1Dan zal een twijg aan de stronk van Jesse ontspruiten, Een scheut uit zijn wortel ontkiemen.stylusDaniël 9:1, Daniël 9:1, Daniël 5:31, Daniël 5:31, Handelingen 14:222De geest van Jahweh zal op Hem rusten: De geest van wijsheid en verstand, De geest van raad en sterkte, De geest van kennis en godsvrucht,stylusEzra 4:5, Ezra 4:6, Ezra 4:5, Ezra 4:6, Daniël 8:263En de vrees voor Jahweh Zal hem vervullen. Niet naar uiterlijke schijn zal Hij richten, Geen vonnis vellen op horen-zeggen alleen;stylusDaniël 11:16, Daniël 11:36, Daniël 11:16, Daniël 11:36, Daniël 8:214Den zwakke zal Hij recht verschaffen, Eerlijk uitspraak doen voor de armen in het land. Maar den tyran zal Hij striemen met de gesel van zijn mond, Den boosdoener doden met de adem van zijn lippen.stylusDaniël 8:8, Daniël 8:22, Daniël 8:8, Daniël 8:22, Jeremia 12:175Gerechtigheid is de gordel om zijn heupen, Waarachtigheid de band om zijn lenden.stylusDaniël 11:11, Daniël 11:25, Daniël 11:14, Daniël 11:11, Daniël 11:256Dan huist de wolf bij het lam, Vlijt de panter zich naast de geit; Samen grazen kalf en leeuw, Een kind kan ze weiden.stylusDaniël 11:13, Daniël 11:13, Daniël 11:40, Daniël 11:15, Daniël 11:77Koe en berin wonen samen, haar jongen liggen bijeen, En de leeuw vreet hooi als het rund;stylusEzechiël 17:18, Jesaja 11:1, Psalmen 55:23, Job 14:7, Maleachi 4:18De zuigeling speelt bij het hol van de adder, Het kind steekt zijn hand in het nest van de slang!stylusJesaja 37:19, Jesaja 46:1, Jesaja 46:2, Jesaja 37:19, Jesaja 46:19Dan doet niemand meer zonde of kwaad Op heel mijn heilige berg; Want het land is vervuld van de kennis van Jahweh, Zoals de bodem der zee is bedekt door het water.stylus10Op die dag zal de wortel van Jesse, Als een banier voor de naties verheven, Door de volkeren worden gezocht, En zijn rustplaats zal glorievol zijn!stylusJeremia 46:7, Jeremia 46:8, Daniël 11:7, Daniël 9:26, Jeremia 51:4211Op die dag heft de Heer nogmaals zijn hand, Om het overschot van zijn volk te bevrijden: Wat is overgebleven in Assjoer, Egypte, Patros en Koesj, Elam, Sjinar, Chamat en de kusten der zee.stylusDaniël 8:7, Daniël 8:7, Daniël 11:5, Daniël 11:5, Jeremia 27:612Hij steekt zijn banier onder de volken omhoog, Brengt de ballingen van Israël bijeen, Verzamelt de verstrooiden van Juda Van de vier uiteinden der aarde!stylusHandelingen 12:22, Handelingen 12:23, 1 Petrus 5:5, Daniël 8:25, Spreuken 16:1813Dan zal Efraïms naijver wijken, Zullen Juda’s vijanden worden vernield; Efraïm benijdt Juda niet langer, Juda bestrijdt Efraïm niet meer.stylusDaniël 4:16, Daniël 4:16, Daniël 12:7, Daniël 12:7, Daniël 11:614Maar samen vliegen ze op Filistea’s heuvels aan zee, En plunderen de zonen van het oosten; Hun hand ligt op Edom en Moab, De zonen van Ammon gehoorzamen hen!stylusOpenbaring 17:17, Handelingen 4:25, Handelingen 4:28, Openbaring 17:17, Handelingen 4:2515Jahweh verdroogt de tong der Egyptische zee, Zwaait woedend zijn hand over de Eufraat: In zeven beekjes slaat Hij hem stuk, Men trekt er geschoeid overheen.stylusJeremia 6:6, Ezechiël 17:17, Jeremia 6:6, Ezechiël 17:17, Ezechiël 4:216Zo komt er een pad voor het overschot van zijn volk, Voor die in Assjoer bleven behouden: Zoals Israël voorheen had gekregen, Toen het optrok uit het land van Egypte!stylusDaniël 8:9, Daniël 8:9, Daniël 11:36, Daniël 11:3, Daniël 11:41