1Toen sprak Jahweh tot Noë: Ga met uw gezin in de ark, want Ik heb u rechtvaardig voor mijn aanschijn bevonden te midden van dit geslacht.stylusMattheüs 24:37, Mattheüs 24:39, Mattheüs 24:37, Mattheüs 24:39, 2 Petrus 2:52Neem van alle reine dieren zeven paar mee, telkens mannetjes met hun wijfjes, maar van de onreine dieren een enkel paar, eveneens mannetje en wijfje;stylusLeviticus 10:10, Genesis 8:20, Leviticus 11:1, Leviticus 11:47, Leviticus 10:103ook van de vogels in de lucht zeven paar, de mannetjes met hun wijfjes: om hun soort in stand te houden over de hele aarde.stylus4Want over zeven dagen zal Ik het op aarde doen stortregenen, veertig dagen en veertig nachten; en al wat leeft, en wat Ik gemaakt heb, zal Ik van de aarde verdelgen.stylusGenesis 7:17, Genesis 7:12, Genesis 7:17, Genesis 7:12, Genesis 6:175En Noë deed alles, wat Jahweh hem bevolen had.stylusGenesis 6:22, Genesis 6:22, Lucas 8:21, Exodus 39:32, Exodus 39:426Noë was zeshonderd jaar oud, toen de zondvloed over de aarde kwam.stylusGenesis 5:32, Genesis 5:32, Genesis 8:13, Genesis 8:137En voor het water van de zondvloed vluchtte Noë in de ark met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.stylusLucas 17:27, Lucas 17:27, Genesis 6:18, Mattheüs 24:38, Genesis 7:18Van de reine en onreine dieren, van de vogels, en van al wat over de aarde kruipt,stylus9kwam telkens een paar, mannetje en wijfje, naar Noë binnen de ark, zoals God Noë geboden had.stylusGenesis 2:19, Jesaja 11:6, Jesaja 11:9, Jesaja 65:25, Genesis 7:1610En op de zevende dag stortten de wateren van de zondvloed over de aarde.stylusLucas 17:27, Genesis 7:4, Lucas 17:27, Genesis 7:4, Job 22:1611In het zeshonderdste levensjaar van Noë, in de tweede maand, op de zeven en twintigste dag van de maand, toen braken alle kolken los van de geweldige afgrond, en werden de sluizen van de hemel geopend;stylusGenesis 8:2, Genesis 8:2, Maleachi 3:10, Maleachi 3:10, Jeremia 51:1612er stortte een regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.stylusGenesis 7:4, Genesis 7:4, Mattheüs 4:2, Genesis 7:17, Mattheüs 4:213Nog diezelfde dag ging Noë in de ark met Sem, Cham en Jáfet, de zonen van Noë, met de vrouw van Noë en de drie vrouwen van zijn zonen;stylusGenesis 6:18, Genesis 7:1, Genesis 6:18, Genesis 7:1, 1 Petrus 3:2014zijzelf met alle soorten van wilde en tamme dieren, met alle soorten van wat er over de aarde kruipt, met alle soorten van vogels, alles wat veren en vleugels heeft.stylusGenesis 7:2, Genesis 7:3, Genesis 7:8, Genesis 7:9, Genesis 7:215In paren kwamen alle levende wezens naar Noë in de ark:stylusJesaja 11:6, Genesis 6:19, Genesis 6:20, Jesaja 11:6, Genesis 6:1916zij kwamen naar het bevel van God: mannetje en wijfje van al wat leeft. En Jahweh deed de deur achter hen dicht.stylusMattheüs 25:10, Lucas 13:25, Mattheüs 25:10, Lucas 13:25, Psalmen 91:117Toen kwam de zondvloed over de aarde, veertig dagen lang. De wateren stegen, en droegen de ark, zodat zij zich van de aarde verhief.stylusGenesis 7:4, Genesis 7:4, Genesis 7:12, Genesis 7:1218Nog bleef het water wassen en stijgen op aarde, en de ark dreef op het water voort.stylusExodus 14:28, Exodus 14:28, Psalmen 69:15, Psalmen 104:26, Job 22:1619Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt.stylusPsalmen 104:6, Psalmen 104:9, Psalmen 104:6, Psalmen 104:9, Psalmen 46:220Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden.stylusJeremia 3:23, Jeremia 3:23, Psalmen 104:6, Psalmen 104:621Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen.stylusGenesis 6:13, Genesis 6:13, Genesis 7:4, Genesis 6:17, Genesis 7:422Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.stylusGenesis 2:7, Genesis 2:7, Genesis 6:17, Genesis 6:1723Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over.stylus2 Petrus 2:5, 2 Petrus 2:5, 1 Petrus 3:20, Hebreeën 11:7, 1 Petrus 3:2024De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt.stylusGenesis 8:3, Genesis 8:4, Genesis 8:3, Genesis 8:4