1—stylusDaniël 4:5, Daniël 4:5, Esther 6:1, Esther 6:1, Job 33:152Maar op het einde der tijden zal de Berg van Jahweh’s tempel boven de toppen der bergen staan, zich verheffen boven de heuvels. Alle volken stromen er heen,stylusDaniël 1:20, Daniël 1:20, Daniël 4:6, Daniël 4:6, Exodus 7:113Talloze naties maken zich op. Komt, zeggen ze, trekken we naar de Berg van Jahweh, Naar het huis van Jakobs God: Hij zal ons zijn wegen doen kennen, Wij zullen zijn paden betreden. Want uit Sion komt de wet, Uit Jerusalem Jahweh’s woord.stylusGenesis 40:8, Genesis 41:15, Genesis 40:8, Genesis 41:15, Daniël 2:14Hij zal tussen de volkeren scheidsrechter zijn, En recht verschaffen aan machtige naties: Dan smeden ze hun zwaarden tot ploegijzers om, En hun lansen tot sikkels; Geen volk trekt zijn zwaard meer tegen een ander, En niemand oefent zich voor de strijd.stylusDaniël 5:10, Daniël 3:9, Ezra 4:7, Daniël 5:10, Daniël 3:95Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!stylusEzra 6:11, Daniël 3:29, Ezra 6:11, Daniël 3:29, 2 Koningen 10:276Maar Jahweh heeft zijn volk verstoten, Het huis van Jakob. Want het is vol van waarzeggerij uit het oosten, Vol tovenaars als Filistea; En van de kinderen der barbaren Is het geheel overstroomd.stylusDaniël 5:7, Daniël 5:7, Daniël 2:48, Daniël 2:48, Daniël 5:297Hun land is vol zilver en goud: Geen eind aan hun schatten; Hun land is vol paarden: Geen eind aan hun wagens;stylusDaniël 2:4, Daniël 2:4, Daniël 2:9, Daniël 2:9, Prediker 10:48Hun land is vol goden: Geen eind aan hun beelden; Ze werpen zich neer voor het werk hunner handen, Voor hun eigen maaksel.stylusEfeziërs 5:16, Kolossenzen 4:5, Efeziërs 5:16, Kolossenzen 4:59Maar die mensen worden te schande, Die mannen vernederd, nooit staan ze meer op!stylusEsther 4:11, Jesaja 41:23, Daniël 7:25, Daniël 2:21, Esther 4:1110Ze sluipen weg in de rotsen, en kruipen diep in de grond, Uit angst voor Jahweh, en de glans van zijn luister.stylusDaniël 2:27, Daniël 2:2711De trotse blik van die mensen moet neer, De hoogmoed dier mannen gebroken: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!stylusDaniël 5:11, Daniël 5:11, Genesis 41:39, Exodus 29:45, Johannes 14:2312Want de dag van Jahweh der heirscharen komt Tegen al wat verwaand is en trots; Tegen al wat zich opheft, Wat hoog is zal vallen.stylusDaniël 3:13, Daniël 3:13, Psalmen 76:10, Mattheüs 2:16, Daniël 3:1913Tegen alle rijzige Libanon-ceders, En alle hoge eiken van Basjan;stylusDaniël 1:19, Daniël 1:20, Daniël 1:19, Daniël 1:20, Jesaja 10:114Tegen alle reusachtige bergen, En alle geweldige heuvels.stylusDaniël 2:24, Daniël 2:24, Jeremia 39:9, Prediker 9:13, Prediker 9:1815Tegen alle machtige torens, En alle ongenaakbare wallen;stylus16Tegen alle schepen van Tarsjisj, En alle fiere galjoenen.stylusDaniël 1:18, Daniël 1:19, Daniël 2:9, Daniël 2:11, Daniël 1:1817Dan wordt de trots van die mensen gebroken, De hoogmoed dier mannen vernederd: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!stylusDaniël 3:12, Daniël 1:11, Daniël 1:6, Daniël 1:7, Daniël 3:1218Ook de goden zullen allen verdwijnen,stylusJeremia 33:3, Jeremia 33:3, Mattheüs 18:19, Mattheüs 18:19, Mattheüs 18:1219Wegsluipen in de spelonken en in de holen der aarde, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan.stylusNumeri 12:6, Numeri 12:6, Amos 3:7, Psalmen 25:14, Amos 3:720En op die dag gooien de mensen Hun zilveren goden weg met hun goden van goud, Die ze maakten om ze te aanbidden: Weg, voor de ratten en muizen.stylusPsalmen 113:2, Psalmen 113:2, Psalmen 145:1, Psalmen 145:2, Psalmen 145:121Als ge dan wegsluipt in de spelonken En in de spleten der klippen, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan:stylusPsalmen 75:5, Psalmen 75:7, Psalmen 75:5, Psalmen 75:7, Psalmen 31:1422Dan moet ge wel ophouden, Op mensen te steunen, Die enkel in hun neus wat adem hebben; Wat zouden ze dan voor waarde bezitten?stylusJob 12:22, Job 12:22, 1 Johannes 1:5, 1 Johannes 1:5, Jakobus 1:17