:11, Daniël 2:25
14Daarom is het dodenrijk dubbel gulzig geworden, En spert het wagenwijd zijn kaken op. Zo gaat de glorie van Sion ten onder, Zijn joelen, zijn juichen, zijn jubel;
Daniël 5:11, Daniël 5:12, Daniël 5:11, Daniël 5:12
15Zo worden die mensen onteerd, die mannen vernederd, Moeten die trotse blikken omlaag.
Daniël 5:7, Daniël 5:8, Daniël 5:7, Daniël 5:8, Jesaja 47:12
16Zo toont Jahweh der heirscharen door het oordeel zijn grootheid, De heilige God zijn heiligheid door het gericht!
Daniël 5:7, Daniël 5:7, Genesis 40:8, Daniël 5:29, Genesis 40:8
17Lammeren zullen er weiden, als was het hun veld, Geiten vreten zich vet tussen hun puinen.
2 Koningen 5:16, 2 Koningen 5:16, Genesis 14:23, Genesis 14:23, Daniël 5:29
18Wee, die met ossentouwen de straf tot zich trekken, En met wagenkoorden het loon voor hun zonde;
Daniël 2:37, Daniël 2:38, Daniël 2:37, Daniël 2:38, Daniël 4:17
19Die zeggen: Laat Hij zich haasten, Zijn werk bespoedigen, dat we ‘t nog zien; Laat het raadsbesluit van Israëls Heilige maar komen, En zich voltrekken, dan weten we ‘t meteen.
Daniël 3:6, Daniël 2:12, Daniël 2:13, Daniël 3:6, Daniël 2:12
20Wee, die wat kwaad is, goed durven noemen, En het goede kwaad; Die duisternis maken tot licht, En licht weer tot duister; Die wat bitter is, laten doorgaan voor zoet, En het zoete voor bitter.
2 Kronieken 36:13, Jeremia 13:18, 2 Koningen 17:14, Exodus 9:17, Hebreeën 3:13
21Wee, die wijs zijn in eigen ogen, En naar eigen mening verstandig!
Daniël 4:25, Daniël 4:25, Ezechiël 17:24, Ezechiël 17:24, Daniël 4:17
22Wee, die helden zijn in het drinken van wijn, En flink in het mengen van dranken!
2 Kronieken 33:23, Exodus 10:3, 2 Kronieken 33:23, Exodus 10:3, Jakobus 4:17
23Wee, die om fooi den schuldige in het gelijk durven stellen, En onschuldigen hun recht onthouden!
Job 12:10, Job 12:10, Daniël 4:37, Daniël 4:37, Jesaja 2:12
24Daarom worden ze verteerd als kaf door het vuur, En vergaan ze als stro in de vlammen; Hun wortel vermolmt, Hun bloesem verstuift als het stof. Want ze hebben de wet van Jahweh der heirscharen veracht, Het woord van Israëls Heilige versmaad!
Daniël 5:5, Daniël 5:5
25Daarom is Jahweh tegen zijn volk in woede ontstoken, En strekt Hij zijn hand tegen hen uit; Hij slaat ze, dat de bergen er van rillen, En hun lijken als vuil op de straten liggen! Toch legt zijn toorn zich niet neer, Maar zijn hand blijft gestrekt.
26Hij steekt de krijgsbanier voor een volk, ver weg, Hij fluit het van de grenzen der aarde bijeen. Zie, daar komt het, haastig en vlug,
Jeremia 27:7, Jesaja 47:1, Jesaja 47:15, Jeremia 25:11, Jeremia 25:12
27Geen, die vermoeid is of struikelt, die sluimert of slaapt; Geen gordel raakt los van zijn lenden, Geen schoenriem gaat stuk.
Job 31:6, Job 31:6, 1 Korintiërs 3:13, Psalmen 62:9, 1 Korintiërs 3:13
28Zijn pijlen zijn scherp, Al zijn bogen gespannen; De hoeven van zijn paarden als keien, Zijn raderen als een wervelwind.
Jesaja 13:17, Daniël 6:28, Jesaja 13:17, Daniël 6:28, Jesaja 21:2
29Het brult als een leeuw, gromt en bromt als leeuwenwelpen, Het grijpt zijn prooi, sleept ze weg, reddeloos verloren.
Daniël 5:16, Daniël 5:7, Daniël 5:16, Daniël 5:7
30Op die dag breekt een geloei over hen los, Al het razen der zee. Radeloos blikt men over het land: Overal duisternis en schrik; Het licht is verdonkerd Door asgrauwe dampen!
Jeremia 51:31, Jeremia 51:31, Jeremia 51:57, Jeremia 51:57, Jesaja 47:9

Andere Boeken

JesajaJeremiaKlaagliederen+

Andere Boeken

JesajaHfst. 5
JeremiaKlaagliederenBaruchEzechiëlDaniël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward