1Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de oppervlakte der aarde, en hun dochters werden geboren,stylusGenesis 1:28, Genesis 1:282zagen de zonen Gods, hoe schoon de dochters der mensen waren, en zij namen zich zoveel vrouwen, als zij maar wilden.stylusPsalmen 82:6, Psalmen 82:7, Psalmen 82:6, Psalmen 82:7, 1 Johannes 2:163Toen sprak Jahweh: Mijn geest zal niet voor altijd bij de mensen blijven, omdat ze bedorven zijn, en enkel vlees; hun tijd zal nog maar honderd twintig jaar duren.stylusNehemia 9:30, Nehemia 9:30, Jesaja 63:10, Jeremia 11:11, Jesaja 63:104In die dagen, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen waren gekomen, en deze hun kinderen hadden gebaard, waren er reuzen op aarde, en ook nog daarna. Dat waren de krachtmensen uit de oude tijd, beruchte mannen.stylusNumeri 13:33, Numeri 13:33, 2 Samuël 21:15, 2 Samuël 21:22, 2 Samuël 21:155Toen Jahweh dan zag, hoe groot op aarde het bederf onder de mensen was geworden, en zij enkel maar zonnen op slechte dingen,stylusMattheüs 15:19, Mattheüs 15:19, Romeinen 1:28, Romeinen 1:31, Romeinen 1:286berouwde het Jahweh, dat Hij den mens op aarde gemaakt had, en kreeg Hij er spijt van.stylusJesaja 63:10, Jesaja 63:10, 1 Samuël 15:11, 1 Samuël 15:11, Efeziërs 4:307En Jahweh sprak: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, van de aarde verdelgen; zowel den mens als de viervoetige dieren, de kruipende dieren en de vogels in de lucht; want het spijt Mij, dat Ik ze gemaakt heb.stylusSefanja 1:3, Sefanja 1:3, Psalmen 37:20, Psalmen 37:20, Romeinen 3:208Maar Noë vond genade in de ogen van Jahweh.stylusGenesis 19:19, Genesis 19:19, Hebreeën 4:16, Hebreeën 4:16, Lucas 1:309Dit is de geschiedenis van Noë. Noë was een rechtschapen man, en leefde onberispelijk te midden van zijn tijdgenoten; Noë leefde vertrouwelijk met God.stylusLucas 1:6, Lucas 1:6, Hebreeën 11:7, Hebreeën 11:7, 2 Petrus 2:510Noë verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jáfet.stylusGenesis 5:32, Genesis 5:3211De aarde was dan bedorven geworden in de ogen van God, en van ongerechtigheid vol.stylusEzechiël 8:17, Ezechiël 8:17, Habakuk 2:8, Hosea 4:1, Hosea 4:212Toen God dus zag, dat de aarde was bedorven, omdat alle mensen op aarde waren bedorven,stylusPsalmen 53:2, Psalmen 53:3, Psalmen 53:2, Psalmen 53:3, Spreuken 15:313sprak God tot Noë: Ik heb de ondergang van alle mensen besloten, omdat ze de aarde van hun ongerechtigheid hebben vervuld. Zie, Ik zal ze met de aarde verdelgen.stylusHosea 4:1, Hosea 4:2, Hosea 4:1, Hosea 4:2, 1 Petrus 4:714Maak nu voor u een ark van pijnhout, verdeel die ark in vakken, en bestrijk ze van binnen en buiten met pek.stylus1 Petrus 3:20, Lucas 17:27, 1 Petrus 3:20, Lucas 17:27, Mattheüs 24:3815Zo moet ge ze maken: de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed, en dertig el hoog.stylusGenesis 7:20, Deuteronomium 3:11, Genesis 7:20, Deuteronomium 3:1116Ge moet op de ark een dak maken, en een el hoog optrekken. In de lengtezijde moet ge de deur aanbrengen. Ge moet er ook een benedenruim, en een tweede en een derde verdek in maken.stylusGenesis 7:16, Genesis 8:6, Ezechiël 41:16, Genesis 7:16, Genesis 8:617Want Ik ga de zondvloed-wateren over de aarde brengen, om alle schepselen met een levende geest onder de hemel te verdelgen; al wat op aarde is zal sterven.stylusGenesis 7:4, 2 Petrus 2:5, Genesis 7:4, 2 Petrus 2:5, Genesis 7:2118Maar met u zal Ik mijn verbond sluiten: Gij moet de ark binnengaan: gij zelf en uw zonen, uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u.stylusHebreeën 11:7, Hebreeën 11:7, Genesis 7:7, Genesis 7:7, Genesis 17:719Ook moet ge van alle levende wezens een paar in de ark brengen, om ze met u in het leven te behouden; mannetje en wijfje moeten het zijn.stylusGenesis 7:15, Genesis 7:16, Genesis 7:8, Genesis 7:9, Genesis 7:1520En van alle verschillende soorten van vogels, van alle soorten van beesten, van alle soorten van dieren, die kruipen over de aarde; van alles zal er een paar tot u komen om in het leven te blijven.stylusGenesis 2:19, Handelingen 10:11, Handelingen 10:12, Genesis 2:19, Handelingen 10:1121Ge moet u ook van alle eetbare spijzen voorzien, en die meenemen, om u en hun tot voedsel te dienen.stylusGenesis 1:29, Genesis 1:30, Psalmen 145:16, Psalmen 136:25, Genesis 1:2922Noë deed het; hij deed al wat God hem gebood.stylusExodus 40:16, Johannes 15:14, Exodus 40:16, Johannes 15:14, Genesis 7:5