1Daarna riep Jakob zijn zonen en sprak: Verzamelt u en ik zal u verkonden, Wat u in de verre toekomst geschiedt.stylusNumeri 24:14, Numeri 24:14, Jeremia 23:20, Daniël 10:14, Jeremia 23:202Komt bijeen en luistert, zonen van Jakob; Hoort naar Israël, uw vader!stylusPsalmen 34:11, Psalmen 34:11, Spreuken 23:26, Spreuken 7:24, Spreuken 6:203Ruben, gij mijn eerstgeborene, Mijn kracht en eersteling van mijn mannelijke rijpheid: De eerste moest ge in hoogheid zijn, De eerste in macht.stylusDeuteronomium 21:17, Psalmen 78:51, Deuteronomium 21:17, Psalmen 78:51, Psalmen 105:364Maar ge zijt een schuimende beek, Gij zult die voorrang niet hebben: Want ge hebt het bed van uw vader beklommen, Toen mijn sponde ontwijd.stylusGenesis 35:22, Genesis 35:22, 1 Kronieken 5:1, 1 Kronieken 5:1, Deuteronomium 27:205Simeon en Levi, echte broers: List en geweld zijn hun zwaarden:stylusGenesis 34:25, Genesis 34:31, Genesis 34:25, Genesis 34:31, Genesis 29:336Mijn geest wil in hun plannen niet treden, Mijn hart heeft geen deel aan hun raad. Want in hun toorn hebben zij mannen verslagen, In hun moedwil stieren verminkt!stylusGenesis 34:30, Genesis 34:30, Psalmen 26:9, Psalmen 26:9, Psalmen 16:97Vervloekt hun toorn, zo heftig, Hun gramschap, zo fel: Ik zal ze verdelen in Jakob, Ze verstrooien in Israël!stylusJozua 19:1, Jozua 19:9, 1 Kronieken 4:24, 1 Kronieken 4:31, Jozua 19:18Juda, u prijzen uw broeders; Uw hand drukt op de nek van uw vijand, De zonen van uw vader buigen zich voor u neer!stylusGenesis 27:29, Hebreeën 7:14, Genesis 27:29, Hebreeën 7:14, 1 Kronieken 5:29Juda, als een leeuwenwelp Stijgt gij omhoog na de buit, mijn zoon! Hij kromt zich, hij vlijt zich neer als een leeuw, En als een leeuwin: wie durft hem wekken?stylusNumeri 24:9, Numeri 24:9, Numeri 23:24, Openbaring 5:5, Numeri 23:2410De schepter zal van Juda niet wijken, De staf niet tussen zijn voeten, Totdat Hij komt, wien ze behoort, En voor wien de volken zich bukken.stylusLucas 1:32, Lucas 1:33, Numeri 24:17, Lucas 1:32, Lucas 1:3311Dan bindt hij zijn lastdier aan de wijnstok, Het veulen van zijn ezelin aan de wingerd; Dan wast hij zijn kleren in wijn, En in het druivensap zijn gewaad;stylusJesaja 63:1, Jesaja 63:3, Jesaja 63:1, Jesaja 63:3, Joël 3:1812Van wijn worden zijn ogen dan donker, Van de melk zijn tanden wit!stylusSpreuken 23:29, Spreuken 23:2913Zabulon woont langs de oever der zee, En aan het strand bij de schepen; Hij keert Sidon de rug toe!stylusDeuteronomium 33:18, Deuteronomium 33:19, Deuteronomium 33:18, Deuteronomium 33:19, Genesis 30:2014Issakar is een bonkige ezel, Die tussen de kudde blijft liggen;stylusGenesis 30:18, 1 Kronieken 12:32, Genesis 30:18, 1 Kronieken 12:32, Deuteronomium 33:1815Daar hij het rusten heerlijk vindt, En lieflijk het land: Kromt hij zijn rug om te dragen, En verricht hij slavendienst!stylusPsalmen 81:6, Ezechiël 29:18, 2 Samuël 7:1, Mattheüs 23:4, Richteren 3:1116Dan richt zijn volk Als een van Israëls stammen.stylusDeuteronomium 33:22, Genesis 30:6, Deuteronomium 33:22, Genesis 30:6, Richteren 18:2617Dan is een slang op de weg, Een adder op het pad; Hij bijt het paard in de hielen, En zijn berijder slaat achterover.stylus1 Kronieken 12:35, 1 Kronieken 12:35, Richteren 18:22, Richteren 18:31, Richteren 18:2218—stylusPsalmen 119:166, Psalmen 119:174, Psalmen 119:166, Psalmen 119:174, Micha 7:719Gad: roverbenden stormen op hem aan, Maar hij zit hen op de hielen!stylusGenesis 30:11, Genesis 30:11, 1 Kronieken 5:26, 1 Kronieken 5:11, 1 Kronieken 5:2220Aser: heerlijk is zijn brood, Hij biedt koninklijke lekkernijen.stylusDeuteronomium 33:24, Deuteronomium 33:25, Deuteronomium 33:24, Deuteronomium 33:25, Genesis 30:1321Neftali: een wijdvertakte terebint, Die een prachtige kruin draagt!stylusDeuteronomium 33:23, Deuteronomium 33:23, Genesis 30:8, Genesis 30:8, Genesis 46:2422Een jonge vruchtboom is Josef, Een jonge vruchtboom aan de bron: Zijn ranken klimmen over de muur.stylusGenesis 41:52, Genesis 41:52, Psalmen 1:1, Psalmen 1:3, Psalmen 128:323Hoe men hem uitdaagt en tart, Hoe de boogschutters hem ook bekampen:stylusGenesis 37:24, Genesis 37:24, Psalmen 64:3, Genesis 37:28, Psalmen 64:324Zijn boog blijft sterk, De spieren van zijn arm blijven lenig: Door de hulp van den Sterke van Jakob, Door de Naam van zijn Hoeder, Israëls Rots!stylusPsalmen 132:2, Psalmen 132:2, Psalmen 132:5, Jesaja 28:16, Psalmen 132:525Van den God van uw vader, die u helpt, Van den almachtigen God, die u zegent: Stromen zegeningen van de hemel daarboven, Zegeningen van de diepten beneden, Zegeningen van borsten en schoot,stylusGenesis 35:11, Genesis 28:13, Genesis 35:11, Genesis 28:13, Filippenzen 4:1926Zegeningen van uw vader! Ze gaan de zegeningen der oude bergen te boven, De kostbare gaven der eeuwige heuvelen; Zij dalen op het hoofd van Josef neer, Op de schedel van den vorst zijner broeders.stylusDeuteronomium 33:15, Deuteronomium 33:16, Deuteronomium 33:15, Deuteronomium 33:16, Habakuk 3:627Benjamin is een roofgierige wolf. Des morgens verslindt hij de buit, En des avonds verdeelt hij de roof!stylusGenesis 35:18, Richteren 20:25, Genesis 46:21, Ezechiël 22:27, Richteren 20:2128Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal. En zo sprak hun vader hen toe, toen hij hen zegende, en ieder van hen zijn bijzondere zegen verleende.stylusOpenbaring 7:4, Openbaring 7:4, Esther 8:7, Esther 8:11, Handelingen 26:729Daarna gaf Jakob hun het volgende bevel: Wanneer ik bij mijn volk ben verzameld, begraaft mij dan bij mijn vaderen in de grot, op de akker van Efron, den Chittiet.stylusGenesis 50:13, Genesis 47:30, Genesis 50:13, Genesis 47:30, Genesis 15:1530Het is de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, in het land Kanaän; de akker, die Abraham als een familiegraf van Efron, den Chittiet, heeft gekocht.stylusGenesis 23:16, Genesis 23:18, Genesis 23:8, Genesis 23:9, Genesis 23:2031Daar heeft men Abraham en zijn vrouw Sara begraven; daar heeft men Isaäk met zijn vrouw Rebekka begraven; en daar heb ik ook Lea begraven.stylusGenesis 35:29, Genesis 25:9, Genesis 35:29, Genesis 25:9, Genesis 50:1332Toen Jakob de opdracht aan zijn zonen ten einde had gebracht, trok hij zijn voeten terug op het bed, gaf de geest en werd verzameld bij zijn volk.stylusGenesis 23:17, Genesis 23:20, Genesis 23:17, Genesis 23:20