1Want zie, de Heer, Jahweh der heirscharen, Neemt van Jerusalem weg en van Juda Alle steun en alle stut, Alle verkwikking van brood en van water;stylusHabakuk 2:19, Habakuk 2:19, Jeremia 16:20, Jeremia 16:20, Jesaja 46:62Held, krijgsman en rechter, Profeet, waarzegger en oudste,stylusDaniël 3:27, Daniël 3:27, Exodus 32:4, Exodus 32:6, Daniël 6:13Hoofdman, adel en raadsheer, Tovenaar en bezweerder.stylusOpenbaring 17:17, Openbaring 17:17, Openbaring 17:13, Openbaring 17:13, Openbaring 13:134Tot vorsten stel Ik knapen aan, En kinderen zullen over hen heersen:stylusDaniël 6:25, Daniël 4:1, Daniël 6:25, Daniël 4:1, Micha 6:165Dan zal het volk beginnen te vechten, Man tegen man, En vriend tegen vriend; Kwajongens vallen grijsaards aan, En vlegels mannen van aanzien;stylusDaniël 3:15, Daniël 3:15, Daniël 3:10, Daniël 3:10, Daniël 3:76Ja, de ene broer stormt los op den ander! De eigen familie zal zeggen: Gij hebt nog een mantel; Wees dus ons hoofd, En neem deze puinen onder uw hoede.stylusMattheüs 13:50, Mattheüs 13:42, Mattheüs 13:50, Mattheüs 13:42, Jeremia 29:227Maar de ander schreeuwt het uit op die dag: Ik wil de meester niet zijn, Ik heb geen brood en geen kleren in huis; Plaats mij niet aan het hoofd van het volk!stylus1 Johannes 5:19, Openbaring 13:3, Jeremia 51:7, Openbaring 13:8, Openbaring 17:88Ja, Jerusalem wankelt, En Juda valt! Want hun woord en hun daden zijn tegen Jahweh gericht, Om de blik van zijn Majesteit te tarten.stylusEzra 4:12, Ezra 4:16, Ezra 4:12, Ezra 4:16, Daniël 6:129Hun onbeschaamd gezicht klaagt ze aan, Als Sodoma lopen ze openlijk met hun zonden te koop: Wee over hen; Want ze bereiden hun eigen verderf!stylusDaniël 5:10, Daniël 6:6, Daniël 5:10, Daniël 6:6, Daniël 6:2110Heil den rechtvaardige, want hém gaat het goed: Hij eet de vrucht van zijn werken;stylusDaniël 6:12, Esther 3:12, Esther 3:14, Daniël 3:4, Daniël 3:711Maar wee den boze, want hèm gaat het slecht: Hij zal krijgen wat hij verdiende.stylus12Mijn volk wordt door uitzuigers verdrukt, En door afpersers gedrild; Mijn volk: die u leiden, zijn uw misleiders, Die u de weg moeten wijzen, laten u dolen.stylusDaniël 6:13, Daniël 6:13, Daniël 2:49, Daniël 2:49, Handelingen 17:713Daar richt Jahweh zich op, om vonnis te vellen, Staat gereed, om zijn volk te gaan richten;stylusDaniël 3:19, Daniël 3:19, Daniël 2:12, Daniël 2:12, Esther 3:514Daar komt Jahweh ten oordeel Tegen de oudsten, tegen de vorsten van zijn volk: Gij hebt de wijngaard gestolen, De buit der armen in uw huizen gesleept;stylusJeremia 50:2, Jeremia 50:2, Daniël 3:1, Daniël 3:1, Jesaja 46:115Met welk recht vertrapt ge mijn volk, verschopt ge den arme, Is de godsspraak des Heren, van Jahweh der heirscharen!stylusHandelingen 5:29, Handelingen 5:29, Daniël 3:17, 2 Koningen 18:35, 2 Kronieken 32:1516En Jahweh spreekt: Omdat de dochters van Sion zo trots zijn, Rondlopen met het hoofd in de nek, En met lonkende ogen, Met trippelende pasjes, Met rinkelende ringen aan haar voeten:stylusDaniël 1:7, Daniël 1:7, Daniël 3:12, Daniël 3:1217Daarom scheert de Heer de schedel van Sions dochters kaal, Zal Jahweh haar schaamte ontbloten.stylusRomeinen 8:31, Romeinen 8:31, Lucas 1:37, Lucas 1:37, Psalmen 27:118Op die dag neemt Jahweh de sieraden weg: Voetringen, zonnen en maantjes,stylusHandelingen 5:29, Handelingen 5:32, Handelingen 5:29, Handelingen 5:32, Mattheüs 10:3919Oorbellen, ketens en sluiers,stylusDaniël 3:13, Daniël 3:13, Leviticus 26:24, Leviticus 26:24, Spreuken 21:2420Hoofddoeken, armbanden, linten en flesjes,stylusDaniël 3:15, Handelingen 16:25, Handelingen 16:23, Daniël 3:15, Handelingen 16:2521Amuletten, halssnoer en ringen,stylus22Feestkleren, mantels en doeken,stylusSpreuken 21:18, Spreuken 11:8, Exodus 12:33, Spreuken 21:18, Spreuken 11:823Tasjes en spiegels, Kapsels, mutsen en sjaals.stylusJeremia 38:6, Daniël 6:16, Daniël 6:17, Jeremia 38:6, Daniël 6:1624En dan zal het wezen: In plaats van balsemgeur, stank: Voor gordel, een strop; Voor haarvlechten, schurft; Voor statie, een zak; Voor schoonheid, een brandmerk!stylusDaniël 6:7, Daniël 6:22, Daniël 6:7, Daniël 6:22, Daniël 3:1725Uw mannen zullen vallen door het zwaard, Uw helden door krijg;stylusJesaja 43:2, Jesaja 43:2, Handelingen 28:5, Handelingen 28:5, Marcus 16:1826Dan zullen ze klagen en rouwen onder haar poorten, En eenzaam zitten op de grond.stylusDaniël 3:17, Daniël 3:17, Daniël 4:2, Daniël 4:2, Handelingen 16:17