1Wee, die onrechtvaardige wetten maken, En drukkende bevelen uitschrijven:stylusDaniël 6:28, Daniël 1:21, Daniël 8:26, Daniël 6:28, Daniël 1:212Om de zwakken hun eis te onthouden, De armen onder mijn volk van hun recht te beroven; Om de weduwen tot hun prooi te maken, En de wezen te plunderen.stylusNehemia 1:4, Nehemia 1:4, Daniël 9:24, Daniël 9:27, Daniël 9:243Wat zult ge doen op de dag der vergelding, Bij de storm, die dreigt uit de verte; Tot wien zult ge vluchten om hulp, Waar uw rijkdommen laten,stylusMattheüs 6:17, Mattheüs 6:17, Amos 5:11, Daniël 11:8, Amos 5:114Wanneer gij u in boeien kromt, Of neerligt onder de doden? Maar toch bedaart zijn gramschap niet, Zijn hand blijft tegen hen uitgestrekt!stylusGenesis 2:14, Genesis 2:14, Daniël 8:2, Ezechiël 1:3, Daniël 8:25Wee! Assjoer is de roede van mijn toorn, In zijn hand ligt de stok van mijn woede!stylusOpenbaring 1:13, Openbaring 1:15, Daniël 12:6, Daniël 12:7, Ezechiël 9:26Tegen een goddeloze natie zond Ik hem uit, Tegen het volk van mijn gramschap riep Ik hem op; Om het leeg te plunderen en buit te maken, Om het te vertrappen als slijk op de straten.stylusOpenbaring 19:12, Openbaring 19:12, Mattheüs 17:2, Openbaring 1:13, Openbaring 1:177Maar zó bedoelt hij het niet, Zó meent hij het niet; Zijn opzet is enkel: vernielen, Talloze naties verdelgen!stylusHandelingen 9:7, Handelingen 9:7, Handelingen 22:9, Handelingen 22:9, Genesis 3:108Want hij zegt: Zijn al mijn magnaten geen vorsten;stylusDaniël 7:28, Daniël 7:28, Habakuk 3:16, Daniël 8:27, Habakuk 3:169Is het Kalno niet als Karkemisj gegaan Chamat als Arpad Samaria als Damascus?stylusDaniël 8:18, Daniël 8:18, Job 4:13, Genesis 15:12, Job 4:1310Waarachtig, ik heb op koninkrijken Mijn hand kunnen leggen, Wier goden en beelden veel talrijker waren Dan die van Jerusalem en Samaria.stylusJeremia 1:9, Openbaring 1:17, Jeremia 1:9, Openbaring 1:17, Daniël 8:1811En wat ik met Samaria en zijn goden heb gedaan, Zou ik dat met Juda en zijn beelden niet doen?stylusDaniël 8:16, Daniël 8:17, Ezechiël 2:1, Marcus 16:8, Handelingen 26:1612Wanneer de Heer heel zijn werk heeft volbracht Aan de berg Sion en Jerusalem, Dan zal Hij de hoogmoed van Assjoers koning vergelden, En de verwaande trots van zijn ogen.stylusHandelingen 10:30, Handelingen 10:31, Handelingen 10:30, Handelingen 10:31, Jesaja 58:913Hij zegt: Ik heb het gedaan door eigen kracht, Door eigen wijsheid was ik zo knap! Ik heb de grenzen der volken verlegd, Hun schatten geplunderd, machtige vorsten doen vallen.stylusJudas 1:9, Judas 1:9, Daniël 12:1, Daniël 12:1, Daniël 10:2014Als een vogelnestje hield ik De rijkdom der volken in mijn hand; Zoals men verlaten eieren raapt, Heb ik de hele aarde genomen; Niemand verroerde zijn vlerken, Deed zijn snavel open en piepte!stylusDaniël 8:26, Daniël 8:26, Daniël 2:28, Daniël 2:28, Habakuk 2:315Maar zal de bijl dan pochen Tegen wie er mee hakt; De zaag zich verheffen Tegen wie ze hanteert; Beweegt de roede hem die haar zwaait, Heft de stok hem, die geen stuk hout is, omhoog?stylusEzechiël 24:27, Lucas 1:20, Ezechiël 24:27, Lucas 1:20, Daniël 8:1816Daarom zal de Heer, Jahweh der heirscharen, De tering zenden in zijn vet, En onder zijn lever een gloed ontsteken, Als het vuur van een brand.stylusDaniël 8:15, Jesaja 6:7, Daniël 8:15, Jesaja 6:7, Jeremia 1:917Dan wordt Israëls Licht een vuur, zijn Heilige een vlam, Die op één dag zijn doornen en distels geheel verbrandt;stylusExodus 24:10, Exodus 24:11, Jesaja 6:1, Jesaja 6:5, Exodus 24:1018Die de pracht van zijn woud en zijn wijngaard verslindt, Ze vernielt met wortel en tak, zodat ze verkwijnen;stylusDaniël 10:16, Daniël 10:16, Jesaja 35:3, Jesaja 35:4, Daniël 8:1819Zo weinig bomen blijven er staan in zijn woud, Dat een kind ze kan tellen!stylusJesaja 35:4, Jesaja 35:4, Jozua 1:9, Jozua 1:9, Richteren 6:2320Op die dag zullen zij, die van Israël zijn overgebleven, En die in het huis van Jakob zijn gespaard, Niet langer meer steunen Op hem, die ze sloeg; Maar steunen op Jahweh, Op Israëls Heilige, in oprechtheid des harten.stylusDaniël 8:21, Daniël 8:21, Daniël 8:5, Daniël 8:8, Daniël 10:1321Een rest bekeert zich, De rest van Jakob tot den machtigen God!stylusDaniël 10:13, Daniël 10:13, Daniël 12:1, Openbaring 12:7, Daniël 12:122Ja, al was uw volk weggevaagd, Israël, Als het zand aan de zee: Een rest bekeert zich tot Hem, Als de verdelging voltooid is. Weer zal de gerechtigheid stromen,stylus23Als vernieling en vonnis Door den Heer, door Jahweh der heirscharen, Over heel dit land is voltrokken!stylus24Daarom zó spreekt de Heer, Jahweh der heirscharen: Mijn volk, dat de Sion bewoont, Vrees Assjoer niet, al slaat hij u met de stok, En heft hij zijn roede tegen u op naar de trant van Egypte.stylus25Want enkel nog een korte tijd, Een ogenblik nog: Dan is mijn gramschap ten einde, En verniel Ik hem in mijn toorn.stylus26Dan zal Jahweh der heirscharen de gesel over hem zwaaien, Zoals Hij bij de rots van Oreb Midjan sloeg; Dan heft Hij zijn roede tegen hem op, Als over de zee en tegen Egypte.stylus27Op die dag zal het geschieden, Dat zijn last van uw schouder glijdt, Zijn juk van uw nek, Met de draagriem, vet van de olie!stylus28Daar komt hij bij Ajját, trekt Migron voorbij, Mikmas vertrouwt hij zijn legertros toe;stylus29Ze trekken de pas door, Slaan hun kamp op in Géba; Rama siddert van angst, Géba van Saul neemt de vlucht!stylus30Gil, dochter van Gallim, Lajsja let op! Anatot bukt zich, Madmena vlucht.stylus31Het volk van Gebim stuift weg,stylus32Vandaag nog is hij in Nob; Hij balt zijn vuist al tegen de berg van Sions dochter, Tegen Jerusalems heuvel!stylus33Maar zie, daar slaat de Heer, Jahweh der heirscharen, De takken af met de bijl; De toppen worden gekapt, De kruinen komen omlaag;stylus34Het dichte woud wordt door het ijzer geveld, De Libanon valt met zijn pracht!stylus