1Zeven vrouwen zullen vechten om één man op die dag, En zeggen: ons eigen brood willen we eten, Onze eigen kleren wel dragen, Als we maar naar u mogen heten: neem de smaad van ons weg!stylusDaniël 6:25, Daniël 6:25, 1 Petrus 1:2, Daniël 3:4, 1 Petrus 1:22Maar op die dag zal de Spruit van Jahweh Tot glorie en heerlijkheid worden, De Vrucht van het land tot roem en luister Van wie in Israël zal worden gered;stylusDaniël 3:26, Daniël 3:26, Psalmen 66:16, Psalmen 66:16, Jozua 7:193En de rest van Juda En wat in Jerusalem gespaard bleef, Zal heilig worden genoemd, Iedereen in Jeruzalem, die staat opgeschreven ten leven.stylusPsalmen 145:13, Psalmen 145:13, Daniël 2:44, Jesaja 25:1, Daniël 2:444Als de Heer de smet van Sions dochters heeft uitgewist, En de bloedschuld uit Jerusalem weggespoeld, Door de stormwind van oordeel, Door de orkaan van verwoesting:stylusJesaja 47:7, Jesaja 47:8, Jesaja 47:7, Jesaja 47:8, Ezechiël 29:35Dan schept Jahweh over heel de bergrug van Sion, En over heel zijn omgeving, Een wolk van rook overdag, En een gloed van laaiende vlammen des nachts. Dan zal de glorie van Jahweh ze allen bedekken Als een schutdak en tent,stylusDaniël 2:1, Daniël 2:1, Daniël 5:10, Genesis 41:1, Daniël 7:286Tot schaduw tegen de hitte op de dag, Tot toevlucht en schuilplaats tegen stortvloed en regen!stylusDaniël 2:2, Daniël 2:2, Genesis 41:7, Genesis 41:8, Jesaja 8:19