Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jeremia Hoofdstuk 10

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JEREMIA

Jeremia 10

1Hoort het woord, dat Jahweh tot u spreekt, huis van Israël!
Hosea 8:11, Hosea 8:11, Jesaja 5:1, Jesaja 5:7, Hosea 12:11
2Zo spreekt Jahweh: Leert de gebruiken der heidenen niet aan; Weest niet bevreesd voor hemeltekens, Omdat de heidenen er bang voor zijn.
Micha 5:13, 1 Koningen 18:21, Micha 5:13, 1 Koningen 18:21, Jakobus 4:4
3Wat de heidenen vrezen is louter waan, Een blok hout, in de bossen gekapt, Door den werkman met de bijl gehouwen,
Hosea 10:15, Hosea 10:15, Hosea 13:11, Hosea 10:7, Hosea 13:11
4Met zilver en goud overtrokken. Met spijkers en hamers slaat men ze vast, Opdat ze niet waggelen.
Amos 5:7, Amos 6:12, Hosea 4:2, Amos 5:7, Amos 6:12
5Ze zijn als vogelverschrikkers op het veld, Die niet eens kunnen spreken; Altijd moet men ze dragen, Want ze kunnen niet gaan; Vreest ze niet: ze kunnen geen kwaad doen, Maar goed evenmin.
Hosea 9:11, Hosea 9:11, Hosea 5:8, Hosea 5:8, 2 Koningen 23:5
6Jahweh! Aan U is niemand gelijk, Gij alleen zijt groot; Groot en machtig is uw Naam:
Hosea 5:13, Hosea 5:13, Jesaja 30:3, Jesaja 30:3, Daniël 11:8
7Wie zou U niet vrezen, Koning der volken! Waarachtig, U alleen komt dit toe: Want onder alle wijzen der naties En in heel hun gebied Is niemand, die zich kan meten met U!
Hosea 10:3, Hosea 10:3, Hosea 13:11, 2 Koningen 17:4, 2 Koningen 1:3
8Allemaal zijn ze dom en dwaas, Die zich laten leiden door een nietig stuk hout,
Lucas 23:30, Lucas 23:30, Openbaring 6:16, Openbaring 6:16, Jesaja 2:19
9Door plaatzilver uit Tarsjisj, Door goud uit Ofir gehaald. Het is allemaal werk van den smid, En werk van den gieter, Bekleed met paars en purper, Allemaal kunstenaars-maaksel.
Hosea 9:9, Hosea 9:9, Genesis 8:21, Genesis 6:5, Sefanja 3:6
10Maar Jahweh is de waarachtige God, De levende God, de eeuwige Koning; De aarde rilt van zijn toorn, De volken houden het voor zijn gramschap niet uit!
Ezechiël 5:13, Ezechiël 5:13, Hosea 4:9, Jeremia 16:16, Hosea 4:9
11Dit moet ge hun zeggen: De goden, die hemel en aarde niet hebben gemaakt, Zullen van de aarde verdwijnen En van onder de hemel!
Hosea 4:16, Hosea 4:16, Deuteronomium 25:4, Jeremia 50:11, Deuteronomium 25:4
12Maar Jahweh heeft de aarde gemaakt door zijn kracht, De wereld gegrond door zijn wijsheid, Door zijn verstand de hemel gespannen.
Jeremia 4:3, Jeremia 4:4, Jeremia 4:3, Jeremia 4:4, Jakobus 3:18
13Als Hij zijn donder laat rollen, En de wateren in de hemel doet bruisen, Als Hij de wolken omhoogtrekt van de grenzen der aarde, Zijn bliksems omsmeedt in regen, En de storm uit zijn schatkamers haalt:
Job 4:8, Job 4:8, Galaten 6:7, Galaten 6:8, Galaten 6:7
14Staan alle mensen verstomd en verbluft, Schaamt elke gieter zich over zijn beeld! Want zijn gietsel is leugen, Geen geest woont er in.
Hosea 13:16, Hosea 13:16, 2 Koningen 18:9, 2 Koningen 18:10, 2 Koningen 18:9
15Ze zijn maar een waan, een belachelijk maaksel, Die te gronde gaan, als hun tijd is gekomen.
Hosea 10:5, Hosea 10:5, Hosea 10:7, Hosea 10:7, Hosea 10:3
16Neen, aan hen is Jakobs Deel niet gelijk, Want Hij is de Schepper van alles, En Israël is zijn stam en zijn erfdeel, Jahweh der heirscharen is zijn Naam!
17Neem uw pak op van de grond, Benauwde veste; Want zo spreekt Jahweh:
18Zie, deze keer slinger Ik weg De bewoners van het land; Ik ga ze in benauwing brengen, Opdat ze het boeten, En Mij mogen vinden.
19Wee mij, om mijn slagen, Mijn schrijnende wonde! En ik had nog gedacht: Dit lijden kan ik wel dragen.
20Mijn tent ligt vernield, al mijn koorden zijn stuk, Mijn kinderen en kudden zijn heen; Niemand meer, om mijn tent te spannen, Mijn zeildoek te hijsen.
21Ja, de herders waren zo dwaas, Om Jahweh niet te zoeken; Daarom hadden ze geen geluk, Is heel hun kudde verstrooid.
22Hoor, daar komt een geraas, Een geweldig dreunen uit het land van het noorden, Om van Juda’s steden een steppe te maken, Een jakhalzen-hol!
23Jahweh, ik weet, dat de mens zijn eigen weg niet bepaalt, Geen wandelaar zijn eigen schreden kan richten.
24Tuchtig mij, Jahweh, maar niet ongenadig, Niet naar uw gramschap, om mij te vernielen.
25Neen, stort uw gramschap over de naties uit, die U niet kennen, Over de stammen, die uw Naam niet vereren: Want ze hebben Jakob verslonden en verteerd, Zijn dreven verwoest!

Andere Boeken

JeremiaKlaagliederenBaruch+

Andere Boeken

JeremiaHfst. 10
KlaagliederenBaruchEzechiëlDaniëlHosea
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward