Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jesaja Hoofdstuk 2

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JESAJA

Jesaja 2

1—
Daniël 4:5, Daniël 4:5, Esther 6:1, Esther 6:1, Job 33:15
2Maar op het einde der tijden zal de Berg van Jahweh’s tempel boven de toppen der bergen staan, zich verheffen boven de heuvels. Alle volken stromen er heen,
Daniël 1:20, Daniël 1:20, Daniël 4:6, Daniël 4:6, Exodus 7:11
3Talloze naties maken zich op. Komt, zeggen ze, trekken we naar de Berg van Jahweh, Naar het huis van Jakobs God: Hij zal ons zijn wegen doen kennen, Wij zullen zijn paden betreden. Want uit Sion komt de wet, Uit Jerusalem Jahweh’s woord.
Genesis 40:8, Genesis 41:15, Genesis 40:8, Genesis 41:15, Daniël 2:1
4Hij zal tussen de volkeren scheidsrechter zijn, En recht verschaffen aan machtige naties: Dan smeden ze hun zwaarden tot ploegijzers om, En hun lansen tot sikkels; Geen volk trekt zijn zwaard meer tegen een ander, En niemand oefent zich voor de strijd.
Daniël 5:10, Daniël 3:9, Ezra 4:7, Daniël 5:10, Daniël 3:9
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
Ezra 6:11, Daniël 3:29, Ezra 6:11, Daniël 3:29, 2 Koningen 10:27
6Maar Jahweh heeft zijn volk verstoten, Het huis van Jakob. Want het is vol van waarzeggerij uit het oosten, Vol tovenaars als Filistea; En van de kinderen der barbaren Is het geheel overstroomd.
Daniël 5:7, Daniël 5:7, Daniël 2:48, Daniël 2:48, Daniël 5:29
7Hun land is vol zilver en goud: Geen eind aan hun schatten; Hun land is vol paarden: Geen eind aan hun wagens;
Daniël 2:4, Daniël 2:4, Daniël 2:9, Daniël 2:9, Prediker 10:4
8Hun land is vol goden: Geen eind aan hun beelden; Ze werpen zich neer voor het werk hunner handen, Voor hun eigen maaksel.
Efeziërs 5:16, Kolossenzen 4:5, Efeziërs 5:16, Kolossenzen 4:5
9Maar die mensen worden te schande, Die mannen vernederd, nooit staan ze meer op!
Esther 4:11, Jesaja 41:23, Daniël 7:25, Daniël 2:21, Esther 4:11
10Ze sluipen weg in de rotsen, en kruipen diep in de grond, Uit angst voor Jahweh, en de glans van zijn luister.
Daniël 2:27, Daniël 2:27
11De trotse blik van die mensen moet neer, De hoogmoed dier mannen gebroken: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!
Daniël 5:11, Daniël 5:11, Genesis 41:39, Exodus 29:45, Johannes 14:23
12Want de dag van Jahweh der heirscharen komt Tegen al wat verwaand is en trots; Tegen al wat zich opheft, Wat hoog is zal vallen.
Daniël 3:13, Daniël 3:13, Psalmen 76:10, Mattheüs 2:16, Daniël 3:19
13Tegen alle rijzige Libanon-ceders, En alle hoge eiken van Basjan;
Daniël 1:19, Daniël 1:20, Daniël 1:19, Daniël 1:20, Jesaja 10:1
14Tegen alle reusachtige bergen, En alle geweldige heuvels.
Daniël 2:24, Daniël 2:24, Jeremia 39:9, Prediker 9:13, Prediker 9:18
15Tegen alle machtige torens, En alle ongenaakbare wallen;
16Tegen alle schepen van Tarsjisj, En alle fiere galjoenen.
Daniël 1:18, Daniël 1:19, Daniël 2:9, Daniël 2:11, Daniël 1:18
17Dan wordt de trots van die mensen gebroken, De hoogmoed dier mannen vernederd: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!
Daniël 3:12, Daniël 1:11, Daniël 1:6, Daniël 1:7, Daniël 3:12
18Ook de goden zullen allen verdwijnen,
Jeremia 33:3, Jeremia 33:3, Mattheüs 18:19, Mattheüs 18:19, Mattheüs 18:12
19Wegsluipen in de spelonken en in de holen der aarde, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan.
Numeri 12:6, Numeri 12:6, Amos 3:7, Psalmen 25:14, Amos 3:7
20En op die dag gooien de mensen Hun zilveren goden weg met hun goden van goud, Die ze maakten om ze te aanbidden: Weg, voor de ratten en muizen.
Psalmen 113:2, Psalmen 113:2, Psalmen 145:1, Psalmen 145:2, Psalmen 145:1
21Als ge dan wegsluipt in de spelonken En in de spleten der klippen, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan:
Psalmen 75:5, Psalmen 75:7, Psalmen 75:5, Psalmen 75:7, Psalmen 31:14
22Dan moet ge wel ophouden, Op mensen te steunen, Die enkel in hun neus wat adem hebben; Wat zouden ze dan voor waarde bezitten?
Job 12:22, Job 12:22, 1 Johannes 1:5, 1 Johannes 1:5, Jakobus 1:17

Andere Boeken

JesajaJeremiaKlaagliederen+

Andere Boeken

JesajaHfst. 2
JeremiaKlaagliederenBaruchEzechiëlDaniël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward